‘Je aanpassen is bij het oude alles laten’

Topman Ben Verwaayen grijpt elke kans aan om te verkondigen hoe het beter kan in Nederland. Gaat hij dus nu de politiek in? „Waarom mag ik er alleen over meepraten als ik meedoe?”

Vandaag is Ben Verwaayen (1952) nog de gevierde topman van BT, voorheen British Telecom. Maar morgen, 1 juni, is hij dat niet meer. Hij gaat weg, na zes jaar. Een goede leider, zegt hij, moet niet te lang op zijn plek blijven zitten. En nu? Wordt het de politiek?

Je zou het wel van hem verwachten. Hij zat tien jaar in het hoofdbestuur van de VVD. Hij schreef het VVD-programma voor de verkiezingen van 2006. Hij meent te weten wat er in Nederland allemaal beter kan, en praat daar graag over op televisie. Hij is bevriend met ex-minister Henk Kamp en eurocommissaris Neelie Kroes en nog veel meer VVD-prominenten. Hij heeft bewezen – eerder bij KPN, ook weer bij BT – dat hij echt iets kan veranderen. Maar wat zegt hij?

„Reken er maar niet op.”

Waarom hij het niet wil en misschien wel zou moeten willen – daar gaat dit gesprek over. Het is 16 mei, de dag nadat hij zijn laatste jaarcijfers bij BT heeft gepresenteerd en die in eenenveertig interviews heeft toegelicht. Eenenveertig. Maar denk niet dat het aan hem te merken is. Deze man doet nooit wat anders dan praten, praten, praten – door de telefoon, per e-mail, op televisie, overal. Praten is zijn vak. Niet managen, zegt hij. Dat doen anderen voor hem.

Daar komt hij binnen, snel, snel, snel, half zeven ’s avonds in het Amstel Hotel in Amsterdam, net overgevlogen uit Londen en op weg naar zijn dochter. Dit tweeënveertigste interview kon er net tussen. Hij gaat zitten alsof hij alle tijd heeft, glimlachend, ontspannen. Het lijkt op openheid – maar wel de openheid van iemand die geen woord meer zegt dan hij wil zeggen. „Vijf kwartier”, zegt hij door zijn telefoon als zijn kleinzoon hem belt. En ja hoor, om kwart voor acht rent hij weg.

U staat erom bekend dat u altijd bereikbaar bent en iedereen altijd meteen antwoord geeft. Hoe leuk is dat?

„Daar is weinig leuks aan, maar wat je ziet, is niet wat het is. Daarachter zit waar het echt om gaat, en dat is dat ik mensen motiveer en inspireer. Ik zet de toon. Ik bepaal de normen en waarden. Als ik achter elke e-mail aanga, ook achter die van een huisvrouw ver buiten Londen, dan doen anderen het ook. Als ik toegankelijk ben, dan is het bedrijf dat ook.”

Wat zegt u als u mensen wilt motiveren?

„Ik praat met ze over wie ze willen zijn. Een van de 65.000 toeschouwers in het stadion bij een voetbalwedstrijd? Of een van de tweeëntwintig spelers? Ben je een speler, dan praat je over ‘we’, niet over ‘ze’. Dan ben je geen buitenstaander, je voelt je verantwoordelijk. Die keuze leg ik mensen elke dag weer voor, op elk podium, in alle gesprekken.”

En dat werkt?

„Ik heb elke veertien dagen een werkontbijt met de jonge guppen van BT en dan vraag ik ze wat ze dachten toen de brief waarin stond dat ze aangenomen waren op de deurmat plofte. Wat wilden ze bereiken? Wat zijn ze sindsdien kwijtgeraakt?” Al is hij bijna weg bij BT, hij praat in de tegenwoordige tijd. „Mensen hebben de neiging om zich aan te passen aan hoe ze denken dat het hoort in een onderneming, aan het gecodeerde gedrag. Dus vraag ik of ze wel eens binnenlopen bij de baas van hun baas. Nee? Waarom niet? Je denkt dat ze het niet op prijs zou hebben gesteld? Hoe weet je dat?”

Let op dat terloopse ‘ze’.

Wat is er verkeerd aan aanpassen?

„Als iedereen het doet, leidt de inflow van nieuwe mensen niet tot nieuwe ideeën. Dan verandert er nooit wat.”

Hij zegt dat hij iemand is die een spa in de grond steekt en er dan hard aan gaat schudden: de boel omwoelen en opschudden, dat is wat hij wil. Hij zegt ook dat hij altijd de neiging heeft gehad om anders te kiezen dan de anderen.

Dus koos u in 1968, op uw zestiende, voor de VVD.

„Ja.”

Waarom?

„Ik zat nog op school en er was een avond belegd over drugsgebruik, waarom jongens en meisjes daar zo in geïnteresseerd waren. Maar we bleken eerst een film te krijgen over Feyenoord tegen Benfica. Ik stond op en ik zei er wat van. ‘Wat is dit?’ En toen bleek dat Tuynman in de zaal zat, die destijds voor de VVD in de Tweede Kamer zat, en die vroeg me na afloop of ik een keer een kopje thee bij hem kwam drinken. Hij vertelde me wat het liberalisme inhield.”

Hoe vond u dat?

„Geweldig om bij een Kamerlid thuis te komen. Later werd Tuynman minister van Verkeer en Waterstaat.”

U voelde zich ook inhoudelijk aangetrokken?

„Ja, door de nadruk op de verantwoordelijkheid van het individu. Dat is voor mij een belangrijke politieke keuze: wel of niet denken in kansen voor het individu. We praten over een tijd waarin collectiviteit gezien werd als de manier om problemen op te lossen. Dat was het algemene gevoel in de samenleving. Ik voelde me daar niet lekker bij. Ik had toen ook al de individuele approach.”

Maar u koos niet voor de politiek.

„Ik ben in 1983 wel in het hoofdbestuur van de VVD gegaan, in de roerige jaren met Wiegel en Nijpels en Bolkestein, verschuivingen in de achterban. En dan met je neus vooraan staan, overal bij betrokken zijn. Je leert wat politiek gezien werkt en niet werkt, wat het uitmaakt of je in het kabinet zit of in de oppositie, wat mensen effectief maakt, en hoe het is als je geparachuteerd wordt van buiten de politiek. We hadden bijvoorbeeld Pieter Winsemius, die heel knap was (hij kwam van het managamentadviesbureau McKinsey – red.), maar in de politiek nul ervaring had en ik heb gezien...”

Nu let hij goed op zijn woorden.

„...hoe hij zijn weg moest zoeken. Ik zag mijn vrienden Hermans en Nijpels en Franssen gegrepen worden door de politiek en er hun beroep van maken. Maar ik heb het niet gedaan, gelukkig.”

Gelukkig?

„In het bedrijfsleven gaat het om resultaat, het proces is secundair. In de politiek is het andersom. Dat past niet bij mij. Daarbij, in de politiek is er nul respect voor tijd. Je zit te vergaderen, Marietje steekt haar hoofd om de deur. ‘Hé, Marietje, kom erbij.’ Marietje gaat zitten en mag ook zeggen wat ze te zeggen heeft. Het een is niet beter dan het ander, maar ik zoek mijn heil liever in een omgeving waar het resultaat telt.”

U neemt elke kans om te verkondigen hoe het beter moet in Nederland. U zou ook uw verantwoordelijkheid kunnen nemen.

„Ik wil graag benadrukken dat de publieke zaak en de politiek twee verschillende dingen zijn. En het publieke debat is iets anders dan het politieke debat. Maar weinig mensen van buiten de politiek mengen zich in het publieke debat, terwijl er zeer belangrijke onderwerpen zijn waar dat debat over zou moeten gaan. De globalisering. Het klimaat. Europa. Ik behoud me het recht voor om daar iets van te vinden. De politiek zou er ook iets van moeten vinden. Maar het gebeurt niet.”

Dé politiek?

„Als ik daar over begin, ben ik niet meer aardig. Ze zijn bezig met dingen als het afschaffen van de koopzondag. Ze bemoeien zich met de opvoeding van kinderen tot ver achter de voordeur.”

Zé?

Hij praat door. „Het is gordijnen dicht en terug naar de jaren zestig. Jongens!”

Waar komt het vandaan?

„In tijden van grote onzekerheid gaan mensen terugkijken. Ze trekken naar de flanken, links en rechts. Aan de ene kant staat Marijnissen die zegt dat het allemaal menselijker moet. Aan de andere kant hebben we Wilders die de schuld aan de buitenlanders geeft, of een Rita Verdonk die ‘aanpakken’ zegt. Ja, aanpakken. Maar wat dan? En hoe? Ze hebben alledrie veel appeal en ze hebben ook wel een beetje gelijk. Maar in de politiek gaat het erom dat je afwegingen maakt en oplossingen verzint. En dat gebeurt niet. De PvdA maakt zich druk om de kiezers die naar de SP lopen en denkt: wij gaan ook naar Oss. En de VVD ziet dat ze op rechts verliezen en denkt: wij gaan ook die stevige taal uitslaan.”

Hoe moeten de VVD en de PvdA hun kiezers anders terugkrijgen?

Geïrriteerd: „Dat is de vraag niet. Je komt er niet als je in een kramp blijft zitten en angstig naar de flanken blijft staren. Je moet er iets tegenover stellen. Ik denk vaak aan de president van Finland (hij bedoelt Martti Ahtisaari – red.) die het land in de jaren negentig moderniseerde, omdat het niet kon blijven drijven op de houtindustrie. Hij wist dat het hem impopulair zou maken en dat hij niet herkozen zou worden. Maar hij keek niet naar de peilingen. Hij deed wat hij vond dat hij moest doen. En Finland werd vooraanstaand in technologie.”

Waarom doet u het niet met Nederland?

„Daar vertel ik het niet om. Ik vertel het om te laten zien dat je politici nodig hebt die concepten hebben, en die vervolgens ook kunnen vormgeven. Waarom zou ik er alleen over mogen praten als ik wil meedoen met de vormgeving? Waarom?”

Omdat u bij KPN en BT hebt bewezen dat u organisaties kunt veranderen.

„Als je een tweepartijenstelsel hebt waarbij je weet: als ik win, dan kan ik gaan waarmaken wat ik wil...” Hij maakt zijn zin niet af. „Maar Nederland heeft een ander systeem. Na verkiezingen moet hier altijd een coalitie worden gevormd en dan is het de vraag of je wat jij wilt nog wel kunt doen.”

U gaat de politiek niet in omdat u denkt dat u te weinig macht zou krijgen?

Geen antwoord.

U zou het alleen doen als u zeker wist dat de omstandigheden zo zouden zijn dat u zou slagen?

Nu begint hij over de voordelen van coalitievorming. „De Zwitsers hebben een systeem dat ervan uitgaat dat domme fouten altijd in the spur of the moment gebeuren, dus ligt er daar altijd vijf jaar tussen bedenken en uitvoeren. Wij hebben een systeem waarbij altijd compromissen gesloten moeten worden, en daar heb je een bepaald soort mensen voor nodig.”

Niet uw soort.

„Nee.”

U zou het ook kunnen zien als uw verantwoordelijkheid.

„Ik neem mijn verantwoordelijkheid. Ik ben voorzitter van de climate board in de UK. We doen voorstellen waarmee we onszelf in staat kunnen stellen om klimaatverandering en economische groeimodellen met elkaar te verbinden.”

Zou u een nieuwe partij willen vormen met mensen uit de VVD, PvdA en D66?

„Nee, nee. Het probleem zit niet in de structuur, die is in orde. Ga nou gewoon aan het werk. Ga in het centrum van de politiek vaststellen wat de concepten zijn en...”

Maar dat centrum is er straks niet meer.

„Dat hele idee dat het centrum wordt leeggezogen, dat is precies de kramp waar ik het over heb. Hallo. Er zijn hier elke dag peilingen. Elke dag. Hou op om ernaar te kijken. Gewoon ophouden. Je hebt een mandaat voor vier jaar. Ga het doen!”

Wat doen?

„Een antwoord geven op de concurrentie uit China en India, op het veranderende klimaat, op Europa.”

Precies waar mensen zo weinig mogelijk van willen horen.

„Ja, en waarom? Omdat het verhaal hun wordt verteld als een ramp. ‘U hebt een houtfabriek, maar helaas, het hout komt voortaan uit het buitenland en de tarieven gaan omlaag, u heeft geen toekomst meer’. Het antwoord is dat wij geen hout meer moeten willen verkopen, maar design. In het bedrijfsleven is dat heel normaal hoor. Bij Philips gaat het allang niet meer om televisies, het gaat om medische apparatuur. En zo moet een samenleving ook veranderen. En dan niet door ‘oh, oh, oh’ te roepen, of door buitenlanders de schuld te geven. Nee, je hebt leiders nodig die mensen kunnen motiveren en inspireren.”

Ziet u die leiders in de Nederlandse politiek?

Nonchalant: „Ach, het zijn allemaal prima mensen.”

Maar leiders?

„Ik ga geen lijstje maken met rapportcijfers. Ik kijk naar het grotere plaatje.”

Is Mark Rutte een leider?

„Ik zie hem moeilijke beslissingen nemen en toch rechtop blijven staan. Hij is jong, maar hij weet dat hij moet leren. Hij luistert, maar hij is eigenwijs waar het moet. Ik denk dat hij goed op weg is. Ik heb er vertrouwen in.”

Opeens relativerend: „Je kunt ook aan mij vragen waar ik het eigenlijk over héb, met mijn kritiek op de politiek. Nederland heeft een hogere economische groei dan de VS en de UK. Daar gaat het helemaal niet zo goed.” Maar dan: „Het gaat mij erom dat we gaan kijken naar kansen en mogelijkheden. Niet om te verdedigen wat we hebben.”

Komt het nog goed met Nederland?

„Natuurlijk. Nederland is een hartstikke goed land.”

Een land waar de partij van Rita Verdonk op nummer twee staat in de peilingen.

„In de peilingen, ja.”

En als ze wint?

„Dingen gaan zoals ze gaan. Niemand heeft bij de VVD een draaiboek geschreven waarin staat dat Rita eruit moest. Toch is het gebeurd. Nou. Goed. Dat is dan zo. Over tot de orde van de dag. En als ze wint, ja, dan wint ze.”

Ondertussen halen China en India ons in.

„Dat is niet erg en we hoeven ze ook niet bij te houden. In India is de middenklasse nu net zo groot als de totale bevolking van Europa. Dat is heel goed voor ons, want als de koopkracht zich daar ontwikkelt, betekent dat voor ons een enorme afzetmarkt.”

Niet als ze alles zelf gaan doen.

„Natuurlijk gaan ze alles zelf doen. Produceren, kennis ontwikkelen, merken opbouwen, alles. Het gaat allemaal gebeuren, ook als je het erg vindt en als het niet in onze modellen past. Mensen gaan daar twee maaltijden per dag krijgen in plaats van een. Ze willen ook allemaal een auto. Welk recht hebben wij om hun te ontzeggen wat wij zelf wel hebben? En is het niet fantastisch dat zij zich ontwikkelen?”

Opeens weer relativerend: „Jullie praten wel met de schrijver van het programma van een partij die bij de laatste verkiezingen een enorm pak slaag heeft gekregen. Het verhaal moet misschien wel heel anders worden verteld.”

Wat zouden we doen als u het voor het zeggen had?

„Nieuwe technologie ontwikkelen, bijvoorbeeld om productiemethoden zuiniger en schoner te maken. Ons onderwijs daarop aanpassen, en daardoor ook de sociale zekerheid en de manier waarop we belasting heffen. Het hangt allemaal met elkaar samen.”

En als het niet lukt?

„Ik ben een aartsoptimist, een oeroptimist. Het kan niet waar zijn dat het negatieve gaat winnen. Het negatieve, dat is het perspectief van het vergrootglas. In Nederland wordt alles onder het vergrootglas gelegd, waardoor alles wat klein en onbelangrijk is wordt uitvergroot.”

Maar wat zou het negatieve scenario kunnen zijn?

„Daar ga ik niet over praten. Daar trap ik niet in.”