In het spoor van de yeti-jagers

Antropoloog en schrijver Tjalling Halbertsma ging op zoek naar yeti-verhalen in Mongolië.

Marco Boonstra

De almas, de yeti van Mongolië, leeft. Tenminste, dat vinden de Mongoolse herders in de bergen van de Himalaya. Ze vertellen dat de kameelkleurige yeti schapen doodgooit met enorme rotsblokken en ze dan opeet. Hij is zwaar behaard, loopt rechtop en weet zich erg goed te verbergen.

In zijn boek Yeti-jagers beschrijft de antropoloog Tjalling Halbertsma deze verhalen en ook de zoektocht van ‘cryptozoölogen’ naar de yeti. Hij zag de sporen die volgens herders van een almas zijn, sprak met ooggetuigen en bekeek schedels, schetsen en haren.

Het gesprek over zijn boek vindt plaats in het Universiteitsmuseum van Utrecht, in de hortus. “Hier in het museum lagen een aantal jaren geleden nog kiezen van Gigantopithecus, ontdekt door de Duitste paleontoloog Ralph von Koenigswald, die ooit werkte aan deze universiteit. Gigantopithecus is een enorme uitgestorven mensaap, die volgens sommige cryptozoölogen voorouder is van almas”, vertelt Halbertsma. Cryptozoölogie onderzoekt diersoorten waarvan nog onduidelijk is of ze bestaan.

De Mongoolse beschrijvingen zijn heel levendig en beeldend, ontdekte Halbertsma, als van een gevaarlijk roofdier. “Dan wijst een herder naar een grote ketel op het vuur en zegt dat een yeti die met gemak kan optillen. Vervolgens gaat hij op zijn tenen staan, geeft aan hoe groot de yeti is en wijst naar het hoge hek rond zijn schapenkooi. Want je weet maar nooit.”

Aan de andere kant beschrijven herders en jagers de yeti als een mythisch wezen: als een naaste broeder. Daarom mag er, anders dan op wolven of beren, niet op gejaagd worden.

Juist dit grote respect voor de almas biedt een alternatieve verklaring voor het ontstaan van yeti-verhalen, vertelt Halbertsma. Mongolen hangen vaak het sjamanisme aan. Deze leer beschrijft het bestaan van mythische wezens die de mens begeleiden en waar de mensen rekening mee moeten houden. De kenmerken die de Mongolen toeschrijven aan de mythische wezens, zoals grote kracht, schrijven ze ook aan almas toe.

Halbertsma is goed bekend met Mongolië en de Mongoolse cultuur. Hij werkt sinds 2000 als adviseur van eerst de premier, en later de president van Mongolië. “Via een project voor de Wereldbank ontmoette ik de toenmalige oppositieleider van Mongolië. Hij vroeg me of ik hem wilde adviseren inzake de verkiezingscampagne. Vervolgens won de partij de verkiezingen ruimschoots en ben ik gebleven als adviseur voor pers- en mediacontacten.” Ook schreef Halbertsma een aantal boeken over Mongolië en vorig jaar promoveerde hij in Leiden op onderzoek naar de archeologische resten van het vroege Nestoriaanse christendom.

In de Mongoolse kranten kwam Halbertsma de afgelopen jaren regelmatig berichten tegen als ‘Yeti valt vrouw aan’. Als een collega hem toefluistert dat yeti’s echt bestaan in het westen van Mongolië, besluit hij alle berichten te bewaren. Dat mapje met berichten wordt zo dik, dat hij besluit te paard de beroemde lokale yeti-jagers Rinchen en Ravjir na te reizen. Zij gingen in de twintigste eeuw op zoek naar de yeti in de amper bewoonde provincies Khovd en Ulgii in het westen van Mongolië. “Dit is een bar en boos gebied met weinig vegetatie en rotsen. De mens heeft de natuur nog niet aangetast. Het is daardoor wel een gebied waar nog onontdekt leven te verwachten valt. Waarschijnlijk geen yeti’s, maar misschien kleinere dieren, planten en insecten.”

Bij het meer van Nuurt, dat volgens Halbertsma als een glinsterende parel in een vallei tussen de rotsen ligt, vinden hij en zijn Kazak vertaler een spoor van grote, ronde afdrukken. Als ze later in het herderskamp in de buurt aankomen, vertelt een jager, een Mongoliër, dat dit het spoor van een yeti geweest moet zijn. Halbertsma blijft nuchter. “Het was het soort spoor dat herders en jagers toeschrijven aan yeti’s. Ik dacht dat het ook de afdruk van een grote vilten laars kon zijn.”

Maar een cryptozoöloog wordt van zo’n afdruk enthousiast. Hij blijft jaren zoeken tot hij iets vindt en levert ‘bewijzen’, zoals haren en gipsafdrukken van sporen. Alleen is met alle bewijzen wel wat mis. “Gelukkig maar”, zegt Halbertsma. “Anders zou de yeti-jacht geen onderwerp meer zijn voor de cryptozoölogie maar voor de gewone biologie. Voor de cryptozoöloog zit het werk er dan ineens op.”

Halbertsma heeft een aantal bewijzen nauwkeurig onderzocht. Hij achterhaalde bijvoorbeeld een foto van een reconstructie een gevonden schedel en liet yeti-haren analyseren door de medewerkers van het forensisch instituut in Leiden.

De schedel stamt uit de jaren vijftig. Een man vond toen het lijk van een sterk behaard wezen. De yeti-onderzoeker Damdiin meende dat het hier om een almas moest gaan. Hij ging naar de plek die de man had aangegeven en vond een schedel. De schedel ging later kapot en de brokstukken zijn verdwenen. Maar Halbertsma vond in een Zwitsers archief een foto van de schedel en een gezichtsreconstructie ervan. Hij legde deze voor aan de Leidse anatoom George Maat. Deze meent dat het om de schedel van een moderne mens gaat en wijst erop dat een reconstructie juist de karakteristieke trekken van de schedel verhult. Zowel schedel als reconstructie geven over het bestaan van een yeti of almas geen uitsluitsel.

De haren zijn gevonden door Chinese Yeti-jagers en worden bewaard in het Natuurhistorisch Museum van Peking. De Chinezen pakten het onderzoek nog rigoureuzer aan. Ze betrokken geheime en verboden onderzoekskampen en kamden met honderden soldaten de bossen van Centraal-China uit op zoek naar de yeren, zoals de Chinezen de yeti noemen. Desondanks vonden ze alleen haren. Uit de analyse in Leiden komt geen betrouwbaar DNA-profiel. „Over de afkomst valt dus niks te zeggen. Ik had gehoopt dat ze bijvoorbeeld van een onontdekte restpopulatie orang-oetans zouden zijn”, zegt Halbertsma.

“Of het yeti-onderzoek te vergelijken is met UFO-verhalen? Ik denk van wel”, verklaart Halbertsma tijdens het gesprek in de hortus. “In zijn voorwoord vergelijkt Jelle Reumer, paleontoloog en directeur van het Natuurmuseum in Rotterdam het met Maria-verschijningen. Yeti’s worden net als Maria vaak door kinderen gezien.”

Halbertsma denkt dat zelfs de Westerse wereld gevoelig is voor zulke verhalen. In een dichtbevolkt land als Nederland zijn weinig mysterieuze gebieden. Maar films en stripboeken spelen handig in op, wat het boek noemt, ‘het menselijk verlangen naar een vallei waar alles nog puur is’. “De yeti in Kuifje lijkt uiterlijk veel op de yeti’s zoals cryptozoölogen en herders die beschrijven. Veel mensen weten niet dat die wezens in films en stripboeken gebaseerd zijn op onderzoek van vroege Britse yeti-jagers.”

Tjalling Halbertsma, Yeti-jagers, Uitgeverij Hollandia BV, € 13,90

Rectificatie / Gerectificeerd

Correctie

Yeti-jagers

Redactie wetenschap

In het artikel over Tjalling Halbertsma en zijn boek Yeti-jagers wordt gesproken over ` Mongoolse herders in de bergen van de Himalaya`. Dat moet zijn de bergen van het Altai-gebergte. De Himalaya ligt duizenden kilometers zuidelijker.