Het is een goede zaak dat we het kabinet niet vertrouwen

Vertrouwen was het hoofdthema van de Verantwoordingsdag in de Tweede Kamer (NRC Handelsblad, 22 mei). Het kabinet smeekte om vertrouwen: het deed alles toch zo goed en had nog zo veel goede plannen. De oppositie stelde vast dat het vertrouwen van het volk in de regering nog nimmer op zo`n laag peil had gestaan en zag dat als een rechtvaardiging voor stevige kritiek.

Beide kanten van het politieke slagveld beschouwen een vertrouwensbreuk als uitdrukking van een goed functionerend democratisch bestel. Maar in dat opzicht hebben regering én oppositie het mis. Dit kan niet beter worden weergegeven dan in de woorden van de allereerste filosoof in onze geschiedenis die de democratie in een rationeel betoog verdedigde, onze landgenoot Van den Enden. Omgezet in hedendaags Nederlands luidt zijn conclusie: ”Waar een achteloos en zorgeloos vertrouwen op de trouw of goede bedoelingen van magistraten onder volkeren het meest aanwezig was, daar heeft ook de tirannie van hun sluwe eer-, geld- en heerszucht het meest gewoekerd. En om hiertegen een gemakkelijk en effectief wapen te verschaffen, weten wij niets beters voor te stellen (vooral waar het zaken van het algemeen belang betreft) dan het inscherpen van een diep, omzichtig en veilig wantrouwen en iedereen grondig te doen begrijpen, dat er bijna geen grotere onvolmaaktheid of groter gevaar voor mensen kan worden bedacht of worden gevonden, dan gebrek aan achterdocht, die de oorzaak is van alle extreme wantoestanden in de wereld, gelijk het spreekwoord zegt, `dat al wie snel en licht gelooft, ook snel en licht bedrogen wordt`. Daarom willen wij als een van de allernuttigste en voor de vrijheid meest bevorderlijke politieke principes recommanderen om trouw te zijn maar niemand voluit te vertrouwen.” (Kort Verhael van Nieuw-Nederlant.)