Kunst gluren bij de president

De oligarch Alisjer Oesmanov kocht de kunstcollectie van de overleden cellist Rostropovitsj. Slechts 45 bezoekers per dag kunnen de aanwinst bewonderen.

De delicatessen van de tsaar hangen achter tralies. Zo eenvoudig is het niet om van de kunstcollectie van de in april vorig jaar overleden cellist Mstislav Rostropovitsj en zijn weduwe Galina Visjnevskaja te proeven.

Het heeft alles te maken met de locatie. Want de 850 kunstwerken van het musici-echtpaar hangen sinds een paar weken in het door Peter de Grote gebouwde Konstantijn-paleis aan de rand van het dorp Strelna, dertig kilometer westwaarts van Sint-Petersburg. Slechter dan daar had de collectie het niet kunnen treffen.

Het paleis aan de Finse Golf, dat op last van tsaar Peters opvolger Vladimir Poetin is gerestaureerd, fungeert sinds zijn heropening in 2004 behalve als staatsconferentiecentrum ook als Petersburgse residentie van de president. Dankzij die status gelden er dezelfde veiligheidsmaatregelen als in het Kremlin. Dagelijks worden er daardoor maar vijfenveertig bezoekers toegelaten, in drie groepen. Alvorens ze een rondleiding krijgen, defileren ze eerst langs gewapende militairen en snuffelhonden.

Na de dood van Rostropovitsj liet Visjnevskaja hun kunstverzameling veilen bij Sotheby’s in Londen, omdat ze geen geld meer had voor de conservering. Maar nog voor de eerste hamerslag klonk, kocht oligarch Alisjer Oesmanov de collectie in zijn geheel op voor bijna 45 miljoen euro. Vervolgens schonk hij de kunstwerken aan de staat, die ze in het Konstantijn-paleis onderbracht.

„Onze president heeft hier zijn privévertrekken”, zegt paleismedewerker Marina Nikolajeva op de marmeren trappen van het paleis. „Toen we te horen kregen dat hij vlak na de verkiezingen, op 12 mei, de tentoonstelling kwam openen, vroegen mijn collega’s zich alleen af welke er zou komen, Poetin of Medvedev.”

In de eerste expositiezalen staat vooral zeldzaam glaswerk en servies uit de tijd van tsarina Elizabeth, de dochter van Peter de Grote. Een porseleinen doosje, in 1752 gemaakt in de Nevski-porseleinfabriek, ligt in een aparte vitrine. Op het deksel zijn vier over elkaar krioelende bokserhonden afgebeeld.

Ook staan er allerlei beeldjes uit de fabrieken van de beroemde porseleinproducenten Nikolaj Popov en Francis Gardner met figuren uit het dagelijkse Russische leven. Het leukste is dat van twee zittende boertjes, die in plaats van werken eten en drinken. „Het is onze favoriete bezigheid”, zegt Nikolajeva lachend. „Kijk eens hoe ze hun brood onder hun arm klemmen, terwijl de een de wodkafles vasthoudt en de ander zijn neus met zijn vingers snuit.” In een belendende zaal ligt een porseleinen tabaksdoosje met op de binnenkant van het deksel de beeltenis van graaf Orlov, een van de minnaars van Catharina de Grote. „De Hermitage had geen geld om het te kopen”, vertelt Nikolajeva.

Geconfronteerd met de overdaad van de collectie vraag je je af waar het echtpaar Rostropovitsj al die kunstwerken uitstalde. „Poetin stelde diezelfde vraag aan Visjnevskaja”, fluistert Nikolajeva. „En zij gaf als antwoord dat haar man en zij zeven huizen hadden over de hele wereld.”

Tegenover enkele achttiende-eeuwse houten toiletdozen, waarvan er een uit Holland komt, hangen aquareltekeningen van Russische edelen van de hand van Pjotr Sokolov. Vooral in het portret van vorstin Natalia Stroganova laten ze een meesterhand zien. Ze vervelen geen moment.

Maar in de volgende zaal begint het echte spektakel. „Hier hangen drieëntwintig werken van Repin”, zegt Nikolajeva nuchter als ze de deur opent. En daar is ineens het mooie portret uit 1910 van Kornej Tsjoekovski, Ruslands beroemde kinderboekenschrijver. Tegen een gele achtergrond kijkt hij opzij, terwijl hij met zijn linkerhand zijn revers en das aait en met zijn rechterhand wuft een boek vasthoudt. Onrust straalt vanaf zijn gezicht. Het is de Russische dichter zoals hij moet zijn. Nikolajeva: „Tsjoekovski was een emotioneel mens, die geen seconde kon stilzitten. Ilja Repin moet hem in een van die secondes hebben gevangen.”

Ernaast hangt Repins rauwe schilderij Bolsjewieken uit 1918. Het toont een wellustige bolsjewiek die in een menigte een jong meisje probeert te wurgen. Het is een wanhopige uiting van een kunstenaar die niets van de revolutie wilde weten en in 1930 in ballingschap zou overlijden.

En dan zijn er ook Repins portret Dichter-futurist(1916), zijn Zittend naakt (1916) en Serovs schilderij van vorst Joesoepov met sigaret en paard. Die doeken maken deze permanente paleistentoonstelling tot een hoogtepunt in het Russische kunstbezit. Ook omdat veel werk nu pas voor het eerst in het echt is te zien.

In de kelderverdieping bevindt zich de collectie van Visjnevskaja, die vooral schilderijen en porselein uit de eerste helft van de twintigste eeuw bevat. Zo hangt er een verslavend mooi Naakt (1930) van een blondine met een verlangende vinger aan haar mond van Zinaïda Serebriakova. Ook valt een verzameling beeldjes van dappere partijactivisten op. „Nu moet u weg”, zegt Nikolajeva als we ervoor staan. „Het busje wacht dat u naar de uitgang moet brengen.” De collectie als geheel heeft dan al de onuitwisbare indruk gemaakt van een zilvermeer waarin de Russische geschiedenis vanaf de achttiende eeuw tot 1945 wordt weerspiegeld. Het is alleen jammer dat er maar zo weinig kunstliefhebbers van kunnen genieten.

Het Konstantijn-paleis is geopend ma-zo 10-17 uur, woe gesloten. Toegang uitsluitend op afspraak. Zie konstantinpalace.ru.