Generaal Kroatië krijgt 7 jaar cel

Een Kroatische ex-generaal is gisteren in Zagreb veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf omdat hij in 1993 niet voorkwam dat oorlogsmisdaden werden gepleegd. Het proces tegen Mirko Norac werd door de Europese Unie en mensenrechtenorganisaties gezien als een vuurproef voor de omgang van Kroatië met verdachten van oorlogsmisdaden. De zaak-Norac was de eerste die het Joegoslaviëtribunaal in Den Haag had overgedragen aan de Kroatische autoriteiten.

Norac werd door de rechtbank schuldig bevonden aan het schenden van de Geneefse conventie over de bescherming van burgers en de behandeling van krijgsgevangenen. In 1993 vielen Kroatische troepen twee dorpen aan in de Medak-regio in zuid-Kroatië, die in handen was van separatistische Servische rebellen. Zij doodden 23 Servische burgers werden gedood, van wie minstens vijf eerst waren gemarteld. Ongeveer 300 huizen van Serviërs werden geplunderd en in brand gestoken.

Norac „voorkwam niet dat zijn ondergeschikten burgers doodden en martelden, hun eigendommen plunderden en verwoestten en hun vee doodden”, verklaarde de Kroatische rechter. Norac is de hoogste militair die tot nu toe in Kroatië is veroordeeld voor misdaden tijdens de oorlog tussen Kroaten en Serviërs, die duurde van 1991 tot 1995.

Het Joegoslaviëtribunaal had de zaak aan Kroatië overgedragen als blijk van vertrouwen, nadat Zagreb recentelijk beter met het tribunaal had samengewerkt. Een tweede verdachte in verband met de wreedheden in de Medak-regio, generaal Rahim Ademi, werd vrijgesproken. Volgens de rechter was twijfelachtig of Ademi genoeg invloed had om het geweld tegen burgers te stoppen. (AP, BBC, Reuters)