Examen Frans vooral ánders

Marc Chavannes (cijfer 8) sprak de leraar die hem Frans gaf aan het Nederlands Lyceum in Den Haag. Slot van een serie.

Francis Bulhof was 26 toen hij een universitair assistentschap Franse letterkunde liet lopen om leraar Frans te worden aan het Nederlands Lyceum in Den Haag. Hij was de leraar die in de lagere klassen de grammatica er zo goed instampte dat ik dertig jaar later, toen ik zonder veel spreekervaring als correspondent van deze krant naar Parijs ging, alles kon lezen in Le Monde en er na een paar maanden over mee kon praten.

Bulhof, nu achter in de zeventig, gaf zich tien jaar met hart en ziel aan de school, die naar een idee van de onderwijsvernieuwer Jan Ligthart in 1909 was gesticht in de Willemstraat, tussen Parkstraat en Mauritskade. Hij woonde naast de poort die leidde naar gebouw en speelplein. In de hogere klassen nam hij ons na school mee naar zijn huiskamer om grammofoonplaten te draaien van chansonniers als George Brassens, of Jean Vilar die de grote passages uit het Franse toneelrepertoire voordroeg.

In de les had Bulhof weinig geduld voor luie mannetjes die hun deel van het impliciete onderwijscontract niet nakwamen. Wie meedeed kreeg, zoals ik toen vaag vermoedde, een briljant overzicht van de Franse literatuur van Verlaine en Proust tot en met ‘le nouveau roman’. We lazen Les Gommes van Alain Robbe-Grillet en gingen naar diens L’Année dernière à Marienbad, een volstrekt onbegrijpelijke film waarin wat je zag niet gebeurde, of andersom. Zo ontwikkelde je oog voor verhaalstructuur en gelaagde werkelijkheid; het ging heel wat verder dan Frans alleen.

Deze geboren leraar had genoeg jeugdig enthousiasme om in de grote vakantie ook nog met een groep te gaan fietskamperen in de Provence. Ik ben er niet trots op, maar ik maakte tegelijkertijd met een vriendje een tocht in dezelfde streek vol sporen van het Romeinse rijk. Wij dachten kennelijk dat we leuker gezelschap waren.

Francis Bulhof was niet de enige leraar die het Nederlands Lyceum verruilde voor de wetenschap, net als de eerste rector Casimir en later de classicus Sicking die naar Leiden gingen, en de historicus Baudet naar Groningen. Bulhof vond de ruimte om door te groeien aan de universiteit van Texas. Intussen was hij wel gepromoveerd op Transpersonalismus und Synchronizität: Wiederholung als Strukturelement in Thomas Manns Zauberberg. Dat gaf hem in Austin toegangspapieren tot het Department of Germanic Languages, waar ik hem later als student onderweg naar Mexico nog eens opzocht. Hij bleef wetenschappelijk publiceren in de VS en Nederland en ontpopte zich tot vooraanstaand neerlandicus. Slauerhoff, Van Ostaijen, Du Perron en Ter Braak behoorden tot zijn onderwerpen van studie.

In 1981 werd hij de eerste hoogleraar Niederlandistik aan de universiteit van Oldenburg in Duitsland. Na zijn emeritaat werkte hij aan een wetenschappelijke editie van Du Perrons Land van Herkomst (1996). Dit indrukwekkende wetenschappelijke parcours stelt hem in staat vol milde verbazing te kijken naar het eindexamen Frans dat het VWO donderdag kreeg voorgezet. Hij heeft mijn examen in een mapje gevonden en er naast gelegd. „Jullie kregen één tekst in prachtig, nietszeggend Frans over ‘Jeanne d’Arc et le sentiment national’ om te vertalen in prachtig, nietszeggend Nederlands. Jullie waren er amper op getraind. Je werd vooral gekeurd op stilistische vaardigheid in het Nederlands.”

Misschien is het huidige examen wel beter, denkt Bulhof. Tegenwoordig wordt begrip van allerlei teksten gevraagd, zelfs één uit het vrouwenbijvoegsel van de Figaro. „Waarschijnlijk is dit meer doordacht en verantwoord. Maar ik moet er niet aan denken dat wij dat toen hadden gehad. Ik was duizend doden gestorven”, lacht Bulhof. Hij doet niet mee aan ‘het niveau is gedaald’-gepraat. „Het is totaal anders, dat is alles.”