De geplande liefde in Soedan werkt niet

Er wordt gevochten tussen Noord- en Zuid-Soedan en beide partijen bewapenen zich, maar ze lijken bevreesd voor een echte oorlog. Die kunnen zij zich niet permitteren.

Er wordt op de oorlogsdrums geroffeld in Zuid-Soedan. „We staan aan de rand van een oorlog”, waarschuwde deze week Pagan Amum, secretaris-generaal van de voormalige zuidelijke rebellenbeweging SPLA. In het bijzonder langs de noord-zuidgrens woeden geregeld stam- en clanconflicten, waarbij duizenden bewoners op de vlucht slaan. In toenemende mate leiden dergelijke incidenten tot veldslagen tussen noordelijke en zuidelijke regeringstroepen, zoals deze maand in het grensgebied rond Abyei.

Ruim drie jaar na het vredesverdrag tussen noord en zuid lijkt Zuid-Soedan nog op een militaire zone. Op het platteland wemelt het van de SPLA-soldaten, hun geweren losjes over de schouders. In de avond raken ze niet zelden dronken en vallen ze burgers lastig. Buitenlandse hulpverleners bouwen nieuwe schuilkelders en wagen zich na zonsondergang niet buiten. De tienduizend soldaten van de vredesmacht van de Verenigde Naties hebben nauwelijks voet aan de grond bij de bevolking; sommige gebieden achten ze te onveilig voor patrouilles en alleen in hun terreinwagens komen ze uit hun met prikkeldraad omheinde kampementen.

De Allesomvattende Vredesovereenkomst (CPA) van 2005 had Zuid-Soedan moeten pacificeren. Het was een verstandshuwelijk tussen het SPLA uit het zwarte niet-islamitische zuiden en de regeringspartij in Khartoum in het gearabiseerde noorden, de Nationale Congrespartij van president Bashir. De twee aartsvijanden hebben beloofd naar één Soedan te streven en stellen vrije verkiezingen en democratie in het vooruitzicht. Maar de geplande liefde werkt niet. Bashir houdt zich niet aan de afspraken en in het zuiden wordt gesproken over een „onvermijdelijke nieuwe oorlog”.

De gewapende impasse rond Abyei is de lont in het kruitvat. Deze door zuiderlingen bewoonde streek in het noorden bleek zo ernstig omstreden tijdens het vredesberaad voor het CPA dat het gebied een speciale status kreeg. Bashir wees het bindende oordeel van een groep buitenlandse experts over de grenzen van Abyei af en moedigde milities die met het noorden verbonden zijn aan het gebied binnen te trekken. De president weigerde een door het SPLA gevormd bestuur voor de regio te erkennen en tegen de afspraken in bleven er 3.000 noordelijke militairen gelegerd. Politici van de semi-autonome zuidelijke regering klagen dat ze het het afgesproken aandeel van de olieopbrengsten in Abyei niet ontvangen en zeggen dat Khartoum hun daarom nog ruim een half miljard dollar schuldig is.

Bij de gevechten in Abyei twee weken geleden zette het SPLA tanks in en ooggetuigen vertelden over bombardementen door Antonov-vliegtuigen van het noordelijke regeringsleger. Het SPLA werd uit de stad Abyei verdreven, evenals tienduizenden bewoners die er net na twintig jaar ballingsschap waren teruggekeerd. In de omringende gebieden van Noord-Bahr-el-Gazal en Upper Nile vinden al weken schermutselingen plaats tussen milities en tussen het SPLA en het noordelijke leger. „Het leger van Bashir trekt sluipenderwijs zuidwaarts de oliegebieden in en het moedigt noordelijke stammen aan zich op ons grondgebied te vestigen”, waarschuwt een zuidelijk parlementslid in Juba. „De noordelijke Arabieren wakkeren zo een oorlog met ons aan. Ons probleem is dat het SPLA militair niet klaar is voor een oorlog.”

Gedreven door een diepgeworteld historisch wantrouwen nemen de militairen van het SPLA als per instinct een vechtlustige houding aan in hun omgang met noorderlingen. Ze blijven zich bewapenen. Het SPLA werkt aan een eigen luchtmacht en leidt daarvoor heimelijk piloten op in Zuid-Afrika. Met Britse en Amerikaanse hulp wordt de landmacht getraind en bewapend. „Ik verheug me op de dag waarop ik met mijn bommenwerper neerdaal naar het presidentiële paleis in Khartoum om het te vernietigen”, vertelt een SPLA-militair genoeglijk.

Tegen de voordelen van oorlog wegen de belangen van degenen die profiteren van vrede. Zuid-Soedan is nog steeds het minst ontwikkelde gebied van het continent en de bewoners leiden een schraal bestaan. Maar de kapitaalinjectie van oliefondsen en hulpgelden in Zuid-Soedan bracht een economische hausse op gang waarvan menig SPLA-bureaucraat gulzig profiteert. Prefab huizen schieten uit de grond, de kranten staan vol offertes voor overheidscontracten en buitenlandse gelukszoekers trekken naar Juba.

„Er bestaat veel corruptie en etnische vriendjespolitiek in het SPLA”, vertelt een ingewijde. Een voormalige minister van Financiën bezit een bank en een oud-minister van Communicatie een bedrijf voor mobiele telefonie. De eerste Hummer is in Juba gesignaleerd. In het geval van oorlog komen de afspraken over de gedeelde inkomsten uit de oliewinning in gevaar en zal de relatieve voorspoed in het zuiden stoppen.

De noordelijke regering van Bashir is een expert in het overleven. De president kwam in 1989 door een militaire coup aan de macht en wierp zich op als voortrekker van een radicaal-islamitische beweging. Zijn impopulaire regering ontdeed zich acht jaar geleden van haar extreem islamitische ideologie en houdt zich nu bovenal bezig met het behouden van de macht. Haar verdeel-en-heerspolitiek met inzet van milities hield de strijd in het verre Darfur of in Oost-Soedan tot voor kort op afstand van het machtscentrum in de Nijlvallei rond Khartoum, maar het land is meer dan ooit verdeeld.

Bij de aanval door een Darfurese rebellengroep eerder deze maand op Khartoum en de zusterstad Omdurman durfde de regering nauwelijks het leger in te zetten en liet zij de gevechten over aan milities en paramilitairen. In de strijdkrachten zitten veel Darfuri. Met de grote aankopen van Chinese wapens is Bashirs leger een reusachtige strijdmacht geworden, maar de loyaliteit van de soldaten is niet verzekerd. Een nieuwe grote oorlog in het zuiden kan Bashir daarom fataal worden.

Het SPLA werpt zich uit strategische overwegingen ook op het politieke front steeds meer op als concurrent van Bashirs NCP. Het rekruteert leden in Darfur en op zijn partijconventie deze maand sloten zich talrijke noorderlingen aan. Andrew Natsios, voormalige Amerikaans gezant voor Soedan, wijst deze maand in Foreign Affairs op het gevaar van het uiteenvallen van Soedan en hij citeert Bashir in een privébijeenkomst die zegt dat hij „mogelijk de laatste Arabische president van Soedan is”.

Voor het SPLA blijft het einddoel van de verbintenis met Bashirs partij het afgesproken referendum in 2011 over onafhankelijkheid voor het zuiden. Evenals Bashir is het zuiden daarom nog steeds gebaat bij het akkoord en niet bij oorlog. Het verstandshuwelijk zal daarom – het vuurwerk ten spijt – vermoedelijk nog wel een tijdje standhouden.