Wil de echte Luther opstaan?

Maarten Luther kent visueel veel gedaanten. Die van monnik, bon vivant, jonker, theoloog, vader en echtgenoot. Zijn nieuwe biografie is niet minder caleidoscopisch.

Sabine Hiebsch en Martin van Wijngaarden (red.): Martin Luther, zijn leven, zijn werk. Kok Kampen, 288 blz. € 22,50

Derek Wilson: Out of the Storm. The life and legacy of Martin Luthe. Hutchinson Random House, Londen 400 blz. € 22,99

Op de tweede verdieping van het Lutherhuis aan de Collegienstrasse in het Oost-Duitse Wittenberg draait een in eerste instantie verwarrende, maar allengs vermakelijke film over het leven van de reformator. De film is bij elkaar geknipt uit vele Duits- en Engelstalige films die in de loop der jaren over het leven van Martin (‘Maarten’) Luther zijn gemaakt. In de ene wordt hij afgebeeld als een broodmagere, door zijn geweten gekwelde monnik, in een andere juist als een welgedane, wat boertige levensgenieter. Wil de echte Luther opstaan?

Ook de talrijke tekeningen, gravures en schilderijen van de kerkhervormer die bijeengebracht zijn in het voormalige woonhuis van Luther, laten veel variatie zien. In het eind vorig jaar verschenen boek Martin Luther, zijn leven, zijn werk worden diens portretten onderscheiden in zeven hoofdvormen: bedelmonnik, doctor in de theologie, jonker, echtgenoot, kerkvader, oude man en overledene. Het is nauwelijks te geloven dat het allemaal portretten van dezelfde persoon zijn. Ze waren dan ook niet bedoeld als natuurgetrouwe afbeeldingen, maar moesten helpen het gedachtegoed van de hervormer te verspreiden. Net als de afbeeldingen in latere eeuwen hadden ze een propagandistisch karakter, gemodelleerd naar de boodschap die men wilde afgeven.

Maar hoe interessant al die portretten ook zijn, wie een goed beeld van Luther (1483-1546) wil krijgen, moet afgaan op het geschreven woord. Luther zelf heeft enorm veel geschreven en – door zijn vertaling van de Bijbel – een enorme invloed uitgeoefend op ontwikkeling van het Hoogduits.

Hij uitte in zijn geschriften felle kritiek op de rooms-katholieke kerk, die de handel in aflaten bevorderde. Door zo’n op schrift gestelde aflaat verschafte de paus je kwijtschelding van zonden. Aanvankelijk kon je zo’n aflaat krijgen door bijvoorbeeld een pelgrimage of deelneming aan een kruistocht. Later kwam er handel in aflaten. De opbrengst werd besteed aan de bouw van kerken en kathedralen. Daartegenover stelde Luther zijn ‘sola fide, sola scriptura, sola gratia’. De mens kan geen redding van de eeuwige ondergang ‘kopen’. Vergeving krijgt hij alleen door geloof, door de Schrift (de Bijbel), door genade. Hij kan en hoeft daar zelf op geen enkele manier aan bij te dragen.

Luther was weliswaar niet de eerste die kritiek uitoefende op de aflaathandel, maar de timing maakte zijn protest effectief. Het eerste hoofdstuk van dit boek besteedt veel aandacht aan de sterk veranderende wereld waarin Luther leefde. Het was niet alleen de tijd van de ontdekking van nieuwe werelddelen, maar ook de tijd van nieuwe wetenschappelijke inzichten en nieuwe technieken. De boekdrukkunst was net uitgevonden, waardoor zijn kritiek zich buitengewoon snel over West-Europa verspreidde. Ook de politieke en maatschappelijke omstandigheden werkten mee. Luther genoot bescherming van de keurvorst van Saksen. ‘Zonder de aanwezigheid van al deze randvoorwaarden was Luthers theologie wellicht niet eens buiten de muren van Wittenberg bekend geworden’, constateren de schrijvers terecht.

Modern

Luther meende zelf aan het einde van de geschiedenis te staan, maar is ongewild geworden tot een sleutelfiguur tussen Middeleeuwen en de moderne tijd. Middeleeuwer was hij bijvoorbeeld in zijn verzet tegen het heliocentrisch wereldbeeld dat de aarde niet als het centrum van het heelal zag; modern was hij door de zelfstandigheid van zijn theologisch denken, dwars tegen de dominantie van Rome in.

Het is een goed idee geweest om juist nu leven en werk van Luther nog eens op een rijtje te zetten. In Duitsland en Scandinavië neemt het lutheranisme nog een prominente plaats in, maar de Evangelische Lutherse Kerk in Nederland is de laatste jaren sterk gekrompen en in 2004 deel geworden van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). Hoe lang de specifiek lutherse aspecten van de Reformatie – bijvoorbeeld de eigen liturgische traditie – in die nieuwe, overwegend calvinistische kerk nog te horen en te zien zullen zijn, is ongewis.

Dit boek legt niet alleen de oorsprong van het lutheranisme op een toegankelijke manier vast, maar geeft bovendien een fraaie indruk van de lutherse beeldcultuur. Het aardige is dat de samenstellers ervoor gekozen hebben nu eens niet de geijkte plaatjes op te nemen, maar werken die bij een groter publiek onbekend zijn. Ook tal van kunstwerken die in bezit zijn van Evangelisch-Lutherse gemeenten zijn afgebeeld en van een toelichting voorzien.

Het verhaal over leven en werk van Luther wordt telkens onderbroken door korte essays over specifieke thema’s, zoals Luther en Augustinus, de theologie van het kruis, Thomas Müntzer, Luthers hermeneutiek, Luther en de Boerenoorlog van 1525, Luthers vrouw Katharina von Bora, Luther en Erasmus, de schilder Cranach, etc. Het zijn deze essays die dit boek zeer compleet maken.

Een heel andere opzet heeft de met veel vaart geschreven Luther-biografie van de Britse historicus Derek Wilson, die eerder onder meer een biografie over Karel de Grote schreef. Hij vertelt het levensverhaal van Luther en plaatst dit nadrukkelijk tegen de achtergrond van de politieke en sociale omstandigheden van zijn tijd. Wilson maakt overtuigend duidelijk hoe cruciaal de positie van Luther was in het krachtenspel tussen vorsten, keizer en paus. Hij schuwt eigentijdse parallellen niet, wat de levendigheid van deze biografie ten goede komt. Zo heet de Inquisitie de KGB van de paus. Hij verhult evenmin zijn eigen opvattingen. Schrijvend over de verdeeldheid van de kerken die uit de Reformatie zijn voortgekomen constateert Wilson: ‘Zou Luther terugkeren, dan zou hij maar weinig kerken vinden die trots onder de banier van de bijbelse boodschap lopen, waarvan de ontdekking hem zoveel gekost heeft.’

Overheid

Zijn kennelijke sympathie voor de kerkhervormer weerhoudt hem er niet van kritische noten te kraken. Luther heeft onvoldoende begrip getoond voor de consequenties van het geestelijke egalitarisme dat hij voorstond. Wie het ‘priesterschap aller gelovigen’ en de ‘vrijheid van het evangelie’ predikt, moet het gesprek met gelovigen met andere overtuigingen niet uit de weg gaan. Door zijn positieve houding tegenover de wereldlijke overheid is het lutheranisme de religie van de heersende klasse in Noord-Duitsland geworden.

Verder constateert Wilson dat Luther zich aan het einde van zijn leven wel erg negatief heeft uitgelaten over joden. Hij vond dat hun huizen en synagogen verbrand moesten worden. Toch vindt hij Luther geen racist en wil hij hem Auschwitz niet in de schoenen schuiven. Luthers bezwaren tegen het jodendom waren dezelfde die hij had tegen de roomse kerk en tegen de islam: hun geloof bestond uit het doen van goede werken, waardoor men het eeuwig heil kon verdienen. En dat was voor de (her)ontdekker van het bijbelse ‘sola gratia’ (door genade alleen) een onverdraaglijke gedachte.