John-Joan-John

Al in de baarmoeder wordt bepaald of een mens mannelijk of vrouwelijk gedrag gaat vertonen.

Niets lijkt simpeler dan bij de geboorte te zien of de baby een jongetje of een meisje is. Bij de bevruchting staat het al vast: twee XX chromosomen worden een meisje en één X en één Y chromosoom worden een jongetje. Het Y chromosoom van het jongetje zet een proces op gang waardoor het mannelijke hormoon testosteron wordt gevormd. De zwangerschap bij de mens duurt 40 weken. Tussen de zesde en twaalfde week ontwikkelen de geslachtsorganen van het kind zich in mannelijke of vrouwelijke richting door de aan-, of afwezigheid van testosteron. Vervolgens differentiëren de hersenen zich in mannelijke of vrouwelijke richting in de tweede helft van de zwangerschap, doordat het jongetje dan een piek van testosteron produceert en het meisje niet. In deze periode wordt het gevoel man of vrouw te zijn, onze genderidentiteit, voor de rest van ons leven vastgelegd in onze hersenstructuren.

Dat onze genderidentiteit al wordt bepaald in de baarmoeder is nog niet zo lang bekend. In de jaren 1960-1980 werd gedacht dat het kind als een blanco lei geboren werd en dat het gedrag vervolgens door de maatschappij in de mannelijke of vrouwelijke richting werd gestuurd. Dit had grote consequenties voor de behandeling van een pasgeborene met een onduidelijk geslacht. Het deed er niet toe welk geslacht je voor het kind koos, dacht men, als de operatie maar snel na de geboorte plaatsvond. De omgeving van het kind zou vervolgens wel zorgen dat de genderidentiteit zich aanpaste aan het geslachtsorgaan. Patiëntenverenigingen maken pas sinds kort duidelijk hoeveel levens er verwoest zijn door operatief een geslacht te maken dat later niet overeen bleek te komen met de genderidentiteit zoals die voor de geboorte in de hersenen tot stand is gekomen. Het verhaal van John-Joan-John maakt ook duidelijk hoe mis het kan gaan door dit concept. Toen een jongetje (John) door een verschrikkelijke fout in de operatiekamer op de leeftijd van acht maanden zijn penis verloor bij een kleine ingreep (de voorhuid van de penis werd verwijderd omdat de opening te klein was), besloot men er een meisje (Joan) van te maken. De testikels werden vóór de leeftijd van 17 maanden verwijderd om de vervrouwelijking te vergemakkelijken. Het kind kreeg meisjeskleding, psychologische begeleiding van prof. Money in Philadelphia en oestrogenen in de puberteit. Money beschreef dit als een groot succes: de ontwikkeling van dit kind zou normaal vrouwelijk zijn. Echter, in volwassenheid keerde Joan terug naar het mannelijke geslacht, trouwde en adopteerde een paar kinderen. Helaas verloor hij uiteindelijk zijn geld op de beurs, scheidde en pleegde in 2004 zelfmoord.

Dit trieste verhaal laat zien hoe sterk de programmerende invloed op onze hersenen in de baarmoeder is. Het verwijderen van de penis en testikels, psychologische begeleiding en oestrogenen in de puberteit hebben de genderidentiteit van dit kind niet kunnen veranderen.

Dat testosteron inderdaad verantwoordelijk is voor de differentiatie van onze geslachtsorganen en hersenen in mannelijke richting blijkt bij het Androgeen Ongevoeligheid Syndroom. Hierbij wordt wel testosteron geproduceerd, maar het hele lichaam is er ongevoelig voor. Daarom differentiëren zowel de uitwendige geslachtsorganen als de hersenen in vrouwelijke richting. Ook als zij genetisch man zijn (XY) worden de lijders aan dit syndroom heteroseksuele vrouwen. Omgekeerd groeit bij meisjes die in de baarmoeder aan een hoge dosis testosteron zijn blootgesteld de clitoris zo sterk uit dat ze bij de burgerlijke stand soms als een jongetje worden aangegeven. Praktisch al deze meisjes krijgen het vrouwelijk geslacht. Maar twee procent van hen blijkt later toch in de baarmoeder een mannelijke gender-identiteit te hebben ontwikkeld. In die zeldzame gevallen waarin het kind een onduidelijk geslacht heeft en het niet zeker is of de hersenen zich in mannelijke of vrouwelijke richting hebben ontwikkeld, kan men een voorlopig geslacht voor het kind kiezen. Maar definitieve ingrepen om er een jongetje of meisje van te maken moet men soms uitstellen totdat het gedrag van het kind duidelijkheid biedt.

De Rotterdamse kinderurologe Katja Wolffenbuttel heeft laten zien dat zelfs een operatie reversibel gedaan kan worden. Nederland kan bij alle delicate aspecten die horen bij zo’n behoedzame strategie een voortrekkersrol spelen.

Dick Swaab

Dick Swaab is hoogleraar in de neurobiologie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is verbonden aan het Nederlands instituut voor Neurowetenschappen. Reacties en vragen kunt u sturen naar Zbrieven@nrc.nl