Wéér een koning minder op de wereld

Ik zag de voorzitter van het Nepalese parlement op televisie aankondigen dat Gyanendra binnen veertien dagen zijn paleis moet verlaten, en vroeg me af of het leuk zou zijn om dat een keer mee te maken: een afgezette koning.

Maar je eerste gedachten gaan meteen uit naar Beatrix, en dan heb je al bijna spijt dat het idee bij je is opgekomen. Kassian dat die met haar hele hebben en houwen over twee weken Huis ten Bosch zou moeten verlaten! Dat zouden zelfs Pierre Vinken en Ben Knapen niet over hun hart kunnen verkrijgen.

Daarom zal het hier ook niet gebeuren: de Republikeinen zijn te netjes.

Daar komt natuurlijk bij dat onze Repu’s ook nooit tot het uiterste zijn getergd door koninklijk wangedrag. In Nepal schoven ze af en toe de constitutie opzij of stuurden ze de regering naar huis, en dan praat ik nog niet eens over het incident uit 2001 waarbij de vorige vorst met z’n halve gezin werd vermoord door een geflipte zoon. Zulke dingen zijn bij de Oranjes zelden of nooit voorgekomen. Willem de Derde was misschien geen democraat, en hij zou geen traan hebben gelaten als Thorbecke voortijdig was doodgegleden over een bananenschil, maar hij heeft tot drie keer toe een kabinet van die man gedoogd, en geen van z’n zoons heeft hem ooit naar het leven gestaan.

Elke monarchie heeft de republikeinse onderdanen die ze verdient.

Het Nepalese parlement zag er op televisie wel blij en opgelucht uit. ‘Mogelijk’, las ik in de krant, ‘wordt in sommige kringen binnenskamers nog gerouwd om de val van het koningshuis. Misschien door aristocratische aanhangers in de stad. Misschien door strenggelovigen op het platteland. Maar op straat overheerst de feestvreugde.’

Van je hela, hola in Kathmandu. Ik ken het niet. Ik ben geloof ik een van de weinigen van mijn generatie die nooit naar die streken heeft getaald. Heel af en toe zet ik Sgt. Pepper’s lonely hearts nog eens op, en dan spoel ik extra snel door als de cd aan de dreinnummers van George Harrison toe is. Moet een aardige jongen zijn geweest, net als de drie andere Beatles. Maar ze reisden de kant van Kathmandu op om het Hemelse Geluk te vinden, kwamen de Bhagwan of een paar andere wijze zwendelaars tegen, en het was afgelopen met hun muziek. De vrienden en kennissen die ik in de jaren zeventig onbeschadigd uit India en omstreken heb zien terugkeren, kon ik ook op de vingers van één hand tellen.

Of er in die tijd al maoïsten in Nepal waren weet ik eigenlijk niet. Maar nu hebben ze in dat republikeinse parlement twee keer zoveel zetels als hun twee concurrenten waar ook nog gewone communisten tussen schijnen te zitten. Maoïsten! Die heb je volgens mij zelfs in China nog maar nauwelijks. En ze zullen in hun vrije tijd wel vredelievend op een sitar tokkelen, maar ’s morgens als ze naar hun werk gaan, zijn het natuurlijk weer gewoon maoïsten. Dat is door de hele geschiedenis heen ook telkens het probleem geweest: je kunt altijd wel een koningshuis afschaffen, maar niemand garandeert je dat er iets mooiers voor in de plaats komt.

Waar moeten afgezette monarchen tegenwoordig naar toe? Vroeger emigreerden ze naar de Verenigde Staten (A king in New York), en liefst naar de Rivièra. Maar Cannes, het ballingsoord van koning Zog van Albanië als ik me goed herinner, en Menton zijn qua buurt wel erg achteruitgegaan. Las ik trouwens dat Gyanendra nog een villa buiten Kathmandu heeft waar hij van de maoïsten zou mogen blijven wonen?

Dat zou ik altijd verdommen als ik hem was.