‘Mijn land is in beweging en daar wil ik bij zijn’

Buitenlandse bedrijven hebben de kunstwereld van Tripoli ontdekt. Libische burgers kijken nog aarzelend naar de kunstwereld , die de laatste jaren is opgeleefd.

Kunstenares Hadia Gana (35) kreeg vorig jaar de opdracht een schilderij te maken voor het plafond in het café op de bovenste verdieping van Mango, een kledingwinkel in de chique winkelstraat Gargaresh. „Een bevriende architect, gaf me de opdracht”, vertelt Gana. Haar abstracte schilderij, dat met staalverf in warme kleuren is aangebracht, sluit aan bij het moderne design van het café. „Sinds de opheffing van het embargo in 2003 heeft Libië een nieuw economische beleid uitgezet. Er wordt nu veel geïnvesteerd”, zegt Gana.

Het land lijkt zich de laatste jaren in de kapitalistische economie te willen katapulteren. De Libiërs zelf doen daar in ieder geval hun best voor. Velen van hen verlieten het land in de jaren tachtig, toen de overheid het land politiek en economisch in een wurggreep hield. Nu komen de meesten terug om te investeren. En het zijn de lokale kunstenaars die daar direct van profiteren.

Gana studeerde aan de Al Fatha Universiteit van Tripoli en haalde haar graad in keramiek aan de Universiteit van Cardiff in Wales. De laatste tijd ontwerpt ze badkamers in huizen van particulieren. Ze zit als enige kunstenaar in De Engineering Consulting Office for Utilities (ECOU), een adviesraad van architecten en stedenplanners. De groep, die mede op initiatief van voorzitter Ahmed Lakhder werd opgericht, neemt geplande nieuwbouwprojecten in heel Libië kritisch onder de loep. Ruim 56 miljard dollar heeft de overheid jaarlijks voor landelijke nieuwbouwplannen uitgetrokken.

Lakhder, die in Parijs architectuur studeerde, behoort tot de Libiërs die recent naar hun thuisland terugkeerden. Trots laat hij op zijn kantoor de ambitieuze plannen voor de Libische hoofdstad zien, die worden aangestuurd door Ghaddafi’s zoon Saif al-Islam, die zelf architect is. Norman Foster tekende een plan voor het oostelijke havengebied en Zaha Hadid maakte een ontwerp voor de nieuwe congreshal en het militaire museum.

Een strip van 2400 hectare bos zal in het Zuiden rondom Tripoli aangelegd worden door de Franse landschapsarchitect Gilles Clement. De plannen kosten tenminste 15 miljard dollar. Omdat definitieve contracten nog getekend moeten worden, zijn de projecten niet op de websites van de architectenbureaus terug te vinden. Wel zijn er afbeeldingen op de muren langs de bouwputten in het centrum die doen denken aan Dubai: hoge vijfsterren hotels, futuristische wolkenkrabbers en een nieuwe luchthaven die jaarlijks twee keer zoveel passagiers moet gaan bedienen dan Charles De Gaulle.

Ahmed Lakhder geeft toe dat de plannen ambitieus zijn. „De haven van Tripoli heeft nog niet voldoende capaciteit voor de aanvoer van het benodigde bouwmateriaal.” In de tussentijd heeft hij rechthoeken in flitsende neonkleuren aan de buitenkant van zijn kantoorgebouw laten aanbrengen. In het wat monotone straatbeeld van Tripoli een plezier voor het oog.

Aan dit soort kleine perceptieveranderingen werkt ook de architect en designer Loay Burwais (38). Burwais studeerde architectuur en design in Parijs en heeft in een oude fabriekshal in Tripoli een international team van 36 mensen werken. „Libië is in beweging, ik wil er een bijdrage aan leveren”, vertelt hij met passie. Zijn bureau ontwerpt huizen en tuinen maar ook trapgangen, meubels en garagedeuren. Tot zijn opdrachtgevers behoren ondernemers of particulieren die iets over hebben voor mooi design. Drie jaar geleden hoorde hij tot de initiatiefnemers van de eerste grote internationale expositie in Tripoli, Rivages 2005. Het succes was ongekend. De bezoekers stroomden binnen. Maar omdat hij geen vergunning bij de autoriteiten had aangevraagd, werd hij meteen op het politiekantoor ondervraagd. De overheid blijft overal aanwezig. Binnenkort wil hij een café openen. „We willen regelmatig exposities organiseren, zodat mensen meer met kunst in aanraking komen.”

Ook bedrijven hebben de kunstwereld van Tripoli ontdekt. „Vooral reclame en marketingbureaus organiseren steeds vaker tijdelijke tentoonstellingen met werk van jonge Libische kunstenaars. Ze willen zo hun imago oppoetsen,” vertelt de kunstenaar Salah Ghith (32). In opdracht van het reclamebureau El-Najem heeft hij een groepstentoonstelling op de tweede verdieping van een kantoorgebouw in de Ben Ashour straat samengesteld. De meeste werken, waarvan er al twee zijn verkocht, zijn realistische schilderijen, meestal afgeschilderd van foto’s, zoals het op de academie wordt geleerd.

Tussen deze traditionele schilderijen valt het werk van Najla Shiftre meteen op. Op een rood oppervlak heeft zij met zwarte touwtjes ruim honderd voetjes aangebracht. „Dat werk heb ik gemaakt toen ik hoorde dat in Mekka tijdens het Hadj-ritueel mensen werden doodgetrapt,” zegt Najla. Maar haar eigen stijl werd niet altijd gewaardeerd. „Mijn vrienden en kunstenaarscollega’s vinden dat ik op basis van de realiteit moet gaan schilderen.”

Net als de meeste kunstenaressen heeft zij een kamer in haar ouderlijk huis tot studio omgebouwd, omdat vrouwen geen ateliers buitenhuis kunnen huren. De waarden binnen de Libische maatschappij blijven, ondanks de economische ontwikkelingen, traditioneel. „En dan moet je je bedenken dat hier in Libië de wetgeving voor vrouwen de meest progressieve in de regio is”, zegt de Libische VN medewerker Fadel Zayan.

De opkomst van bedrijfssponsoring is het nieuwste voorbeeld van de economische voorspoed die het land momenteel toelacht. Libië’s befaamde modeontwerper Rabia ben Barka organiseerde vorig jaar in het Corinthia hotel een modeshow waar voor het eerst ook mannen aanwezig mochten zijn. „Dat moest wel, want de presentatie werd door diverse internationale oliemaatschappijen gesponsord”, vertelt Najla in haar atelier.

In de lobby van het Corinthia hangen ook verschillende kunstwerken van Libische kunstenaars. Toch zijn het voorlopig vooral expats die kunst kopen. Bedrijven, ministeries en burgers kijken aarzelend toe. Want er mag dan een nieuwe economische wind waaien in Libië, de meeste inwoners van het land zijn nog iedere dag bezig hun hoofd boven water te houden. Voor poëzieavonden, exposities en kunstprojecten heeft voorlopig alleen een elite tijd en belangstelling. En het zal nog wel even duren voordat Zaha Hadid van de overheid de opdracht krijgt om een nationaal museum voor hedendaagse kunst te bouwen.