Geboden: 250 euro voor een ruitje

Wie staat er voor de rechter en waarom? Ali komt net uit de cel voor bedreiging en kan meteen door naar de rechter voor een vernieling. „Het gaat perfect.”

Door Rinskje Koelewijn

De man zit op het bankje voor de rechtszaal. Spijkerbroek, de schaduw van een stoppelbaard, achterin de dertig. Op zijn schoot twee plastic zakken met kleren. Hij haalt er twee veters uit en rijgt die routineus in zijn kistjes. Zijn horloge haalt hij ook uit een zak. Zijn huissleutels. Wat kleingeld.

Dat hij hier zit, net op tijd voor zijn rechtszaak, is stom toeval. Hij komt van beneden, uit het cellencomplex onder de rechtbank. Hij zit namelijk al een paar dagen vast, wegens een bedreiginkje van zijn ex-zwager. En toen hij vandaag met zijn advocaat bij de rechter-commissaris moest komen – die zit ook in het rechtbankgebouw – toen maakte een bewaarder hem erop attent dat er boven nog een zaak gepland stond. Een strafzaak voor de vernieling van een ruit, van januari vorig jaar.

De rechter-commissaris had net besloten dat hij niet langer vast hoefde te zitten. Op één voorwaarde: dat hij zich zou melden bij de reclassering voor onderzoek.

Zijn kleren en bezittingen kreeg Ali K. (34), in twee zakken mee en nu zit hij boven, ontspannen te wachten. Zijn advocaat zit naast hem. Hij is onaangenaam verrast, want hij wist van niks en heeft zich niet voor kunnen bereiden. Dus begint de advocaat, eenmaal in de rechtszaal, meteen de rechter te vragen om uitstel.

De rechter heeft daar weinig zin in, de zaak is al een keer uitgesteld, zegt ze. En het werd toen uitgesteld om een reclasseringsrapport op te laten maken. Dat gebeurt nu toch, in de bedreigingzaak. En, zegt ze, zo’n ‘dikke zaak’ is dit nou ook weer niet.

De advocaat wikt, weegt en aarzelt. De officier van justitie schiet te hulp. Als hij even wat aan de verdachte mag vragen? Hoe is de financiële situatie, meneer K.? Perfect, zegt Ali. Hij verdient nu 1.800 euro per maand in de bouw.

Dat komt dan goed uit, zegt de officier. Hij was namelijk van plan een geldboete te gaan eisen.

Het is niet gebruikelijk dat een officier nog voor een zaak is behandeld, de straf die hij in gedachten heeft, prijsgeeft. Het lijkt wel een koehandel, grapt de rechter een beetje gegeneerd.

De officier heeft minder scrupules, hij wil ook nog wel vertellen hoeveel boete hij zou willen vragen; 250 euro. Nou, begint Ali K., dat is wel aan de hoge kant. Zijn advocaat snoert hem de mond. Hij zegt dat hij de zaak bij nader inzien toch wel meteen kan doen, als hij het dossier even mee de gang op kan nemen. Dat mag.

De rechter is zichtbaar opgelucht. Als je uitrekent, zegt ze, wat het kost om een zaak weer uit te stellen. Niet alleen in geld, maar ook in moeite. Moeite, zo blijkt, ook voor de advocaat. De officier grijnst tevreden: „Je ziet ze denken: we doen het maar, dan zijn we er mooi van af.”

Blijkbaar is Ali K., in dat halve uurtje op de gang, tot het inzicht gekomen dat die boete van 250 eigenlijk een buitenkansje is. Dus hij begint opgewekt te bekennen dat hij inderdaad een ruit in de deur van zijn woning heeft ingeslagen. Overigens was dat omdat zijn ex-vrouw al zijn kleren naar beneden aan het gooien was, terwijl hij alleen maar wilde vragen of hij nog een kans kon krijgen. Nee dus.

Sinds hun scheiding, nu vier jaar geleden, is hij in de fout gegaan. Cocaïne, geen huis, geen werk. Er is, zegt hij, altijd voor hem gezorgd. Eerst zijn ouders, toen zijn vrouw. En het heeft wel even geduurd voordat hij zichzelf weer gevonden had. Dus hij was blij, heel blij zelfs, dat hij vorig jaar werd opgepakt. Hij kijkt uit, zegt hij, naar het onderzoek door de reclassering. Eindelijk kan hij eens praten met iemand.

Nu gaat het weer prima met hem. Perfect zelfs. Al elf maanden clean, goede baan, leuk huisje sinds deze maand, goede communicatie ook met de kinderen. Goed contact met zijn ex-vrouw.

Ergens blijft er iets knagen. De officier verwoordt het: als het allemaal zo fantastisch gaat, hoe kan het dan dat hij net weer uit de cel komt? Weer voor iets in de familiesfeer. Iets met de broer van zijn ex-vrouw? Vijf pagina’s strafblad sinds 1987. Allemaal vernielingen, bedreigingen, geweld. Meneer, zegt de officier, u hebt een agressiestoornis. Ali knikt bedachtzaam van ja, alsof hij blij is dat er eindelijk iemand een etiket plakt op zijn problemen.

De afloop was aan het begin al bekend. De straf voor het ruitje is en blijft 250 euro. De rechter stelt voor dat Ali de boete in termijnen betaald. Dat wil Ali wel. Als ik vijf keer 50 euro moet betalen, zegt Ali, dan kan ik elke keer goed nadenken over wat ik heb gedaan.