Je en jij

Van verscheidene kanten ben ik er op attent gemaakt dat er voor ons woord gezellig in andere talen woorden van dezelfde betekenis bestaan. In Zweden, Duitsland en Engeland kunnen de mensen het ook gezellig hebben, precies als bij ons, en daar hebben ze hun eigen woord voor. Ik dank de e-mailers. Dat ik toch een paar kanttekeningen maak, betekent niet dat ik aan hun deskundigheid twijfel.

Gezellig verwijst naar warmte, elkaar goed kennen en vertrouwen, een toestand van intimiteit. Als jongen van een jaar of twaalf heb ik de trilogie van de Noorse schrijver Trygve Gulbranssen verslonden, Winden waaien om de rotsen, En eeuwig zingen de bossen, De weg tot elkander. Het leven van de oude Dag en de jonge Dag, liefde, geluk, tragedie, veel aangrijpend drama, een meisje met rood haar dat Adelheid heet. Maar vooral herinner ik me de geweldige gezelligheid die daar aan de fjorden heerste. In mijn voorstelling had gezelligheid met de temperatuur van de buitenlucht te maken. In die tijd had je strenge winters. ’s Avonds na het eten nog een kopje thee met een koekje en een potje ganzeborden. De theepot stond op een theelichtje. De poes lag te slapen. Gezelligheid van deze orde was een warme koepel, bestaande uit ontelbare details.

Best mogelijk dat die gezelligheid zich heeft gehandhaafd. Maar parallel daaraan heeft zich dan langzamerhand een andere Nederlandse cultuur ontwikkeld. Tientallen jaren geleden is het heel klein begonnen. Vooruitstrevende jongeren meldden zich met hun voornaam als ze werden gebeld. ‘Met Jan.’ Of: ‘Jan!’ Nu hoort het zo, althans, je kijk er niet meer van op. Daarna raakte in sommige kringen het u in verval. Beroepshalve was ik eens op een congres van progressieve christenen. Alle aanwezigen spraken elkaar met jij aan, waarbij ze een intieme intonatie hadden en elkaar vertrouwelijk aankeken. Op een andere manier word je nu ook aan de kassa van de supermarkt getutoyeerd.

In Duitsland is er een groot verschil tussen Sie en du. In Frankrijk is het tutoyeren aan strenge, ongeschreven regels gebonden. De Vlamingen blijven lang u zeggen, ook nog als ze de aangesprokene goed kennen. Iemand met u aanspreken is een vorm van beleefdheid, en beleefdheid kun je weer opvatten als een systeem van zelfverdediging: ik ken u niet, dus kom mij niet te na. En vroeger onderscheidden de hogere klassen zich door hun omgangsvormen. Daar wisten ze beter ‘hoe het hoorde’. En als je het niet wist, kon je een boek kopen waaruit je het allemaal kon leren: Hoe hoort het eigenlijk, van Amy Groskamp-Ten Have. Er zijn nog wel, of zelfs steeds grotere verschillen in inkomen, maar onder het dagelijks gebeuk van de televisie is de oude klassenmaatschappij door de jaren heen verdwenen.

Tussen haakjes: ik zeg dit allemaal waardevrij. Ik beweer niet dat het vroeger beter was, of slechter.

De ontwikkeling van de beleefdheid zie je ook in de gebarentaal. Kwam je op straat iemand tegen die je niet al te goed kende en voor wie je waardering had, dan nam je je hoed af. Hoeden zijn zeldzaam geworden, alleen minister Plasterk heeft er nog een. Jongens hebben baseballpetjes die ze graag met de klep in de nek dragen. Dit alleen al belemmert het afnemen, als ze daartoe al de neiging zouden hebben. Het universele gebaar van deze tijd is het opsteken van de rechter middelvinger; symbolisch voor de ontwikkeling van de omgangsvormen.

De afgelopen twintig jaar zijn de Nederlanders steeds nader tot elkaar gekomen. Eén van de oorzaken is de afbrokkeling van de oude beleefdheid. Als verdediging werkt beleefdheid alleen als de wederpartij zich min of meer op dezelfde manier gedraagt. Dan laten de twee elkaar zoveel mogelijk met rust. Dit wederzijds met rust laten hoort tot de verouderende omgangsvormen. Het genre dat emotieteevee heet, specialiseert zich in het openbare uitpakken van de intiemste zieleroerselen. En lees bijvoorbeeld eens de internetkrant GeenStijl. Daar zie je hoe ver de culturele revolutie is gevorderd. Wij hebben de paradox van de afzeikbeschaving tot ontwikkeling gebracht.

In mijn stukje van vorige week heb ik geschreven dat je De Gouden Kooi kunt zien als een uiterste, absurde vorm van de oorspronkelijke Nederlandse gezelligheid. De nationale en toch intiem gebleven cultivering van de onbeschoftheid, waaraan bovendien alle partijen geld verdienen. Het imperialisme van de intimiteit op de televisie. Dat is typisch Nederlands. Big Brother is wel aan het buitenland verkocht maar daar niet uitgevonden. En De Gouden Kooi is even Hollands als vroeger de klomp.