‘Kankerturk’ zeggen is erger dan ‘sukkel’

‘Ik zal niet zeggen dat Benjamin een poesje is. Maar dat geeft mensen niet het recht racistische opmerkingen te maken’ Foto Maurice Boyer Belgin Genco wiens kinderen van school zijn weggepest vanwege hun Turkse komaf en geloof Foto NRC H'Blad Maurice Boyer 080528 Boyer, Maurice

‘Het begon drie jaar geleden. Mijn zoon Benjamin was zeven jaar oud en zat op een witte school in Schellingwoude. Hij was het enige Turkse kind in de klas. Op een dag kwam hij thuis uit school en toen ik vroeg hoe het was gegaan, zei hij: ‘Ze noemen me steeds kankerturk’. Dat verhaal hoorde ik daarna regelmatig terugkomen.

In het begin namen we het niet zo hoog op. We dachten: dat is een incident, dat gebeurt onder kinderen. We gingen ervan uit dat het door de school wel zou worden opgepikt. En verder was Benjamin nog heel klein en speels en hield het hem niet zo bezig.

Maar als ouder sla je zoiets toch op. Je denkt: dit moet ik in de gaten houden. En hij bleef maar thuiskomen met het verhaal dat hij voor kankerturk werd uitgescholden en dat er kinderen waren die zeiden dat hij moest oprotten naar zijn eigen land. Hij zei ook dingen terug, hoor. Benjamin is geen doetje, hij kan goed van zich afbijten.

Op een gegeven moment was het ramadan en toen merkten wij dat het schelden heftiger werd. Benjamin was dat jaar besneden en er waren kinderen die ‘Turkie, Turkie met je lange jurkie en je besneden augurkie’ naar hem riepen. Toen dacht ik: ik ga het bespreken met de juf. Tijdens dat gesprek zei de juf: ‘Het klopt dat hij voor kankerturk wordt uitgemaakt. Maar kinderen zeggen veel dingen tegen elkaar. We bespreken dit met elkaar in de groep. Het is belangrijk dat Benjamin weerbaar wordt.’

Ik had geen goed gevoel over dit gesprek. De juf deed alsof het om gewoon pesten ging en niet om discriminatie. Ik begreep niet dat ze zei dat Benjamin weerbaar moest worden. Ik dacht: mijn kind ís weerbaar. Benjamin is geen timide jongen die zich laat pesten. En als het zuiver om pesten ging, waarom scholden ze hem dan altijd uit voor ‘kankerturk’ en niet voor ‘sukkel’ of zo?

Op een gegeven moment ben ik weer met de school in gesprek gegaan, met de directrice erbij. Toen werd afgesproken dat Benjamin het meteen zou melden bij de juf als hij weer voor kankerturk werd uitgescholden. Maar ik wilde zelf ook een bijdrage leveren om het probleem op te lossen. Ik heb toen voorgesteld een spreekbeurt te houden voor de klas over de islam. Ik dacht: misschien moeten die kinderen gewoon meer weten over Turken en hoe het is om moslim te zijn. Dus ik hield die spreekbeurt en de kinderen waren heel enthousiast. Het verbaasde me dat veel kinderen het een en ander wisten van de islam. Zo wisten ze bijvoorbeeld dat je je moet wassen voor je gaat bidden. Ik had een goed gevoel over die spreekbeurt. Ik hoopte echt dat er dingen zouden veranderen.

Maar Benjamin bleef thuiskomen met nare verhalen. Het was voor hem ook geen oplossing om steeds naar de juf te stappen zodra er kankerturk werd gezegd. Dat werkte gewoon niet, want naar de juf stappen is niet stoer. Dan ben je een klikspaan, dan lig je er uit. Dus daar is hij mee gestopt.

Op een gegeven moment kwam hij thuis met buikpijn. Hij huilde op zo’n manier dat ik begreep dat er meer aan de hand was. Na lang aandringen vertelde hij mij dat ze een les over schelden hadden gehad en dat ze scheldwoorden tegen elkaar hadden moeten zeggen om te voelen hoe dat is. Toen had een jongen die hem nog nooit had uitgescholden kankerturk tegen hem gezegd. En de juf was daar verder niet op in gegaan.

Toen kwam de film Fitna uit. Benjamin had die film niet gezien, want wij vinden zoiets niet geschikt voor een kind van zijn leeftijd. Maar op school waren er kinderen die de film wel hadden gezien en in de klas ontstond een discussie. Er was een kind dat riep dat hij Wilders goed vond. Benjamin vertelde toen: ‘Wij zijn thuis moslims, maar we doen er weinig aan, maar mijn opa en oma zijn heel gelovig. Ze bidden vijf keer per dag en hebben ook een bedevaart gemaakt naar Mekka.’ Toen waren er kinderen die riepen: ‘Jouw opa en oma moeten terug naar Turkije, want die horen hier niet. En als je moeder een hoofddoek gaat dragen, moet ze ook het land uit’. Benjamin klapte helemaal dicht. De juf greep niet in. Alleen één kind, dat normaal heel verlegen is, zei dat hij vond dat iedereen hier mag blijven wonen.

Toen mijn man Benjamin van school kwam halen, verzuchtte de juf: ‘We hebben een discussie gehad in de klas. Ik ben kapot!’ Mijn man ging er verder niet op in. Maar ’s avonds na het eten begon Benjamin opeens vreselijk te huilen. Hij vroeg: ‘Is het echt waar dat opa en oma weg moeten? Ze wonen hier toch al heel lang en ze zijn toch aardig tegen iedereen?’ Hij was ontroostbaar. Je zag aan zijn houding dat hij moe was van het gedoe. Hij had geen vertrouwen meer in de juf, want die had het laten gebeuren. Hij had zelfs geen vertrouwen meer in ons, omdat wij er ook niets tegen hadden kunnen doen.

We hadden een rotavond. We hadden allemaal verdriet. Persoonlijk trekken mijn man en ik ons weinig van discriminatie aan. Wij voelen ons zowel Nederlands als Turks en wij doen goed mee in de Nederlandse samenleving. Mijn man is een gerespecteerd kinderarts en ik heb een goed lopende winkel in Turkse kunstnijverheid. Wij zijn ruimdenkend, zo zijn we ook opgevoed. Maar als je ziet dat je kind ongelukkig is, dan gaat dat je aan je hart. Wij zagen dat Benjamin vaak huilde en dat hij zich stiekem over gaf aan vreetbuiten. Het ging helemaal niet goed met hem.

Toen zei mijn man: misschien is het beter om hem naar een gemengde school te sturen, dan heeft hij meer aansluiting. Ik vond dat een grote stap. We hadden altijd goed contact gehad met allerlei ouders op school en Benjamin had ook leuke vriendjes. Uiteindelijk hebben we aan Benjamin zelf gevraagd wat hij nou belangrijk vond voor een school. Toen zei hij: dat er meer kinderen zijn zoals ik en dat ik gewoon mezelf kan zijn.

Ik heb mijn verhaal vervolgens voorgelegd aan de onderwijsinspectie, omdat ik graag advies wilde. Ik kreeg een aardige man aan de lijn die vond dat er iets heel ernstigs was gebeurd. Hij was het met mij eens dat het goed was om Benjamin naar een andere school te doen. Hij zei: ‘Anders komt-ie in de psychiatrie terecht.’ Vervolgens zijn we door de gemeente gebeld en die zeiden ook: dit is een ernstig probleem. Dit is discriminatie en de school heeft er niets aan gedaan. Het Parool was intussen ook geïnteresseerd geraakt in onze zaak, er verschenen artikelen over Benjamin.

Nu zit Benjamin op een gemengde school. Hij vindt het super. Hij kan nog niet alle Turkse namen goed uitspreken, maar hij vindt de diversiteit in de groep heel erg leuk. Maar hij heeft ook verdriet. Hij mist zijn oude vriendjes. Want er zaten natuurlijk ook veel lieve kinderen bij hem in de klas.

We hebben een brief naar alle ouders gestuurd om uit te leggen waarom Benjamin van school af is. Het is echt geen impulsieve beslissing geweest. We hebben heel lang rondgelopen met dit probleem zonder echt in actie te komen. We hebben geprobeerd het klein te gehouden, omdat we geen zeurturken willen zijn. En ook vanuit een soort loyaliteit tegenover de school en de ouders.

Gelukkig hebben we van die ouders hartverwarmende reacties gekregen en dat was fijn. Alleen één ouder reageerde negatief. Hij schreef een brief naar Het Parool waarin hij zei dat Benjamin zelf brutaal was en over zich afriep dat kinderen hem uitscholden. Ik vond het vreemd dat ik dat in de krant moest lezen. Die man is twee jaar lang voetbaltrainer geweest van Benjamin en al die tijd heeft hij mij nooit aangesproken op brutaal gedrag van ons kind. Het is waar dat Benjamin door de omstandigheden zich brutaal gedrag eigen heeft gemaakt en wij hebben dat als ouders ook veroordeeld. Ik zal nooit zeggen dat hij een poesje is. Maar dat geeft mensen nog niet het recht racistische opmerkingen te maken.

Toen we de juf vertelden dat we Benjamin op een andere school deden, zei ze dat ze zich dat wel kon voorstellen. Die opmerking vond ik vreemd. Zij had er toch iets aan kunnen doen? Zij had de ouders toch kunnen aanspreken op het gedrag van hun kinderen?

Het is al met al voor ons gezin een nare ervaring geweest. Maar toch voelen we geen wrok. Mijn vader heeft altijd gezegd: ‘Je zult in je leven meemaken dat je wordt gediscrimineerd. Maar probeer dat te zien als iets waarvan je kunt leren. En onthoud dat niet alle mensen zo zijn.’ Dat probeer ik Benjamin ook uit te leggen. Niet alles wat mensen zeggen is waar. En ik zeg: Je moet er boven staan. Je mag nooit haat tegen mensen koesteren. Ook niet tegen mensen die vinden dat Wilders een kanjer is.

Renate van der Zee