‘Jij werkt nu voor ons’

Een bende vrouwenhandelaren terroriseerde negen jaar lang prostituees, klanten en middenstanders in Amsterdam. Deze week begon het proces tegen de bendeleiders. Probleem: veel slachtoffers werken niet mee met de politie. „Ik ben weer gebruikt.”

‘Nuri T. vertoont zich hier niet meer, sinds hij in 2004 naar Turkije vluchtte. Maar de groep die voor en met hem werkte, is nog steeds actief. Sinds Hasan en Saban B. zijn opgepakt, houden ze zich opvallend koest.” Dat vertelt Patsy Sörensen, directeur van Payoke, een Belgische organisatie die slachtoffers van mensenhandel helpt. Nuri T. is een van de kopstukken van een goed georganiseerde, zeer gewelddadige mensenhandelbende. Twee andere leiders, de Turks-Duitse broers Hasan en Saban B., staan sinds woensdag in Almelo terecht, samen met nog vier verdachten. Dit is de grootste mensenhandelzaak die Nederland ooit heeft gekend.

Terwijl de Turkse broers vastzitten, geeft de voortvluchtige Nuri T., alias Munti, nog steeds leiding aan een groep pooiers in het Schipperskwartier, de rosse buurt van Antwerpen. Politiemensen en medewerkers van hulporganisatie Payoke zien de laatste jaren steeds vaker vrouwen die werken voor Duits-Turkse mannen. Ze komen uit Keulen, Dortmund, Essen en Mannheim. „Zeker tien vrouwen werken voor de groep in Antwerpse bordelen. Handlangers van Nuri T. regelen voor hem het vervoer en onderdak van de vrouwen en houden hen in de gaten. De politie doet er weinig tegen, want ze veroorzaken geen overlast. „Hen aanpakken heeft dus geen prioriteit”, zegt Sörensen.

De bende B. begon klein, met slechts één vrouw. Nuri T. komt omstreeks 1998 met zijn destijds achttienjarige vrouw Michaëla T. vanuit Mannheim naar Amsterdam. Ze logeren in het Turkse Hotel Mevlana aan de Nieuwezijds Voorburgwal. Hij laat haar werken op de Wallen. Na enige tijd seint Nuri T. zijn neven Saban en Hasan in; er ligt een markt in de rosse buurt. Zij arriveren enige maanden later met enkele vrouwen. Om een plek te veroveren, vechten ze eerst een territoriumstrijd uit met rivaliserende bendes. Langzamerhand begint de groep op te vallen in de buurt. Ze rijden rond in opzichtige Porsches en lijken te beschikken over een onuitputtelijke bron aan vrouwen, vooral uit Oost-Europa. Maar ook veel Duitse en Nederlandse meisjes werken voor de groep. De paspoorten van de Duitse meisjes zijn bijna allemaal uitgegeven in Mannheim, de thuisbasis van de familie B. Moeder en zus wonen daar nog steeds.

Ook de fysieke verschijning van de neef en de twee broers valt op. Ze bezoeken regelmatig boksgala’s in Amsterdam, waar ‘free fights’ worden gehouden. De drie slikken anabolen en zien er vervaarlijk uit. De jongere broer Saban is volgens sommige vrouwen op de Wallen een „oerlelijke kleerkast”. Beresterk en gewelddadig. Hij zat in Turkije in het leger. Ook Nuri T. zou geweld niet schuwen. Hij is breed en lang. Op zijn rug hangt een lange paardenstaart. De vrouwen vinden hem knap. Ook de oudere broer wordt beschouwd als een knappe man. Een charmeur met hersenen, Hasan zou het zakelijk inzicht hebben. „Hij was rustig”, vertelt Miranda, die een tijd naast de Albanese vrouw van Hasan werkte. „Hij regelde bijvoorbeeld papieren voor de belasting. Maar hoe rustiger, hoe meer invloed, hoe gevaarlijker, is mijn ervaring.”

In 2002 loopt hun handel dermate goed dat ze twee zaken kopen op de Wallen: de kroeg Harley Heaven en King Döner aan de Monikkenstraat. Nancy, een Duitse vrouw met grove gelaatstrekken, lage stem en forse lichaamsbouw staat in de kroeg achter de bar. Zij werkte al voor zichzelf in de rosse buurt voordat de mannen verschenen. „Jij werkt nu voor ons”, werd haar gezegd. Dit werd het handelsmerk van de bende. Ze bedreigen en intimideren meisjes, pooiers, klanten en ondernemers totdat ze overstag gaan. De prostituees dragen hun inkomsten af. Pooiers blijven weg uit de buurt. Klanten en ondernemers doen geen aangifte van mishandeling en bedreiging.

De politieagenten Hans en Ron van het bureau Beursstraat zagen veel maar konden weinig doen. De politie gaf weinig prioriteit aan het opsporen van vrouwenhandel. Op aandringen van de agenten start in 2003 toch een onderzoek naar de bende, onder de naam Sfinx. Een half jaar later arresteert de politie Hasan, Saban en Nuri, maar enkele uren later staan ze lachend weer op straat. Er was onvoldoende bewijs tegen hen verzameld. „Een fantastisch fiasco”, omschrijft Hans de gang van zaken.

Medio 2004 maken Hans en Ron zich zorgen over een Marokkaans meisje met een Belgisch paspoort. Ze heeft dreadlocks en blauwe linten door het haar gevlochten. Ze spreekt zacht en glimlacht. „Nee, er is niets met me aan de hand, ik heb geen last van pooiers of andere mannen,’ legt ze de agenten uit.” Diezelfde agenten hebben net haar bezorgde zus aan de telefoon gehad, die vroeg of ze het meisje konden beschermen: ze liep groot gevaar. Enige weken later is ze verdwenen. De Turken kopen haar van een rivaliserende bende.

De bende bedreigt niet alleen meisjes en pooiers. Ook de plaatselijke middenstand wordt aangepakt. Als Nuri T. in een lokale kroeg een vrouw probeert te versieren en problemen krijgt met haar man en de kroegbaas, schakelt hij zijn maten in. In de uitvalsbasis van de groep, de kroeg Harley Heaven, hangen meestal wel handlangers rond. Een paar dagen later brengen ze een bezoekje aan de bar. De uitbater krijgt tikken en is zo bang gemaakt dat hij geen aangifte van mishandeling en bedreiging doet.

Geregeld worden klanten in elkaar geslagen. Een Australische klant die niet genoeg geld betaalt, krijgt een paar potige types voor zijn neus. Ze maken hem zijn creditcard afhandig, ontfutselen zijn pincode en lopen vervolgens luid lachend naar de pinautomaat op de Nieuwmarkt, waar ze 3.000 euro van zijn rekening halen. Een agent die alles ziet, haalt de man over om aangifte te doen. Later trekt hij die weer in.

Maar niet iedereen schikt zich als een mak lam naar de wensen van de bende. Amanda werkt in de Bethlehemsteeg voor een Turks-Nederlandse pooier. Op een dag krijgt ze bezoek van een breedgebouwde Turkse man met een Duits accent. Na de seks haalt hij een grote stapel geld uit zijn broekzak, hij legt vele malen het gebruikelijke bedrag op tafel, kijkt haar strak aan en zegt: „Je werkt nu voor ons.” Amanda zegt hem dat ze al een vriendje heeft. Saban geeft haar zijn telefoon: „Bel hem maar dat je nu voor ons werkt.” Ze weigert. Saban waarschuwt dat ze daar problemen mee gaat krijgen. Als haar vriend in elkaar wordt geslagen, stapt Amanda naar de politie. Ze sturen haar terug met de boodschap: „Alleen je vriend kan aangifte van bedreiging doen,” Enige tijd later krijgt Amanda een klant. Ze hebben seks. Hij betaalt. Zij draait zich om waardoor ze de klap niet ziet aankomen. De man slaat haar tegen het hoofd en als ze half bewusteloos op het bed ligt, slaat hij haar dertig keer met een riem met spikes. Haar rug ligt open. Een vriend brengt haar bloedend en strompelend naar het politiebureau, waar ze aangifte doet.

Justitie schildert de bende af als een strikt hiërarchisch georganiseerde onderneming. Onder de broers en neef staat een handvol pooiers die ieder een taak heeft. Coördinatie van prostitutieactiviteiten in Nederland, België en Duitsland. Leiding van de lijfwachten. Regelen van valse documenten en van borstvergrotingen en abortussen. Een tree lager staan de lijfwachten en daar weer onder de chauffeurs en andere hulpjes.

De handlangers vormen een bont gezelschap. Pooier Chiko loopt op de Wallen rond met een Rottweiler. Hij haalt het geld op. Arolt, een Duitse spierbundel met kaalgeschoren hoofd, is verantwoordelijk voor het halen en brengen van de meisjes. Hij is erg agressief en komt geregeld in opstootjes terecht. Als hij in 2005 ruzie krijgt met de broers, belooft hij terug te komen met een bus skinheads om ze een lesje te leren. De politie die de plannen via telefoontap opvangt, onderschept de bus bij de grens.

De broers bouwen hun handel gestaag uit. Ze rouleren vrouwen in Alkmaar, Utrecht, Den Haag en Antwerpen. Het geld dat ze verdienen – door Justitie geschat op 19 miljoen euro – investeren ze in nieuwe sekshuizen in Duitsland en onroerend goed in Turkije. Medio 2004 voelen de broers B. zich heer en meester van de Wallen. „Loop door”, zegt een prostituee tegen Saban als hij te lang voor haar raam staat. „Ik doe wat ik wil”, antwoordde Saban. „Ik ben hier de baas in de buurt.”

De vrouwen zijn de zwakste maar tegelijkertijd de belangrijkste schakel in het proces. Justitie schildert hen af als slachtoffers van buitensporig geweld en uitbuiting. Maar zo eenduidig is hun positie niet. Er lijken twee groepen vrouwen te zijn. De ‘liefjes’ van de pooiers krijgen allerlei privileges. Zij steunen ‘hun’ mannen door dik en dun. Dit leidt tot onderlinge afgunst. De ‘liefjes’ komen allemaal over als sterke en slimme vrouwen. „Niet als zielige slachtoffertjes zoals je wel ziet met loverboys”, zegt Miranda die al jarenlang zelfstandig op de Wallen werkt. „Ik snap niet dat ze zich zo lieten mishandelen.”

De vriendinnen hebben binnen de groep een bevoorrechte positie. Ze zijn ook van strategisch belang. Zij staan achter ramen aan de Oudezijds Voorburgwal en Achterburgwal, een uitgekiende positie om de andere ramen in de gaten te houden waar de Oost-Europese vrouwen staan, van wie de meesten als ‘tweederangs’ worden gezien.

De Oost-Europese vrouwen krijgen veelal minder vrijheid en luxe dan de liefjes. Een Poolse vrouw ontsnapt uit de klauwen van de bende en doet aangifte van vrouwenhandel bij de Amsterdamse politie, zo blijkt uit een uitzending van Netwerk. Handlangers staan niet veel later op de stoep bij haar moeder. Ze moet haar dochter overhalen de aangifte in te trekken, anders blazen ze haar huis op.

Onder de liefjes is S. de belangrijkste spin in het web. Zij is opgeklommen tot de toekomstige vrouw van Saban. Zij betaalt de advocaatkosten en bezoekt Saban elke week. S. zit op de eerste rij van de publieke tribune als Saban in regiezittingen voor de rechter moet verschijnen. In haar nek staat zichtbaar zijn naam getatoeëerd. Saban, keurig gekapt en in zwart pak, draait zich continue naar haar om. Bij het begin van het proces afgelopen woensdag zit ze ook weer op de publieke tribun, samen met twee andere vrouwen.

S. is er van overtuigd dat haar partner snel vrijkomt. Dan staat hun huwelijk niets meer in de weg. Op haar website kondigt ze de trouwplannen aan. Een foto van het stel staat pontificaal op de homepage van de site. S. en Saban staan innig verstrengeld op een strand in Turkije. Ze kijken lachend naar de fotograaf, zij in een roze jas, hij heeft zijn enorme gespierde en getatoeëerde armen om haar heen geslagen.

De voorgeschiedenis van de twee was niet zo zoet, weet Amanda die in de Bethlehemsteeg werkte. „S. zit al sinds haar zestiende in de prostitutie. Ze is daardoor in een jeugdinrichting terechtgekomen. Ze komt uit een crimineel gezin.” Op een dag staat Saban voor haar neus en verkondigt dat ze voor hem gaat werken. Hij dumpt zijn vriendin M. om een liefdesrelatie met S. te beginnen. Hij koopt cadeautjes, legt haar in de watten. Amanda: „Ze was smoorverliefd.” Kort daarop begint het geweld. Zij moet meer voor hem verdienen. Hij ziet er op toe dat ze ’s middags, ’s avonds en ’s nachts werkt. Steeds vaker ziet Amanda blauwe plekken op S.’ lichaam. „Stop ermee”, zei Amanda tegen haar. „Doe aangifte en ga voor jezelf werken.” Maar S. lijkt wel behekst. „Ik hou zo van hem, hij is mijn mannetje”, antwoordt ze.

Ook andere vrouwen blijven hun vriendjes trouw, ook al worden ze mishandeld. Een Ierse vrouw die een relatie heeft met pooier Chiko wordt geregeld geslagen met een honkbalknuppel. Ze doet aangifte. Maar als ze later wordt opgeroepen als getuige, ontkent ze alles. De officier van justitie sluit haar enkele dagen op wegens meineed.

Justitie worstelt met deze complexe zaak. Zeventien vrouwen hebben belastende verklaringen afgelegd tegen de bende. Maar een deel van de vrouwen heeft de verklaringen alweer afgezwakt of ingetrokken. En de meeste vrouwen ontkennen glashard. Waarom ze zich zo gedragen is onduidelijk. Angst, verklaart Justitie. Nee: liefde. Of: het waren gewone werknemers, beweert de verdediging.

Amanda deed wel aangifte en trad onlangs op als getuige in het vooronderzoek. Maar als het aan haar ligt, trekt ze haar verklaring terug. „De dag nadat ik aangifte had gedaan van mishandeling, kwam Saban bij me langs. Ik moest de aangifte intrekken, of anders. Ik was bang en wilde mijn aangifte ongedaan maken, maar dat kon niet meer. De officier van justitie verzekerde me dat ze me anders van mijn bed zouden lichten en zouden vasthouden.”

Nadat ze de verklaring had afgelegd, kreeg ze geen nazorg, geen bescherming. Ze kon de bus terug naar huis pakken. Thuis vertelt ze: „Ik ben gewoon weer gebruikt, dit keer door Justitie. Vier uur lang moest ik foto’s herkennen en vragen beantwoorden. Maar wat schiet ik er mee op? Ik ben nu alleen maar bang.”

Rectificatie / Gerectificeerd

Vrouwenhandel

Aan het slot van het artikel Jij werkt nu voor ons over vrouwenhandel op de Amsterdamse Wallen (31 mei, Zaterdag &cetera) ontbrak een voetnoot. Hierin stond dat de namen van enkele geciteerde vrouwen om veiligheidsredenen gefingeerd waren.