Lager successierecht mag fiscus niets kosten

De belasting op erfenissen, het successierecht, gaat op de helling. Deskundigen vrezen dat staatssecretaris De Jager (Financiën) zich in de complexiteit van de heffing verslikt.

De opbrengst van het successierecht levert de schatkist jaarlijks 2 miljard euro op. Maar ondanks het feit dat het tarief van het successierecht ook volgens staatssecretaris Jan-Kees de Jager van Financiën aan revisie toe is mag aan de opbrengst van het successierecht niet getornd worden. De Jager wil de beoogde tariefverlaging vooral financieren door het bestrijden van allerlei fiscale opzetjes, waarbij zo weinig mogelijk successierecht wordt betaald.

Vorige week deed de Nijmeegse hoogleraar Van Mourik op deze pagina zo’n constructie uit de doeken: de partnerschapsovereenkomst. En wel de gewone variant zonder bijzondere voorwaarden en niet zoals hem abusievelijk in de mond werd gelegd, de partnerschapsovereenkomst met partnerschapsvoorwaarden.

Het is niet anders dan een huwelijk zonder huwelijkse voorwaarden. Maar aan een huwelijk is een andere gevoelswaarde verbonden dan aan een geregistreerd partnerschap. Dat is een van de achtergronden van het verzet tegen het homohuwelijk. Een huwelijk tussen een rijke weduwnaar van 71 jaar en zijn arme ongetrouwde achterneef van 17 jaar doet onnatuurlijk aan. Een geregistreerd partnerschap tussen beide personen is eerder een kleurloze administratieve aangelegenheid.

Stel dat tussen weduwnaar en achterneef een vermogen van 1 miljoen euro overgeheveld moet worden. Als de erfenis op de normale manier getrapt van de weduwnaar via de neef naar de achterneef zou verhuizen, verdwijnt 70 procent van het kapitaal in de schatkist.

Door het geregistreerde partnerschap gaat de helft van het miljoen geruisloos over naar de achterneef. De fiscus staat daar buiten en kan ook later niet heffen. Bij overlijden van de weduwnaar krijgt de achterneef het resterende halve miljoen in handen.

Nu moet er in beginsel wel successierecht worden afgerekend maar tussen partners geldt voor dit bedrag een vrijstelling. Daardoor scheelt het partnerschap bijna 700.000 euro aan belasting ten opzichte van de normale lijn erflater-neef-achterneef. De meeste notarissen zien dit eerder als een doordachte vermogensplanning dan een geraffineerde fiscale truc.

De vraag is wat De Jager gaat doen in zijn nieuwe erf- en schenkbelasting. Een deel van de fiscalisten vindt het al te ver gaan dat de staatssecretaris überhaupt geld wil zien als een van de echtelieden/partners overlijdt.

De staatssecretaris vindt belastingheffing gerechtvaardigd omdat de overblijvende een voordeeltje in handen valt. Zijn tegenstanders bestrijden dat: beide hebben vaak een leven lang samen het vermogen opgebouwd. De achterblijver heeft niet het gevoel dat hij of zij bij het overlijden van de partner rijker is geworden.

Van Mourik is dan ook voorstander van een algemene vrijstelling voor partners, samenwonenden en kinderen. In 2001 voerde Nederland bijna een algemene erfbelastingsvrijstelling voor partners in. Veel andere landen kenden al zo’n partnervrijstelling. De Tweede Kamer koos uiteindelijk voor een ruimhartige vrijstelling die de meeste mensen buiten de greep van de fiscus houdt.

Overigens kan men ook van die ruime vrijstelling profiteren door gewoon samen te wonen, ook als men niet trouwt of een geregistreerd partnerschap aangaat. Men moet dan samen een huishouden voeren. Meer dan vijf jaar als men met verschillende personen samenwoont, meer dan twee jaar als dat met één ander gebeurt.

Voor die tweerelatie kan dat teruglopen tot zes maanden maar dan moet de notaris eraan te pas komen. Die stelt dan een notarieel samenlevingscontract op. Zo vermijdt men de verregaande vermogensrechtelijke gevolgen van een huwelijk of geregistreerd partnerschap.

De Tilburgse hoogleraar Inge van Vijfeijken vindt dat de staatssecretaris daar een eind aan moet maken. Alleen mensen die zich bij de notaris tegenover elkaar verplichten voor elkaar te zorgen, zouden onder het gunstige tarief voor gehuwden/geregistreerde partners moeten vallen.

Aertjan Grotenhuis

meer informatie: www.nrc.nl/geld