Land in oorlog – met zichzelf

Hoe kon het gebeuren dat in de grootste economie en democratie van Afrika buitenlanders met zoveel geweld en op zo’n grote schaal werden verjaagd? Zoektocht naar de motieven in het brandpunt van de Zuid-Afrikaanse xenofobie, de sloppenwijk Alexandra.

Er waren beelden van mannen met stokken en machetes. Er waren beelden van gillende buitenlanders op de vlucht, van brandende huizen, vernielde krotten, geplunderde winkels. Gewelddadige beelden. Er waren ook onwerkelijke beelden, van de blakend witte tenten van Artsen Zonder Grenzen in het centrum van de stad, om de hoek van het luxueuze winkelcentrum, van rijken in Hummers of cabriolet die hun ooit slaperige wijken niet meer herkenden.

Er was één beeld dat steeds weer terugkwam. Dat was het beeld van Ernesto Alberto Nhamuave, de Mozambikaanse veiligheidsbeambte die voor het oog van de camera brandend op zijn knieën zakte, zonder schreeuw, zonder woord. Naast hem lagen twee betonblokken waar de meute hem eerder mee tegen de grond had geslagen. Terwijl een politieagent het brandende shirt van hem probeerde af te trekken, en een collega een brandblusser op hem leegspoot, giechelden de omstanders.

Hoe heeft het zover kunnen komen in Zuid-Afrika anno 2008? Hoe is het mogelijk dat de beelden uit de tijd van de apartheid, de autobandmoorden en het zwart-tegen-zwart geweld, veertien jaar later zonder aanwijsbare reden zijn teruggekeerd? Niet alleen de gruwelijkheid van de beelden schokken, maar vooral de omvang van de buitenlanderhaat. Na de krottenwijken rond Johannesburg met namen als Reigerpark, Ramaphosa en Tembisa, verspreidde het geweld zich razendsnel over het hele land. Van Pretoria naar Durban, naar Mpumalanga in het verre oosten, Limpopo in het hoge noorden, de Vrijstaat in het midden en uiteindelijk ook Kaapstad en Knysna langs de toeristische tuinroute. Onder de slachtoffers, de meer dan 50 doden, de honderden gewonden en tienduizenden vluchtelingen waren niet alleen Mozambikanen, Zimbabweanen, Somaliërs, Nigerianen en Congolezen maar ook Indiërs, Pakistani en Zuid-Afrikanen.

De lont lag in Alexandra, de krottenwijk aan de andere kant van de snelweg, met uitzicht op de luxueuze zakenwijk Sandton. De oude tehuizen voor de mijnwerkers, de ‘hostels’ zoals ze in de volksmond heten, die hoog boven de krotten uittorenen zouden een centrale rol gespeeld hebben bij het opstoken van het geweld. Maar welke?

Op dinsdagochtend hebben we afgesproken met de induna’s voor de poort van het mannenhostel in Alexandra. Induna’s zijn traditionele Zulu-leiders, die hun rol in het dorp van herkomst, in de stad hebben voortgezet als poortwachters van deze flats. Zonder hen kom je hier niet binnen. De hostels zijn Zulu-bolwerken. Dat is ooit zo bedacht door de administrators van het blanke apartheidsregime. De eerste steen werd hier gelegd door ene Dr. Koornhof, onderminister van de „bantoe-administratie” die een ding voor ogen stond: verdeel de zwarte bevolking, stook het tribalisme op, en heers over het beloofde land. Het idee dat de Zuid-Afrikaan eigenlijk niet bestaat, alleen blanken, kleurlingen, Kaapse Maleisiërs, Indiërs, Zulu’s, Xhosa’s, Sotho’s, Tswana’s, Venda’s, Shangaan, Tsonga’s, dat idee leeft nog steeds. Luister maar naar de induna’s en de woordvoerders van de Inkatha Vrijheidspartij, als Ewart Mncube. „De regering heeft de Zulu’s in de afgelopen jaren genegeerd en verwaarloosd, ze heeft alleen oog voor het eigen volk”, zegt hij, terwijl hij het bezoek door hostels gidst. De ramen zijn er niet alleen ingeslagen, ze hangen vrijwel allemaal uit de sponning. Geiten doen zich te goed aan het huisvuil dat onder elk raam metershoog ligt opgestapeld. De vuilnisophaaldienst is hier al maanden niet meer geweest. De trappenhuizen ruiken naar urine, de gaarkeuken naar mensenpoep. Volgens Mncube is er in de hostels genoeg om kwaad over te zijn. De marginalisering van de Zulu’s in de politiek bijvoorbeeld. Mandela bood Inkatha-leider Mangesuthu Buthelezi tenminste nog het vice-presidentschap, omwille van de rust en vrede in het land. Sinds 1999 zit Inkatha in de oppositiebanken. In de thuisprovincie KwaZulu Natal verliest de Zulu-partij steeds meer stemmen aan het door Xhosa’s gedomineerde ANC, niet in de minste plaats door de populariteit van de nieuwe partijleider Jacob Zuma, een Zulu.

De hostels zijn volgens Inkatha het bewijs van de neergang van hun volk. Dertig jaar geleden streken ze hier neer als de goedkope arbeiders in de mijnen rond Johannesburg. Maar die mijnen zijn gesloten, uitgeput, failliet verklaard. Alleen in de Vrijstaat wordt nog gegraven, steeds dieper en met steeds minder mensen. Door de strijd van de vakbonden voor betere werkomstandigheden en een fatsoenlijk minimumloon voor alle Zuid-Afrikanen, huren de mijnen steeds minder personeel, hooguit buitenlanders. De sterke Mozambikanen klagen nooit, en hebben geen rechten. Geen vakbond die naar hun ontslagen kraait. „Toen Buthelezi nog vice-president en minister van Binnenlandse Zaken was heeft hij geprobeerd met strenge wetgeving de instroom van de buitenlanders te stoppen”, zegt Inkatha-man Mncube. Maar die wet was xenofoob, oordeelden mensenrechtengroeperingen en moest worden afgezwakt. „Wij hebben voor de buitenlandercrisis gewaarschuwd. Niemand wilde luisteren”, aldus Mncube.

De inlichtingendiensten wezen de afgelopen weken naar de Inkatha Vrijheidspartij als de bron van het geweld tegen de buitenlanders. Inkatha zou met de klopjacht op de immigranten de campagne hebben geopend voor de verkiezingen van volgend jaar. Ook al verwoorden ze in detail de motieven voor teleurstelling en voor woede, de induna’s weigeren de schuld van de rellen op zich te nemen. „Het ANC probeert ons in diskrediet te brengen”, zegt Mncube. „De regering verschuilt zich achter onze rug, om het eigen falen te verbloemen. Wij hebben niets met het geweld te maken.” Mncube kijkt naar de grond als hij het zegt. Staat hij hier te liegen?

Het Zuid-Afrikaanse geweld tegen de buitenlanders dat alle internationale televisienetwerken haalde, riep steeds dezelfde vraag op. Was dit de regenboognatie van Mandela en Tutu? Was dit hetzelfde land dat driehonderd jaar kolonialisme en apartheid achter zich had kunnen laten, met onderhandelingen en verzoening, en een geweldloze omwenteling? Ja, dit was hetzelfde Zuid-Afrika. Dit was precies hetzelfde Zuid-Afrika. Dat bleef bestaan maar werd vergeten door de verzoeningsboodschap van de regering. En door de behoefte van de wereld aan een toverformule voor conflictoplossing.

De machtsomwenteling in Zuid-Afrika wás niet zonder bloedvergieten. In de laatste jaren voor het einde van de apartheid werd hier in Alexandra en in dezelfde krottenwijken die de afgelopen dagen in brand stonden de bloedigste strijd uit de geschiedenis van het land uitgevochten. Het gebeurde in de jaren na de vrijlating van Mandela. Het gebeurde zelfs in het jaar waar De Klerk en Mandela samen de Nobelprijs voor de Vrede ontvingen. Tenminste twaalfduizend doden vielen er in de strijd tussen de Inkatha Vrijheidspartij en het ANC, opgestookt door het blanke apartheidsregime. Het geweld werd minder na de inauguratie van Mandela in 1994, maar stopte nooit helemaal. Hooguit veranderden de motieven. Binnen tien jaar na de omwenteling groeide de ontevredenheid onder de kiezers over het uitblijven van het beloofde wonder. De strijd tegen de andere etnische groepen veranderde in een strijd tegen corrupte bestuurders. Hoe kon het dat de economie groeide met vier tot vijf procent per jaar, maar ook de werkeloosheid, naar 40 procent, en de krottenwijken waar nu 20 procent van de stadsbevolking woont? Volgens cijfers van de oppositiepartij Democratische Alliantie waren er vorig jaar liefst zesduizend rellen in de sloppen rond de grote steden. De oproerpolitie reageerde met traangas en rubberen kogels, er vielen doden en gewonden, maar omdat de incidenten op zichzelf leken te staan, haalden ze nooit de buitenlandse kranten. Bij een staking van beveiligingsbeambten vielen twee jaar geleden ruim 50 doden, net zoveel als bij het geweld tegen buitenlanders de afgelopen dagen. Stakende collega’s schoten hun revolvers leeg op collega’s die toch naar hun werk wilden gaan. Op die momenten was al te zien hoe het trauma van een hele natie over apartheid en vernederende armoede in een westerse consumptiemaatschappij zich vertaalt in meedogenloos geweld. De kranten openen dag in dag uit met de bewijzen dat dit land in oorlog is met zichzelf. Vier beveiligingsbeambten verbrandden vorig jaar levend in hun gepantserde auto, nadat de overvallers de wagen hadden beschoten en met benzine overgoten. In dezelfde maand werd een bejaarde vrouw verkracht, en haar man vermoord nadat de overvallers met een heggenschaar zijn vingers hadden afgeknipt. In Zuid-Afrika wordt ieder jaar bijna 20.000 keer gemoord. En de meeste doden vallen in krottenwijken als Alexandra.

Deze wijk werd ooit gebouwd voor 60.000 mensen, als een arbeidsreservaat voor de betere wijken aan de andere kant van de snelweg. Tuinmannen, schoonmakers, bouwvakkers. Er wonen nu naar schatting een half miljoen mensen. De boeren uit de Oostkaap en KwaZulu Natal kregen de afgelopen jaren eerst gezelschap van de vluchtelingen uit Mozambique, een land dat ruim twintig jaar na een verwoestende burgeroorlog nauwelijks industrie heeft opgebouwd. In de afgelopen zes jaar kwamen daar de Zimbabweanen bij, op de vlucht voor de chaos van de regering-Mugabe. Boeren aan de grens met Zimbabwe schatten dat er per dag minstens tweeduizend Zimbabweanen onder het hek doorkruipen. „Leer er mee leven”, zei president Mbeki vorig jaar in een toespraak van het parlement. Maar verdraagzaamheid is een luxe die in Alexandra niet bestaat.

Natuurlijk deden Gloria en Ntombi mee toen de meute twee weken geleden door Third Avenue marcheerde, op zoek naar buitenlanders. „Niet meedoen is zelfmoord”, zeggen de meisjes. Hun straat was de as van het geweld. Beiroet wordt deze buurt wel genoemd. Hoe erg de meisjes het ook vonden dat hun Zimbabweaanse buurmeisje Natasha werd verdreven, de woede begrijpen ze wel. „De buitenlanders stelen niet alleen onze vriendjes, en onze banen, maar ook onze huizen.” Gloria en Ntombi staan samen al vijftien jaar op de lijst voor de door de overheid gesubsidieerde huizen die aan de rand van de township worden gebouwd. In 2001 beloofde het lokale bestuur meer dan twintigduizend families een stenen huis. Zeven jaar later is die belofte voor 7.000 families uitgekomen. Corrupte officials hebben de huizen aan buitenlanders verhuurd. Gloria heeft dat niet van horen zeggen, ze weet het zeker. Zelf heeft ze ook een ambtenaar proberen om te kopen, „maar dat geld is spoorloos verdwenen”. Sommige Zuid-Afrikaanse bewoners die de huizen wel kregen toegewezen, bleven in een krot wonen en verhuurden de stenen huizen aan de hoogste bieder.

De meisjes voelen zich ongemakkelijk als naar de bron van het geweld gevraagd wordt. Ze kijken wantrouwend naar Bheki, de jongen die is meegekomen om van het Zulu naar het Engels te vertalen. Pas als Bheki even de deur uitloopt voor een plas, barsten de meisjes los. „We weten precies wie het gedaan heeft. Maar we kunnen het niet zeggen met hem erbij. Hij liep voorop toen de meute hier door de straten kwam.” Alexandra is gaan fluisteren sinds de uitbarsting van het geweld. Iedereen is medeplichtig. Iedereen heeft meegedaan. En iedereen weet het van elkaar. „Het geweld kwam wel degelijk uit de hostels. Leiders van Inkatha hebben een vergadering gehad in de hostels, samen met het hoofd van de politie en een aantal tieners die makkelijk op te jutten waren”, vertellen de meisjes de volgende ochtend op een locatie buiten de township. Inkatha-woordvoerder Mncube heeft dus gelogen. „Toen ze eenmaal begonnen met het verjagen van de buitenlanders, deed iedereen mee, uit angst vooral. Maar ook uit woede over de misdaad waar veel buitenlanders bij zijn betrokken.”

Alexandra is eraan gewend eigenhandig met criminelen af te rekenen. Elk jaar vallen hier tientallen doden bij een volksgericht. De politie is corrupt en onbetrouwbaar. De inwoners van deze wijk riepen in de afgelopen weken het hardst om ingrijpen van het leger. Uit de tijd van de apartheid weet Alexandra dat alleen soldaten het herstel van de orde kan worden toevertrouwd.

Dat het geweld na Alexandra zich zo makkelijk kon verspreiden naar de rest van het land, heeft met de agenda van politieke bewegingen als Inkatha weinig te maken. Nadat de inlichtingendienst eerder geheimzinnig spraken over „een derde macht”, trok de regering die analyse later schoorvoetend weer in. De sentimenten uit Alexandra vielen elders op vruchtbare grond, dankzij twee belangrijke ontwikkelingen. De eerste is het machtsvacuüm dat in de regeringspartij ANC is ontstaan. In december werd Jacob Zuma tot partijleider gekozen, ten koste van de zittende president Mbeki. Sindsdien spreekt de partij over alle kwesties met twee monden. Terwijl het geweld zich verder over het land verspreidde, nam geen van beiden de regie. In de eerste dagen was de oproerpolitie vaak op de verkeerde plekken en met te weinig man. Mbeki vertrok naar Tanzania. Zuma naar Parijs. Pas afgelopen zondag, met inmiddels dertigduizend buitenlanders op de vlucht, sprak de president de natie toe en bezocht Zuma de krottenwijken.

Even besluiteloos reageerde de regering de maanden voor de uitbarsting op de wereldwijde onrust over stijgende voedselprijzen en inflatie. Op de markt in Alexandra zijn de prijzen voor tomaten, uien en brood in het afgelopen jaar met een kwart gestegen. Net als in veel andere landen trokken de vakbonden in april de straat op om er tegen te protesteren. Het antwoord van de centrale bank en het ministerie van financiën op de stijgende inflatie, nu 10,4 procent: verhoog de rente. De rente staat al op 15 procent en zal deze maand nog eens met 2 procentpunt omhoog gaan, meldde de directeur van de centrale bank deze week. Zo doet hij precies wat internationale geldschieters als het IMF opkomende markten adviseren, ook al maken de veilinghuizen nu al overuren met de verkoop van de inboedel van failliete bedrijven en huishoudens. Zo verkiest de regering het vertrouwen van buitenlandse investeerders nog altijd boven het vertrouwen in de krottenwijken. Het is deze cocktail die verklaart waarom het geweld van de afgelopen twee weken niet in de zakenwijk Sandton uitbrak, maar aan de andere kant van de snelweg. In de krotten van Alexandra voelen ze de gevolgen van politieke beslissingen altijd als eerste. Dat is niet nieuw. Zo is het altijd geweest.