Geep aan de haak

In viswinkels en restaurants schittert de geep door afwezigheid. Vangt u deze seizoensvis daarom zelf. „Een geep maakt een salto bij mijn dobber.”

De geep est arrivé. Grote scholen van de ranke vis met zijn snavelbek jagen vanaf begin mei in de bovenste waterlagen aan onze kust achter kleine prooivisjes aan. Vooral vanaf de dijken van de Oosterschelde, maar ook vlak naast de pieren van Noord- en Zuid-Holland zie je ze springen.

Maar het mag in het snel opwarmende zeewater een gepen-drukte van belang zijn, de koelvitrines van de visdetaillist zijn en blijven leeg en ook op menukaarten ontbreekt Belone belone. En dat is gek, want de geep is een fantastische consumptievis. Zo op het oog is de geep bovendien ideaal voor een marketingoffensief van het Visbureau. Het is een atletisch gebouwde roofvis met mager vlees en de geep is, net als haring, een seizoensvis wat de prijs kan stuwen. Er zit zelfs een exotisch tintje aan de geep; hij heeft felzeegroene graten.

Het geephiaat is des te onverteerbaarder gezien het grote marktsucces van de tilapia en de pangasius, muffe aquariumvissen die opgroeien op een dieet van bio-industriële voedingskorrels.

De verklaring voor deze witte plek op de viskaart is een simpele. Er is geen aanvoer, zeggen chefkoks en viswinkeliers. En waarom is er geen aanvoer? Omdat ze, smal en snel als ze zijn, lastig met netten zijn te vangen. Je kunt ze wel te pakken krijgen, maar dan met een hengel. En dat is voor de handel te arbeidsintensief en dus te duur om ze gedurende de voorjaars- en zomermaanden vers op voorraad te hebben.

Wie geep wil eten – en wie wil dat nu niet? – moet zich deze weken aan de kust melden, uitgerust met het nodige geepgerei, bijvoorbeeld op deze zonnige dinsdagmiddag op de dijk van West-Kapelle.

Geep vangen is eenvoudig. Hun aanwezigheid is, in tegenstelling tot die van andere vissen, vanaf de kant al vast te stellen doordat ze bij hun jacht naar visjes of andere prooi af en toe het luchtruim kiezen. Ze doen dat vooral in de buurt van planken en ander drijvend vuil. En ja hoor, vlak voor de noeste Westkapelse zeedijk kolkt het water van de gepen.

Een geepdobber met een onderlijn van anderhalve meter is binnen een minuut aan de hoofdlijn van de werphengel geknoopt. Aan de onderlijn bevindt zich een haakje waaraan een zopas gekochte zager, een zeeduizendpoot, is geprikt. De haak moet door zijn kop, de staart bungelt los. Met een forse slinger zeilt de geepdobber richting Engeland. De heloranje dobber is tussen de getijstroom op veertig meter voor de dijk goed te volgen.

Binnen vijf minuten maakt een geep een salto bij de dobber. Hij heeft gehapt en zichzelf gehaakt. Korte tijd later ligt hij op de geasfalteerde basaltblokken. Een knal op zijn kop verlost hem uit zijn lijden. Ze zeggen wel dat een reepje van de staart van de geep ook meteen het beste geepaas is, gevolgd door een stukje gerookte zalm en ook in dobbelsteentjes runderhart bijten ze. Maar de zagers doen het goed genoeg dus deze geep wordt verder niet geschonden.

In een uurtje liggen er nog drie gepen op de kant, genoeg voor een goed vismaal voor twee personen. Dat klinkt als een aardige vangst, en dat is het ook, maar de drie aanpalende Belgische hengelaars hebben er in die tijd vijfmaal meer gevangen. Het is niet voor het eerst dat zuiderburen grotere vangsten doen. Een paar jaar terug viste een belendende Vlaming op de Neeltje Jans in de Oosterschelde gestaag een emmer vol zeebaars bijeen terwijl mijn vangst op nul stuks bleef steken.

Aan het aas en het tuig kon het niet liggen, dat was hetzelfde, en ook aan de stek kon het niet liggen want gaandeweg verhuisde ik zijn kant op tot ik bijna op zijn kruk zat. „Wat is Uw geheim?”, vroeg ik teneinde raad. „Mijn geheim is dat ik bij het zeebaarsvissen altijd cola-tic drink”, grijnsde de Belg. Het raadsel is nog altijd onopgelost.

Terug naar de vier gepen die intussen thuis op het aanrecht zijn beland – op de dijk zijn met een scherp mesje de ingewanden al verwijderd. Aangezien ze heel niet in de pan passen, is iedere vis in drie stukken gesneden.

Nu zijn er allerhande complexe Italiaanse en Portugese gerechten te vinden – in die landen waarderen ze de vis wel, maar daar zijn de uurtarieven van hengelaars dan ook verwaarloosbaar – maar al die onderhavige groentetoevoegingen maskeren de vers gevangen geepsmaak. Rol de geepstukken daarom gewoon even in de bloem en bak ze op hoog vuur in boter met een scheut olijfolie. Een Italiaans of Portugees wijntje erbij is natuurlijk niet verboden.