Wonderapparaat kan bijna alles even goed

Wonderdoosjes zijn het, de smartphones waarmee je de halve wereld kunt binnenhalen. Zal de smartphone alle andere apparaten verdringen?

Aanstaande maandag is het precies honderd jaar geleden dat de Amerikaanse astmalijder James M. Spangler patent verkreeg op een machine die bestond uit een bezemsteel, een houten krat en een naaimachinemotor. De motor dreef een propeller en een rollende borstel aan. Het resultaat was een machine die kon vegen én zuigen en Spangler van zijn benauwdheid verloste. De zakenman William Hoover kocht zijn vinding en voegde er nog een kloppende beweging aan toe. Toen was de machine die klopt, veegt en zuigt geboren.

Het is zo’n weetje dat de mobiele netwerkmens moeiteloos uit zijn smartphone opdiept, want met dat doosje kan hij googelen – waar hij zich ook bevindt. Gisteren maakte KPN bekend dat je binnenkort ook televisie op je smartphone kunt kijken. Dat is dan na telefoneren, muziek beluisteren, e-mails lezen, surfen op internet, de weg vinden, foto’s maken en je eigen databank beheren de achtste gebruiksmogelijkheid van zo’n wonderapparaat dat je voor een paar euro plus een abonnement bij de telefoonboer kunt ophalen.

„Het samenkomen van al die functies, die convergentie, is de toonaangevende trend”, zegt de Finse onderzoekster Maria Sääksjärvi. Zij werkt aan de TU Delft en is gepromoveerd op de houding van consumenten tegenover ‘hybride producten’, zoals ze apparaten met meer functies noemt. „Hybride producten zetten de gewone producten onder druk, want die zullen steeds meer gezien worden als uitgeklede versies. Als apparaten uit de steentijd, toen de mensen een product maar voor één doel gebruikten.”

Dus exit de mp3-speler die alleen maar muziek kan afspelen? Hangen er donkere wolken boven de camera die alleen maar foto’s maakt?

„Nou”, zegt ontwerper van elektronische producten Marcel Vroom, „ik zie ook een trend naar specialisering. Mensen hebben een telefoon voor als ze in de auto gaan zitten en een andere voor als ze gaan joggen.” En neem de auto. Er is niet één auto gekomen, je hebt juist een heleboel verschillende types: cabriolets, pick-ups, SUV’s, voor elk doel is er nu wel een andere categorie. Ik heb zo’n telefoon met een computer erin. Heel handig, behalve als je hem van je oor moet nemen om in je agenda te kunnen kijken.”

In het technologisch darwinisme dat de ontwikkeling van de apparaten regeert doemt dus een strijdvraag op. Komt alles bij elkaar en is het toverwoord convergentie? Of hebben toestellen die zich hebben gespecialiseerd de beste overlevingskansen?

Voor specialisering zijn veel argumenten. Zie bijvoorbeeld de evolutie van twee nieuwigheden die in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw in menig huishouden hun intrede deden: de elektrische boor en de keukenmachine. Kern van beide apparaten was een elektrische motor, waaraan talloze hulpstukken konden worden geklikt. Cirkelzagen en schuurmachines aan de ene, sapcentrifuges en mixers aan de andere. Zo kon met een bescheiden investering toch de halve huishouding worden gemechaniseerd.

Maar wie nu in de catalogi kijkt, ziet overwegend apparaten die maar in één ding goed zijn. Black en Decker schrapte een paar jaar geleden het laatste combinatieapparaat uit zijn assortiment en Magimix en KitchenAid hebben ook alleen maar gespecialiseerde apparaten. „Alles is gesplitst naar functie, want elke handeling vereist een speciale motor”, legt Magimix-importeur Michel Trietsch uit. „Dat is wel duurder dan een combinatie-instrument, maar het werkt beter.”

Zie ook het onwaarschijnlijke succes van de iPod van Apple, een apparaat dat één ding goed kan: muziek opslaan en ten gehore brengen. Zie ook de almaar doorgaande segmentering van de laptopmarkt. Wat eens een gespecialiseerd product was – een computer die op schoot kon – is nu een prooi van steeds verder gaande specialisering: notebooks, subnotebooks en umpc’s (ultra mobile pc’s). Tot ontwikkeling gekomen in de niches van de informatiesamenleving en daar warm onthaald door een publiekssegment dat precies weet wat het wil.

Is multifunctionaliteit dan altijd een compromis? Is bijvoorbeeld zo’n all in one printer waarin een scanner, een printer en een fax zit een handige oplossing of zijn aparte machines beter? Is de koelkast die Whirlpool onlangs op de markt bracht en waar een espressomachine is ingebouwd echt zinvol? Lever je kwaliteit in als je een wasmachine koopt die behalve wassen en centrifugeren ook al kan drogen?

Nee, het is niet altijd behelpen, vooral omdat specialisering en convergentie niet meer tegenover elkaar staan. Moderne mensen willen het allemaal. Ze zijn van alle markten thuis, ze bewegen zich in allerlei levenssferen en ze willen niks missen – noch het gespecialiseerde product, noch het combinatieapparaat. Doublures worden op de koop toegenomen.

Zie de fiets. Toen de fietsenmarkt een tikje onoverzichtelijk dreigde te worden door de radicale specialisering in racefietsen, crossfietsen en stadsfietsen verzonnen de fietsfabrikanten de hybride fiets: de fiets die alles kon. Wat gebeurde er? Maakte de hybride fiets die ander genres overbodig? Nee, hij werd zelf een genre.

Zo zijn er meer voorbeelden. De evolutie van de radio sloeg in de jaren zestig een grillig zijspoor in. De radio werd een apart kastje, werd van zijn versterkerdeel ontdaan, ging tuner heten en moest net als de grammofoon op een versterker en op luidsprekers worden aangesloten. Wie een stand alone radio wilde hebben, was aangewezen op een wekkerradio. Totdat de Amerikaan Henry Kloss een paar jaar geleden voor Tivoli Audio een kastje uitvond waar alles weer in zat: radio, versterker en luidspreker. Het werd een wereldhit – maar de stereotoren ernaast bleef gewoon overeind staan.

Zal het de smartphone ook zo vergaan? Krijgt hij een leven naast de andere apparaten of zal hij ze verdringen – zoals de supermarkt de groenteman en de slager? Tachmy Dilmy is inkoopmanager bij internetwinkel Coolblue. „Die telefoons worden steeds beter”, zegt hij. „Als er een mp3-speler in zit, hoeft die helemaal niet slechter te zijn dan een pure mp3-speler. Bovendien heb je een goed scherm en je kunt fijn door de albums heen scrollen. En het belangrijkste is: je hebt die telefoon altijd bij je. Dus ik zie wel een zekere verdringing van de mp3-speler door de smartphone. Maar de camera zal niet verdrongen worden door de smartphone, want een echte camera is toch beter.”

Vincent Everts, trendwatcher en directeur van PCZapper, een bedrijf dat in mobiele video doet: „Ik zie wel veel combinatie en integratie, maar het gaat volgens mij niet naar één apparaat. Je kunt wel mp3’s op je telefoon afspelen, maar de mensen houden daarnaast toch een echte mp3-speler. Voor als ze in de trein of het vliegtuig zitten. Die gecombineerde apparaten vervangen niet iets, ze komen er gewoon bij. Ik denk dat we van drie apparaten naar wel dertig apparaten gaan.”

Multifunctionaliteit is iets extra’s en hoeft dus niet dodelijk voor andere soorten te zijn. Soms legt de alleskunner het zelfs af: de machine die klopt, veegt en zuigt heeft het in de gewone huishouding allang verloren van de machine die vooral zuigt.

Maar soms gebeurt dat juist ook weer wel: de combinatie van mobiele telefoon en camera is bezig de naakte telefoon te verdringen. „De telefoon met camera is erg hard gepusht door de fabrikanten”, zegt Maria Sääksjärvi. Maar die fabrikanten hadden het wel goed gezien, vindt ze. „Die functies liggen heel dicht bij elkaar, elkaar foto’s opsturen en met elkaar praten – het is allebei heel sociaal.” En het is besmettelijk. „Er zijn veel mensen die er eerst niet aan willen, maar als ze er eenmaal een hebben, willen ze er geen afstand meer van doen.”

Zal dat ook zo gaan met de smartphone? Wil straks iedereen mailen, bellen, fotograferen, navigeren, surfen en tv kijken? Dat is niet zo waarschijnlijk, sommigen zullen met bellen tevreden zijn. Sääksjärvi ziet wel een verschil tussen mannen en vrouwen. „Mannen zijn meer op gecombineerde apparaten gesteld dan vrouwen. Doordat mannen meer van gadgets houden, maar er komt iets bij: mannen moeten het apparaat in hun zak kunnen stoppen. Voor vrouwen is dat niet zo dringend, want die hebben handtassen.”