‘De overheid heeft leerlingen tekortgedaan’

De vernieuwingen in het onderwijs hebben „hier en daar” het niveau verlaagd, vindt Ronald Plasterk. „Er zijn forse fouten gemaakt. Juist de kwetsbare kinderen hebben het meest gemist.”

Foto Vincent Mentzel Mentzel, Vincent

In februari kwam de parlementaire onderzoekscommissie onderwijsvernieuwingen onder leiding van Tweede Kamerlid Jeroen Dijsselbloem met haar conclusies over de onderwijsvernieuwingen die de afgelopen twintig jaar zijn ingevoerd.

Gistermiddag kwam het kabinet met een reactie. In de week van 16 juni debatteert het kabinet erover met de Tweede Kamer. Minister Ronald Plasterk (Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, PvdA), geeft uitleg.

Neemt u de conclusies van Dijsselbloem over?

„Ja, in grote lijnen. We zijn het eens dat het onderwijs te weinig tijd kreeg voor de invoering van onderwijsvernieuwingen, en dat de overheid zich te veel bemoeide met de didactiek, te weinig oog had voor de positie van de meest kwetsbare leerlingen en te snel te veel wilde. De overheid heeft daarmee docenten en leerlingen tekortgedaan.”

Heeft de politiek haar kerntaak verwaarloosd, zoals Dijsselbloem zegt?

„Die conclusie hebben we niet geëchood.”

Daar ging Dijsselbloem wat te kort door de bocht?

„Het is niet de taak van het kabinet zinnetjes te gaan zitten plussen en minnen. We delen de conclusie dat er forse fouten gemaakt zijn bij de invoering van de vernieuwingen. Dat zijn onze woorden.”

Hoe nu verder?

„Te lang is er bij de scholen van alles over de schutting gegooid, van voorlichting over het smelten van de poolkappen tot verplichte lesprogramma’s over obesitas en homoseksualiteit. Ook belangrijk hoor, maar kinderen zitten in de eerste plaats op school om rekenen en taal te leren. Daarvan is het niveau de afgelopen jaren gedaald.”

Ze kunnen wel beter praten en presenteren, hoor je vaak.

„Als je je wilt kunnen redden in de samenleving moet je kunnen rekenen en schrijven. Dat kun je nergens mee compenseren.”

Is het onderwijspeil gedaald?

„Dijsselbloem zegt dat in zijn rapport niet. En het laat natuurlijk onverlet dat er ook een hoop goed gaat op scholen. Maar als rekenen en taal gedaald zijn, is dat voor mij reden om te zeggen dat het peil gedaald is.”

Komt het door de onderwijsvernieuwingen dat het peil is gedaald?

„Hier en daar zeker.”

Die uitspraak durfde Dijsselbloem ook niet aan.

„Het is ook niet één op één zo dat de vernieuwingen het niveau verlaagd hebben, daarom zeg ik ‘hier en daar’. Sommige vernieuwingen hebben overigens niet slecht uitgepakt voor kinderen die van huis uit al veel bagage aan taal en rekenen hebben meegekregen, of een huiswerkcursus. Maar juist de kwetsbare kinderen die daar niet over beschikten, hebben het meest gemist door de vernieuwingen. Wat mij betreft is het tijd voor een koersverlegging, meer naar de basisvaardigheden, meer structuur.”

Meer terug naar Theo Thijssen.

„Dat is een karikatuur, maar is in zekere zin is het wat ik bedoel. We moeten niet bang zijn om te durven zeggen ‘we vinden dat je dit moet leren’.”

Het zijn forse conclusies die u nu overneemt. Kwamen ze extra hard aan omdat u zelf van de PvdA bent, de partij die de meeste verantwoordelijke bewindspersonen leverde?

„Natuurlijk moet ik als PvdA-minister signaleren dat er fouten zijn gemaakt door mijn partij. Maar ik heb het geen moment zo gevoeld dat de PvdA defensief moet zijn. Alle politieke partijen waren bij de besluitvorming betrokken. Maar ook andere spelers als bonden, onderwijsadviseurs en belangengroepen. Het is een gedeelde verantwoordelijkheid.”

Bent u geschrokken van de conclusies van Dijsselbloem?

„De conclusies kwamen wat mij betreft niet uit de lucht vallen. Ik ben op pabo’s geweest waar tien tot twintig procent van de eerstejaars studenten hun taal- en rekentoets, op het eindniveau van de basisschool, niet kon halen. Dat is heel ernstig. De schooluitval is ook veel te hoog. Dat is eigenlijk niet normaal. Er moeten een hoop dingen verbeteren in het onderwijs.”