Extra zand nodig voor Oosterschelde

Om de komende decennia de `zandhonger` in de Oosterschelde te stillen, zijn enorme hoeveelheden zand nodig, zei Rijkswaterstaat gisteren. Bij de bouw van de Deltawerken is ooit gekozen voor een doorlaatbare kering in de Oosterschelde. Daarmee zou het getij deels behouden blijven. Maar sinds vijftien jaar verdwijnen er platen, schorren en slikken onder water. Dat komt doordat veel zand van de platen afbrokkelt en in de oude geulen blijft liggen. De geulen hebben `zandhonger`. Rijkswaterstaat schat dat zonder maatregelen in 2050 nog de helft van alle platen over is, en dat over honderd jaar bijna alle droogvallende delen zijn verdwenen. De platen in het Nationaal Park zijn van belang voor wadvogels, schelpdieren, vissen en zeehonden, en voor de veiligheid. De dijken langs de Oosterschelde moeten vaker worden versterkt als de zandhonger niet wordt gestopt. Als voorlopige oplossing stelt Rijkswaterstaat voor zand aan te brengen op `verdrinkende` platen en slikken, wellicht met zand uit de Noordzee.