Vrolijk foeteren op versleten gewrichten

Danser en choreograaf Job Sanders introduceerde de Amerikaanse jazzdans in Nederland. „Hij was een enorm kunstenaar.”

Na de fitness op vrijdag (het ‘seniorenuurtje’) dronken ze steevast een cappuccino op een Bezuidenhouts terras: choreograaf, danser en danspedagoog Job Sanders en zijn goede vriend Gerard Lemaître. Vrolijk foeterend op de versleten gewrichten, maar vooral met veel humor en lachsalvo’s de ‘straf’ voor hun danspassie bezwerend. Als iemand gepassioneerd was, was het Sanders: als voormalig Nederlands Dans Theater-choreograaf en -danser, kon hij na zijn veelvuldige theaterbezoeken fel uitvallen over het niveau van voorstellingen, maar hij raakte even vaak in vervoering door de dansers.

Job Sanders (1929-2008) overleed maandagavond aan kanker. Met zijn dood verliest de danswereld een markant en kleurrijk man die hele generaties dansers opleidde aan het Haags Conservatorium en de dansacademie in Rotterdam.

Als tienjarig jochie emigreerde hij met zijn joodse ouders naar de Verenigde Staten. Daar kreeg hij les van Alexander Gavrilov, die zelf nog bij Diaghilevs fameuze Ballets Russes had gedanst. Later voltooide hij zijn balletopleiding aan de School of American Ballet van George Balanchine. Nadien danste hij onder meer in musicals op Broadway, bij Balanchines Ballet Society (een voorloper van het New York City Ballet), Les Ballet Russes de Monte Carlo en het American Ballet Theatre.

Eind jaren vijftig kwam hij regelmatig als gastdanser naar Nederland, waar hij de dansers van het Nederlands Ballet liet kennismaken met bijvoorbeeld de Amerikaanse jazzdans. In 1961 vestigde hij zich weer in zijn geboorteland en sloot hij zich aan bij het Nederlands Dans Theater. Voor deze destijds pas opgerichte rebellenclub maakte hij ook vele balletten met een sterk expressionistische inslag. Zo maakte hij in 1965 voor het Holland Festival het ballet Entrata met Alexandra Radius. In 1967 stopte hij zelf met dansen.

Gerard Lemaître danste destijds bij het NDT in enkele van Sanders’ balletten. „Job was zeker niet de makkelijkste als choreograaf, maar hij is zeer belangrijk geweest voor de ontwikkeling van het Nederlands Dans Theater. Hij was zeer gedreven. Ik was wel eens tweede cast en dan improviseerde ik eerlijk gezegd wel eens wat. Dat vond Job maar niks. Hij was een enorm kunstenaar, altijd bezig met dans, muziek of schilderen. De laatste jaren heb ik hem leren kennen als een ongelooflijk betrokken vriend. Hij is echt het beste geweest wat een mens kan overkomen. Lachend op het terras ging het toch altijd weer over die inspiratiebron: de dans. ”