Zwaailichtpoëzie

Wekelijkse speurtocht naar de grenzen van de slechte smaak.

Zwaailichtpoëzie

Vele jaren heb ik op de PvdA gestemd, tot dat echt niet meer kon. Hoe zal ik het uitdrukken? De cultuur was weg, de poëzie. Kwestie van smaak. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan mag, en om de zoveel tijd wil ik terug. Hoe bepaal je of dat ook inderdaad kan? Tussen wat voor mensen kom je dan terecht? Ik dook maar eens in de kwestie rond cartoonist Nekschot. Waar staat de PvdA in deze kwestie? Dat was niet helemaal duidelijk, vond ook prominent Amsterdamse PvdA-raadslid Karina Schaapman. Toen werd in het radioprogramma De ochtenden aan het PvdA-Kamerlid John Leerdam gevraagd: „Waar staat de PvdA in de Kwestie Nekschot?” Dit zei Leerdam: „Wie de bal kaatst, moet hem terug verwachten.” Dat hoorde Karina Schaapman, ze zei meteen haar partijlidmaatschap op. Wham! Het kan snel gaan in de PvdA van tegenwoordig. En nu is Leerdam weer boos op Karina Schaapman, omdat ze zijn woorden verdraaide, naar wat hij ongetwijfeld toch bedoelde.

Tja. Overal is wel wat. En het blijft toch een grappige club, de PvdA. Dus hoe staat het nu met de poëzie in de partij? Het antwoord luidt: goed! Er is op zijn minst een bevlogen prozaman actief. Marcel Duyvestijn is zijn naam en hij geeft hem letterkundig van jetje. Verrukkelijk.

Duyvestijn bouwt aan een oeuvre, op www.amsterdam.pvda.nl. Misschien moet ik met zijn column over Karina Schaapman beginnen, met haar maakten we hier immers al kennis. Welke literaire beeldspraken zouden er in Marcel Duyvestijn losbreken als hij aan Schaapman denkt? Ik citeer een aantal losse Duyvestijn-sneden: „Het werd even stil in me. Zij ook al weg. Het was een PvdA’er met een keihard rood hart. Een wijf om intens trots op te zijn. De problemen die zij bij de kladden pakt, worden als een oude auto helemaal uit elkaar gehaald. Dan komt het moment om alles weer op de plek terug te leggen. Dan is het warm om haar heen. Eigenlijk loopt ze dan voortdurend met een zwaailicht op haar hoofd. Als je 20 Karina’s in je fractie hebt, wordt het een kakofonie. Weer zag ik die ogen opvlammen. Weer zag ik die handen tot vuisten ballen. Weer zag ik de vrouwelijke Bokito die het apenhok wil verbouwen. Ik werd helemaal blij dat ik dicht bij het vuur mocht zitten. Als ik haar aan het werk zag, ging mijn innerlijke vlag uit.”

Begrijp me goed, het gaat Marcel Duyvestijn niet om Karina Schaapman zelf. Bij echte schrijvers doet het onderwerp er eigenlijk niet toe, het is immers alleen de literatuur die telt. Wat zegt onze columnist over PvdA-deelraadkameraad Ahmed Marcouch? „Overal te zien, handelend, een zwaailicht van het mooiste soort.” PvdA-wethouder Fatima Elatik: „Dagelijks op straat, als er een opstootje is hangt ze de hele dag rond.” Wethouder Lodewijk Asscher: „Dandy. Briljant acteur.” Wethouder Carolien Gehrels: „Ze trok een slanke hand door haar wilde haardos en keek scherp in de camera. Fantastisch. Wat nou miljoenenstrop? Ajax verliest ook wel eens.” Met zo’n huispoëet heeft de PvdA-afdeling Amsterdam geen politieke vijanden meer nodig. Duyvestijn houdt van al zijn onderwerpen, en hij heeft zijn taal lief. Maar van alle toponderwerpen is één toponderwerp hem toch het allerliefst. Ik presenteer Duyvestijns loflied, voor deze gelegenheid even in de dichtvorm die het verdient:

De Jiddische dictie, het

goocheme spel van Robbie

Oudkerk. Robbie komt pas

terug als

Alles had Robbie, alleen al

die vileine grijns, maar Robbie

is weg, komt pas terug als hij

Cohen kan opvolgen. Helaas!

Dit is beslist geen poëzie van de laagste plank! Volgende keer dus weer PvdA stemmen? Meteen maar partijlid worden? Ik aarzel nog. Toch nog even verder in het gemeentelijk zwaailicht-columnisme van Marcel Duyvestijn. „Mijn eerste sigaret was een heilige. Die kwam namelijk uit de Bijbel. Die had van die lekkere dunne pagina’s, waar je – met opa’s pijptabak – een geweldige sigaret van kon rollen. Alleen brandde hij wat snel op.” Dit is beslist geen bekentenisproza van de laagste plank! Dus. Vele jaren heb ik op de PvdA gestemd, tot dat echt niet meer kon. Maar het kan weer. Want de poëzie is terug! Het zwaailicht flikkert weer, de innerlijke vlag kan uit!