In Fictie

De actualiteit is vaak een spiegel van de literatuur. Deze week het aftreden van een Canadese minister in het licht van onder meer Remco Camperts Gangstermeisje

Scandal heette de film die werd gemaakt naar de beruchte Profumo-affaire uit de vroege jaren zestig. Het verhaal van een Britse defensieminister die het bed deelt met een call-girl die het bed deelt met een Russische ambassade-attaché die zijn informatie deelt met de regering van de Sovjet-Unie – dat verhaal dus, is een van de sappigste politieke schandaaltjes van de 20ste eeuw.

Hoewel je de attaché in deze driehoeksverhouding niet zomaar een gangster mag noemen, is er een duidelijke parallel met de zaak die deze week speelde in Canada. Daar moest de minister van Buitenlandse Zaken ontslag nemen omdat zijn ex-vriendin onthulde dat hij geheime regeringsstukken bij haar thuis had achtergelaten. Pikant detail: de ex was de ex van een onderwereldfiguur in Montreal, terwijl twee van haar andere exen lid waren van een onderafdeling van de Hell’s Angels.

Het is allemaal de stuff novels are made on – en dat is dus vooral in de spionagefictie veel gebeurd. Maar de spin in het web van dit soort affaires, het dubbelliefje, is ook een geliefde figuur in de hoge literatuur. Wie het woord ‘gangstermeisje’ intypt bij een Hollandse internetboekhandel krijgt zelfs twee titels te zien die op dit moment leverbaar zijn.

Het eerste boek dat tevoorschijn komt is (het 77 jaar oude en opnieuw vertaalde) Toevlucht van William Faulkner, en dat komt doordat het eerder vertaald werd als Het gangstermeisje Temple Drake. Het tweede is een Hollandse klassieker: Het gangstermeisje van Remco Campert, oorspronkelijk verschenen in 1965, en nog wat bekender geworden door de moeizaam tot stand gekomen film die Frans Weisz er een jaar later van maakte.

Camperts titelheldin mag dan het beroemdste gangstermeisje uit de Nederlandse literatuur zijn, ze is een nogal schimmige figuur. Ze is ook niet de hoofdpersoon van de roman, die gaat over een schrijver die naar Zuid-Frankrijk gaat om daar te werken aan een film die gaat over een gangstermeisje. Maar het script wil niet erg vlotten, niet alleen omdat de Campert-achtige schrijver voortdurend afgeleid wordt door alledaagse feesten en liefdesschijnbewegingen, maar ook omdat hij worstelt met de vraag hoe zijn gangstermeisje eruit moet zien en hoe ze in de film zal handelen.

Uiteindelijk is het gangstermeisje bij Campert niet meer dan een bijzaak in het autobiografische verhaal van een schrijver in crisis. Maar als zij aan het eind van het boek (lees: het script) een vreemdeling neerschiet met wie de bebrilde schrijver zich vereenzelvigt, dan begrijpen we dat ze hoe dan ook een fatale vrouw is. Zoals ieder zichzelf respecterend gangsterliefje – in de fictie of in de werkelijkheid.

Pieter Steinz

Remco Campert: Het gangstermeisje. Opgenomen in ‘De romans en novellen’. Uitg. De Bezige Bij, €25,–