Vrouw wordt onderdrukt, met of zonder hoofddoek

Heel Turkije debatteert over de hoofddoek. Maar vrouwen in een arme, traditionele regio als Diyarbakir hebben wel grotere problemen.

Fatma Gül van de vrouwenorganisatie Selis in de Turkse stad Diyarbakir schudt haar hoofd. Als je naar de televisie kijkt of de kranten leest, gaat het alleen nog maar over de hoofddoek in Turkije, zegt ze. Maar wij van Selis weten dat vrouwen in een arm, traditioneel gebied als Diyarbakir wel andere zorgen hebben.

En dan vertelt Fatma een verhaal waarin geen hoofddoek voorkomt, maar dat zo gruwelijk is dat haar stem enige malen breekt. Het gaat over Sehriban, een meisje uit een dorp bij Diyarbakir dat pas vijfentwintig jaar oud was toen ze werd vermoord. Toen ze zestien was, huwden haar ouders Sehriban uit. De man in kwestie had ze nog nooit gezien en ze werd niet om haar mening gevraagd. De echtgenoot bleek een psychopaat.

„Hij drukte sigaretten uit op haar lichaam en bond haar vast voor rare seksspelletjes”, zegt Fatma Gül. Zelfs het feit dat Sehriban haar echtgenoot twee zonen schonk (een grote troef voor een vrouw in een patriarchaal milieu) mocht haar echtgenoot niet vermurwen. Sehriban vroeg haar moeder toestemming om er vandoor te gaan. „Ze zei: verdraag het maar”, vertelt Fatma Gül, „Vrouwen in Diyarbakir lopen niet weg.” Sehriban deed dat uiteindelijk toch en haar echtgenoot vermoordde haar. „Hoeveel aandacht wordt er nog in Turkije besteed aan het lot van vrouwen als Sehriban?”, zegt Fatma Gül, terwijl haar ogen vochtig worden.

Het is een goede vraag. Drie jaar geleden nog, toen Turkije op weg leek te zijn naar de Europese Unie, stonden onderwerpen als eerwraak en feodale, vrouwonvriendelijke praktijken in traditionele, straatarme regio’s als Diyarbakir aan de top van de politieke agenda. Maar de dood van Sehriban ging bijna onopgemerkt voorbij.

Tegenwoordig staat de hoofddoek in het centrum van het politieke debat. Gelovige Turken betogen dat het ‘vrijlaten’ van de hoofddoek de keuzevrijheid van vrouwen vergroot en dus de positie van de vrouw verbetert. Seculiere Turken stellen juist dat de hoofddoek de eerste stap is op weg naar een ‘Iranisering’ van Turkije.

Fatma Gül hoort, zegt ze zelf, meer bij het tweede kamp. Ze is tegen de regerende AK-partij, omdat die van Turkije „een soort Koeweit of Saoedi-Arabië wil maken”. Maar bovenal vindt ze dat al die debatten over de hoofddoek de aandacht wegnemen van het echte probleem: vrouwen in Diyarbakir en omstreken zijn geen burgers die hun leven zelf invullen. „Van jongs af aan krijgen vrouwen hier verteld dat het lot hun leven heeft bepaald. Of een vrouw een hoofddoek draagt of niet maakt niet uit, ze wordt hier hoe dan ook onderdrukt. Dat is het systeem.”

Dat ‘hier’ is natuurlijk een bijzondere plek. Diyarbakir, dat voornamelijk bevolkt wordt door Koerden, loopt als het om vrouwenemancipatie gaat tientallen jaren achter bij steden als Istanbul. Zo groot zijn de problemen dat er nauwelijks sociaal werkers zijn die in de stad willen werken – de vloedgolf aan ellende is overweldigend. „Ik werk hier pas een paar maanden en ik heb al twee keer meegemaakt dat vrouwen vermoeden dat er in hun gezin sprake is van incest”, zegt de psychologe van het adviescentrum dat aan Selis is verbonden.

Zo’n 70 procent van de bevolking van Diyarbakir is straatarm, schrijft het adviescentrum in een rapport. Die armoede is vooral voor de vrouwen moeilijk – zij moeten voor de kinderen zorgen, want de man schaamt zich dat hij werkloos is en komt pas ’s avonds laat thuis. Vaak krijgt de vrouw, als de frustratie hoog oploopt, ook nog een pak slaag. Uit de evaluatie blijkt dat zo’n 60 procent van de vrouwen die het centrum bezoeken serieus aan zelfmoord denken of zelfs één of meer pogingen hebben ondernomen.

Maar heeft het debat over de hoofddoek dan helemaal geen relevantie voor Diyarbakir? Jawel, zegt Seher Akcinarbayar. Ze stopte met haar studie sociologie toen in Turkije het verbod werd doorgevoerd op de hoofddoek binnen de campus. „Ik wilde dat zelf”, zegt zij, „mijn vader was erop tegen.” Volgens Akcinarbayar is het opheffen van het verbod op de hoofddoek wel degelijk een wapen in de strijd tegen achterstelling van de vrouw. „Veel meisjes kunnen hier niet naar school, omdat hun ouders erg traditioneel zijn. Als je de hoofddoek vrijgeeft en bijvoorbeeld speciale scholen voor meisjes opricht, dan zou het aantal meisjes dat naar school gaat met zo’n 40 procent kunnen toenemen.” En onderwijs is een eerste stap voor vrouwen.

Advocaat Selahattin Çoban, net als Akcinarbayar actief in de gelovige mensenrechtenvereniging Mazlumder, valt haar bij. „Iran is altijd een gevaarlijk voorbeeld in Turkije”, zegt hij, „maar het is wel zo dat in Iran de vrouwen flink in opmars zijn. Aan sommige faculteiten aan de universiteiten in Iran hebben ze zelfs een quotum van 30 procent ingesteld voor mannen”.

Natuurlijk is de afstand groot tussen het universum van advocaat Çoban, wiens echtgenote wegens de hoofddoekkwestie stopte met haar studie chemische technologie, en dat van de vrouwen die naar het opvangcentrum van Selis komen. Çoban hoort – sociologisch gezien – bij het kernelectoraat van de AK-partij van premier Erdogan: gelovig, maar niet in de fundamentalistische zin van het woord, maatschappelijk succesvol en mede daardoor zelfverzekerd genoeg om verandering van het Turkse seculiere bestel te eisen.

„Ach, die hoofddoek”, zegt de psychologe van het opvangcentrum van Selis. „De vrouwen die hier komen, kunnen niet eens lezen of schrijven, laat staan dat ze naar de universiteit willen.” Als de vrouwen ergens in geïnteresseerd zijn, dan is het in hun economische onafhankelijkheid. „Ik gaf een seminar en vroeg: hoe kan ik jullie helpen? Een vrouw zei: help me een baan te vinden.”