Die oude jas kan echt niet meer en je schoenen zien er niet uit

Als onbekommerde vrijgezel let auteur Fred Koning niet altijd op zijn kleding en uiterlijk. Maar ook voor hem komt een moment om zijn zelf gerepareerde schoenen te vervangen.

Illustratie wibbinekien.nl kien, wibbine

Het leven van een onbekommerde vrijgezel heeft toch als nadeel dat er geen voortdurende ‘second opinion’ in je omgeving is, die er met nadruk op wijst dat die schoenen, waar je zo lekker op loopt, echt niet meer kunnen, dat je voor schut loopt in die jas, die zo lekker zit, en dat ook het repareren van die versleten jas met zeilmakersgaren ‘not done’ is en een buitengewoon armoedig resultaat oplevert.

Ik geef weinig om mijn uiterlijk, dat is waar.

Overigens is het niet verstandig. Immers zeggen onze oosterburen: „Wie man komt gegangen wird man auch empfangen.”

Het was me opgevallen dat de man met wie ik ’s avonds oploop naar het renveld waar onze honden spelen, altijd keurig gepoetste schoenen aan zijn voeten heeft. Zijn mooie bruine schoenen glimmen als een spiegel. Hij is manager.

Mijn schoenen daarentegen zijn door mij vele malen zelf gerepareerd met zeilmakersgaren en door de vele barre tochten over modderige speurvelden met de hond lijken ze sterk op die van de 5000 jaar oude mummie Ötzi de ijsman.

De mijne lopen echter heel comfortabel al zien ze er niet uit. De invalide mevrouw die ook met ons groepje meerijdt had er al eens een grapje over gemaakt.

Nu had ik met een impulsaankoop (50 procent korting!) een paar mooie glimmende bruine schoenen gekocht bij de ANWB. Ik koop altijd haastig. Ofschoon mijn moeder er altijd op wees dat je beide schoenen eerst moet aantrekken, en dat je er vooral ook een stukje op moet lopen in de winkel om te ervaren of ze niet knellen als je loopt, frommel ik eigenwijs mijn rechtervoet vlug in zo’n stijve nieuwe schoen, trek hem er gauw weer uit, betaal aan de kassa en sta met een paar minuten weer buiten, met de schoenendoos onder mijn arm. Schoenen gekocht!

Die glimmend bruine prachtschoenen droeg ik vanavond voor het eerst op weg naar het renveld met de hond. Tijdens het fietsen erheen had ik nog nergens last van. De invalide vrouw en de man met de immer keurig gepoetste schoenen hadden mijn nieuwe schoenen meteen in de gaten! Ik kreeg complimenten over mijn keurig verzorgde uiterlijk.

Temeer daar ik met dezelfde impulsaankoop ook een prachtig zeiljack had aangeschaft (30 procent korting!) in dezelfde winkel.

Het lopen op die prachtdingen ging echter moeizaam. De schoenen zaten te krap bij de tenen. Om duidelijker te zijn: ik stierf van de pijn in mijn voeten. Ze zaten bekneld als in een ijzeren bankschroef. Elke stap deed helse pijn. Maar ik bleef lachen. Ik zag er immers verzorgd uit?

En dat knellen, ik wist dat het nieuwigheid was. Ik moest ze nog uitlopen. Dat was het, het was immers mijn goeie maat? Daar had ik op gelet. Voeten worden in de loop der jaren niet groter voor zover mij bekend. Ik moest gewoon de pijn verbijten tot de schoenen uitgelopen waren.

En zo hobbelde ik mee op die pijnlijke voeten en de pijn werd met elke stap erger. Het kostte mij de grootste moeite om deel te nemen aan de vrolijke gesprekken, maar aan mij zal je niks merken. Als zich mensen bij ons groepje voegden riep de invalide mevrouw steevast vrolijk vanuit haar scootmobiel: „Kijk eens, Fred heeft nieuwe schoenen!” Ik kreeg die avond genoeg complimenten over mijn fraaie uiterlijk. Maar ik leed vreselijke pijnen.

Thuisgekomen trok ik die rot dingen uit. De pijn was meteen weg, een bevrijding! Heerlijk! Ik keek eens in de schoen. Made in China stond op de binnenkant. Dat was het: Lagelonenlanden, kinderarbeid, dit moest de wraak van loonslaafjes zijn voor hun mensonterende omstandigheden.

Ik was blij dat ik de oorzaak van mijn lijden had gevonden. En nu weg met die glimmende dingen. Miskoop, dacht ik, weg ermee. Ik wilde ze in de afval bak knikkeren, maar iets hield mij tegen.

Het was te onwaarschijnlijk. Ik had immers de goede maat gekocht. En wat was er op tegen om de schoenen nog eens aan een minutieus onderzoek te onderwerpen?

Weggooien kon altijd nog. In het sterke lamplicht zag ik iets wits schemeren helemaal voor in de schoen. Wat kon dat zijn? Leer was immers bruin? Met een vork pulkte ik dat wit eruit. Ik viste er proppen papier uit.

Het lijkt me beter om deze vondst niet aan de grote klok te hangen. Een verzorgde indruk maken met dikke proppen papier in je schoenen, en dan de schuld geven aan ruim 1 miljard Chinezen, hoe dom kan een mens zijn?