‘Harry Mulisch moeilijker dan W.F. Hermans’

Neerlandicus Theo Witte (1952) deed onderzoek naar het literatuuronderwijs voor scholieren en pleit nu voor een andere aanpak. „Leerlingen moeten een boek recht kunnen doen.”

Neerlandicus Theo Witte promoveerde donderdag aan de Rijksuniversiteit Groningen op zijn proefschrift Het oog van de meester. Hij deed onderzoek naar de literaire ontwikkeling van havo- en vwo-leerlingen, en kwam tot de conclusie dat op de begeleiding van de scholieren bij het lezen nogal wat valt aan te merken. Dus ontwikkelde hij een leessysteem met zes niveaus dat er voor moet zorgen dat leerlingen doordachter met literatuur omgaan.

Wat schort er aan het huidige literatuuronderwijs?

„Het grootste probleem is dat de scholieren vaak met literatuur te maken krijgen waar ze eigenlijk helemaal nog niet klaar voor zijn. Ze krijgen een lijst voor hun neus met een hele rij titels waar ze uit kunnen kiezen en gaan dan vervolgens hele moeilijke boeken lezen waar ze vaak helemaal nog niet klaar voor zijn omdat ze niet over de vaardigheden beschikken om ze te begrijpen.”

Wat stelt u voor?

„Ik heb een systeem ontwikkeld dat de Nederlandse literatuur indeelt in zes niveaus, waarbij niveau één staat voor het belevend lezen dat bij de boeken van Carry Slee centraal staat en niveau zes voor het academisch denkniveau dat nodig is om bijvoorbeeld Vondels Lucifer te begrijpen. Door de opbouw in het lezen, daarin uiteraard begeleid door de leerkracht, wordt een leerling niet ineens voor de leeuwen geworpen met een boek dat hij eigenlijk nog helemaal niet aankan.”

Hoe kwam de indeling tot stand, met bijvoorbeeld Mulisch’ ‘Het stenen bruidsbed’ in niveau zes en Hermans’ ‘De donkere kamer van Damocles’ twee niveaus lager?

„De indeling kwam tot stand met de inzichten van de leraren die ik heb geïnterviewd. Tot mijn verbazing kwam daar een duidelijke, transparante indeling van de literaire werken uit voort. De indeling is, via de inzichten van de leerkrachten, gebaseerd op de ervaringen van de leerlingen zelf. De donkere kamer is in potentie misschien wel net zo’n rijk boek als Het stenen bruidsbed, maar het is bijvoorbeeld toch in een gemakkelijker stijl geschreven en nodigt vrij goed uit tot interpretatie. Voor Mulisch’ werk heb je toch wat meer kennis nodig van bijvoorbeeld de klassieken. Belangrijk in mijn systeem is dat de scholier het boek recht kan doen.”

Is het momenteel een zooitje?

„Ja. Dat klinkt misschien heel oneerbiedig, maar het is wel zo. De leraren Nederlands werken met een heel ondoordacht systeem, eigenlijk doen ze maar wat. Ze tasten vaak in het duister vanwege het gebrek aan structuur.”

Al die ervaring voor de klas en dan toch niet in staat zijn om een behoorlijke systematiek in het literatuuronderwijs aan te brengen?

„Iedereen pakt het op z’n eigen manier aan. Ook omdat de keuze van titels voor leerlingen zo vrij is. Ik sprak leraren die zich druk maakten omdat ze de dag erna een tentamen moesten afnemen over een boek dat ze zélf niet eens hadden gelezen. Het is ook wel voorstelbaar, met die constante aanwas van nieuwe boeken op de markt. Ik raad dan ook aan om met een catalogus te werken met zo’n 200 vaste titels, ingedeeld in de zes leesniveau’s en voorzien van informatie voor docent en leerling. Elk jaar kan de lijst ververst worden met vijf nieuwe titels. Dat is dan de oogst van het nieuwe jaar.”