Borstvoeding is ook een publieke zaak geworden

Kindertal en borstvoeding zijn inderdaad Privatsache, zoals Herman de Liagre Böhl stelt (Opinie & Debat, 24 mei). Echter, nu bijna alle moeders in Nederland (moeten) werken, is borstvoeding mijns inziens óók een publieke aangelegenheid geworden. In Nederland hebben moeders maar 10-12 weken verlof na de geboorte van een kind, terwijl het advies is om minimaal 6 maanden door te gaan met borstvoeding. Dit laatste heeft ook bewezen aanzienlijke gezondheidsvoordelen voor zowel moeder als kind: minder infecties, minder allergie, minder overgewicht, hoger IQ, lager risico op borstkanker voor de moeder bijvoorbeeld.

Naast betrouwbare, tijdige informatie aan aanstaande ouders, grootouders, mensen werkzaam in de kinderopvang en werkgevers is er ook dringend behoefte aan een verlofregeling voor werkende moeders die borstvoeding willen geven. Niet iedere baan leent zich ervoor om te worden gecombineerd met borstvoeding aan een kindje jonger dan 6 maanden: 8-12 voedingen per etmaal, kolven lukt niet bij iedereen. De bestaande Ouderschapsverlofregeling kan hiervoor gebruikt worden, maar helaas krijgen werkgevers op dit moment nog alle ruimte om (fulltime) ouderschapsverlof in aansluiting op het bevallingsverlof te weigeren. Bovendien hebben niet alle vrouwen recht op ouderschapsverlof, waardoor vele vrouwen genoodzaakt zijn hun kind uiteindelijk de fles te geven. In vele andere westerse landen (o.a. Duitsland, Ierland, Scandinavische landen, Australië) geldt op dit moment reeds een recht op verlof na de bevalling van 6 maanden of langer.