Wulpse klodders

Er is eigenlijk maar één reden om niet naar Sicilië te gaan en dat is het verkeer. Op de verlaten snelwegen is alles nog redelijk overzichtelijk, maar op de B-weggetjes heerst chaos. Aan kinderachtigheden als verkeersborden of -lichten wordt door niemand enige aandacht besteed. „Dit is toch een voorrangsweg?” piep ik wanhopig, terwijl uit alle zijstraten auto’s tevoorschijn schieten en een BMW mijn bumper kust.

Verder is het een ideale vakantiebestemming. Je kunt er tomaten kopen die naar tomaat smaken. En zwaar brood, met een keiharde korst en een beetje as aan de onderkant. En je kunt er op een stoel voor je uit staren, om vervolgens nogmaals dat brood te beruiken en te bevoelen en eens flink te zuchten.

Bovendien vind je er op elke straathoek een gelateria, waar mijn kinderen (die nogal moe worden van mij lyrische geneuzel over dat knoertharde brood) dan weer enorm van opknappen. Met ogen als schoteltjes kijken ze naar de romige, wulpse klodders die in hun hoorntjes gelepeld worden. Over de bak met fragola heeft iemand achteloos een hand wilde bosaardbeien uitgestrooid.

Ook op flora- en faunagebied is er van alles te beleven. Iets té veel naar mijn smaak. Als er ineens een roofdier op ons terras staat, ben ik ervan overtuigd dat mijn laatste uur geslagen heeft. Nu zal hij zijn vriendjes gaan halen en mijn complete gezin aan stukken rijten. En alsof dat nog niet erg genoeg is, zullen we dan eindigen als een verhaal in zo’n goed verkopende Nederlandse thriller.

Maar het blijkt gewoon een schichtige vos. ‘Pluimstaart’ doopt dochter hem. Na twee dagen eet hij uit haar hand.

Alleen dat verkeer. Een paar keer denk ik te hebben doorgrond hoe het zit. Dat een Alfa Romeo altijd voorrang heeft, bijvoorbeeld (tot ik van de weg gedrukt word door een Fiat Panda). Of dat druk gebarende mannen voorgaan (tot ik word gesneden door een oma).

Uiteindelijk leg ik me erbij neer dat er geen systeem ís. Hard de straat oprijden en dan pas kijken wat daar de eventuele gevolgen van zijn, dat is hier het devies. En veel, héél véél kapelletjes langs de weg bouwen.

Roos Ouwehand