Alle woorden samen 3

Naar aanleiding van het artikel `Alle woorden samen` reageerde C.J. Heuvelman met de interessante observatie dat bij mensen met taalstoornissen een bepaalde taal tijdelijk onbeschikbaar kan zijn, terwijl een andere wel toegankelijk is (W&O 17 en 24 mei). Dit is een bekend fenomeen uit onderzoek naar afasie bij bilingualen. Het kan zelfs zo zijn dat een patiënt de ene dag alleen de ene taal kan spreken en de volgende dag enkel een andere. Aangezien er geen overtuigende evidentie is dat talen in verschillende hersengebieden liggen opgeslagen, pleit dit verschijnsel voor het belang van taalinformatie, d.w.z. het lidmaatschap van de taal waartoe een woord behoort. Hiernaar werd in de laatste zin van het artikel verwezen.

In ons onderzoek is onder meer het woord `ramp` gebruikt. Dit woord is zeker een bekend woord in de Engelse taal; anders zou het geen goed woord zijn om in experimenten met Nederlands-Engelse meertaligen op te nemen. Maar omdat de gebruiksfrequentie van `ramp` volgens de CELEX-database (een bekende telling van woordgebruik) in het Engels 0,85 per miljoen is en in het Nederlands 1,41 per miljoen, valt het in een andere experimentele categorie dan bijvoorbeeld het woord `room`, met een Engelse log frequentie van 2,73 en een Nederlandse log

frequentie van 0,78.

J. de Jonge betwijfelt of bij veelvuldige herhaling van het woord `room` er nog steeds een vertraging van dit woord zal optreden. Onderzoek suggereert dat herhaling in woordlijsten leidt tot een verkleining van het storingseffect, maar niet tot een volledig verdwijnen daarvan. Woordverwerking geschiedt gewoonlijk vooral automatisch en op basis van het gedrukte signaal. Wel is van belang dat context, zoals een zin of tekst, invloed op het effect uitoefent. Ook zijn de effecten voor valse vrienden veel minder stabiel dan die voor cognaten. Desondanks is de conclusie duidelijk: omdat er onder veel omstandigheden directe effecten tussen talen worden gevonden, moeten alle woorden samen liggen opgeslagen.