Besluit embryo opnieuw bekeken

De oppositie wil in een spoeddebat opheldering van het kabinet over zijn visie op embryoselectie. Coalitiegenoten PvdA en ChristenUnie staan in deze kwestie tegenover elkaar.

Vicepremier Rouvoet (ChristenUnie) eiste afgelopen week dat staatssecretaris Bussemaker (Volkgezondheid, PvdA) haar op eigen initiatief genomen besluit hierover zou intrekken en dat het onderwerp alsnog in het kabinet zou worden besproken. Hij kreeg daarvoor gisteren steun van de ministerraad. De oppositie spreekt van „amateuristisch geruzie”.

Bussemaker had grote commotie bij de ChristenUnie veroorzaakt met haar besluit om de mogelijkheden voor embryoselectie bij reageerbuisbevruchting te verruimen. Zij besprak haar besluit niet met Rouvoet. Deze werd verrast door de aankondiging van Bussemakers besluit in het tv-programma Netwerk maandag.

Embryo’s kunnen nu al getest worden op ernstige erfelijke ziekten, zoals de ziekte van Huntington. Alleen gezonde embryo’s worden dan in de baarmoeder geplaatst. Bussemaker kondigde maandag aan embryoselectie ook mogelijk te maken bij erfelijke vormen van borst- en darmkanker. Dinsdag schreef zij de Tweede Kamer hierover een brief.

Voor de ChristenUnie is dat onaanvaardbaar. De partij vindt dat beginnend leven moet worden beschermd en maakt een onderscheid tussen ziekten die zeker aan het nageslacht worden doorgegeven en ziekten met een verhoogd risico daarop. Borst- en darmkanker kunnen behandeld worden, de ziekte van Huntington niet.

De ministerraad besloot gisteren dat Bussemaker haar brief moest intrekken. Het verweer van Bussemaker dat het slechts zou gaan om een technische wijziging binnen een bestaande methode, kreeg geen bijval. Na afloop van de ministerraad zei premier Balkenende hij dat een „gevoelig onderwerp als dit” in de ministerraad besproken had moeten worden. „De staatsecretaris betreurt het dat het zo is gelopen.”

Rectificatie / Gerectificeerd

Embryo

In het artikel Besluit embryo opnieuw vergeleken (31 mei, pagina 2) staat dat de ChristenUnie een onderscheid maakt tussen ziekten die zeker aan het nageslacht worden doorgegeven en ziekten met een verhoogd risico daarop. Bedoeld werd het onderscheid tussen ziekten waarvan vaststaat dat ze optreden bij een drager, en ziekten met een verhoogd risico daarop.