Treurmars om einde van een levenswijze

Op diverse plaatsen in Europa demonstreren boeren, vissers en chauffeurs tegen de hoge brandstofprijzen. Bretonse vissers waren de pioniers in deze internationale golf van protest.

Roger Nedelec (54) heeft nog het voorkomen van de visser die hij nu 36 jaar is geweest – waarvan dertig als baas van zijn eigen treiler, onderstreept hij trots. Een rijzige, rossige spierbonk met roestige huid en te korte nagels. Kan wel wat hebben, zou je zeggen.

Maar zijn fletsblauwe ogen verraden hem. Ze staan krachteloos, berustend. Roger Nedelec sjokt vandaag mee in de zoveelste demonstratie tegen de hoge brandstofprijzen. Alsof hij buitensporig vermoeid is. En toch is hij al tien dagen niet op zee geweest. Hij is visser in Le Guilvinec, de zuidwestelijke vissershaven van Bretagne – waar ze eer opeisen te zijn begonnen met de protestbeweging die inmiddels is overgeslagen naar Spanje en Italië, van vissers naar boeren, transporteurs en taxichauffeurs.

Heel goed, vindt Roger Nedelec, zo’n Europese beweging. Maar hij heeft de strijd zelf zo langzamerhand opgegeven. „Als er morgen een sociaal plan komt zodat ik met vervroegd pensioen kan, stop ik”, zegt hij. En als de stakers morgen besluiten weer uit te varen, zonder sociaal plan? „Ik weet het niet. Ik kan er niet meer van leven.”

De Europese vissers staan al jaren onder druk. Overbevissing en zeevervuiling hebben geleid tot een stortvloed aan beperkingen en (dure) moderniseringseisen. Ze kunnen nauwelijks de concurrentie aan met goedkope ingevroren vis uit andere werelddelen. Frankrijk importeert inmiddels meer dan 1,1 miljoen ton vis per jaar. De export stokt bij 430.000 ton, en brengt drie keer minder op.

Sinds begin dit jaar komen de problemen samen. Terwijl de lokale roggen, kabeljauw en langoustines het nog slechter op de markt doen dan in andere jaren, is de brandstofprijs langzamerhand voor veel vissers hoger geworden dan de opbrengst van hun vangst.

In de westpunt van Bretagne is de visserij nog altijd een economische sector van belang, waar 15.000 banen van afhangen. Vandaag hebben alle vissers uit de regio afgesproken in Quimper, de centrumstad aan de zuidkust van de Finistère. Honderden getatoeëerde, gepiercete of ‘naturel’ geschramde vissers met gescheurde broeken en wilde haren roepen echo’s op van voorbije eeuwen, toen boeren van tijd tot tijd de notabelen in de stad belegerden.

Ze schreeuwen. Een vaste olieprijs van 40 cent per liter! President Sarkozy, meer beloftes graag! De 25 taxichauffeurs van Quimper willen ook goedkopere brandstof: ze rijden toeterend voor de stoet uit. De winkeliers doen beleefd solidair. Ze spelen ville morte vanmiddag: winkels dicht en rustig applaudisseren langs de kant. Ook een goede manier om plundering te voorkomen, die de afgelopen dagen in tal van steden plaatshad.

Ze hebben een naam hoog te houden, de vissers van Le Guilvinec, derde vissershaven van Frankrijk. Hier stond president Sarkozy al in november vorig jaar te bekvechten met boze vissers. Hij redde zich eruit met een ronkende belofte. „Ik zal de Franse visserij niet laten sterven, ik zal grote dingen aankondigen!”

Toen Sarkozy dat zei, stond Armand Le Gossec met zijn woeste baard en lange gestalte pal tegenover hem. De foto van de kleine president en de grote visser haalde alle kranten. „Ik wist toen ook wel dat het alleen maar woorden waren”, zegt Le Gossec nu, terwijl de jongere vissers om hem heen dringen. Hij is sinds deze maand uitgegroeid tot de onbetwiste woordvoerder van de 542 vissers uit Le Guilvinec. Hij vertegenwoordigt de harde lijn. „We moeten doorgaan, we hebben nog niks echt binnen.” Maar veel vissers houden het niet meer uit. Ze vinden dat andere steden, andere landen het protest moeten overnemen.

Volgens economen moet de Franse vloot, met ruim 5.000 schepen goed voor ongeveer 10 procent van de Europese vangst, minstens met eenderde krimpen. Denkt Le Gossec dat steun sanering kan voorkomen? Nee, grijnst hij meteen. „Minstens de helft van ons zal verdwijnen. Maar steun zou in elk geval tijdwinst betekenen.”

Geen van de vissers uit Le Guilvinec gelooft de beloftes die Sarkozy deze week deed: dat de 40 miljoen eerste hulp maar een beginnetje is. Dat hij Europa gaat bewegen tot lagere belasting op brandstof, een idee dat de Europese Commissie deze week meteen afwees.

Volgens Jean-Baptiste Bongi (28) moet Europa eerst een fundamentele keuze maken. „Als we een vitale visserij willen, is er een sanering nodig. Maar voor de overblijvers moet er wel echte steun komen.” Zelf wil hij graag tot de overblijvers behoren, maar hij denkt het niet te redden. Sinds vier jaar is hij eigenaar van een treiler, waarmee hij op langoustines vist. „Toen geloofde ik in een moderne, op evenwicht met de natuur gerichte visserij met economisch perspectief. Dat laatste heb ik nu niet meer.”

Roger Nedelec denkt dat Europa – met instemming van Sarkozy – de keuze allang gemaakt heeft: de Europese visserij moet verdwijnen. Vissers zijn niet ecologisch genoeg, te zwak op de markt. „Ons vak is ten dode opgeschreven”, meent hij. Hij loopt in Quimper vandaag een treurmars voor een voorbije wereld, na vijf generaties vissers in de familie. „We zullen van leefwijze moeten veranderen”, zucht hij. „Maar wat kunnen we? Alleen maar vissen.”