Sichuan evacueert 250.000 mensen

Ruim 250.000 van de 1,3 miljoen inwoners van Mianyang in de Chinese provincie Sichuan zullen vannacht worden geëvacueerd. Een natuurlijke dam van rotsen en modder in de Minyang-rivier staat op breken als gevolg van zware regenval. Een groot deel van de inwoners van het stadje leeft sinds de aardbeving op 12 mei op straat uit vrees voor de naschokken.

Achter de natuurlijk dam is een groot meer ontstaan. De lager gelegen stadsdelen zullen overstromen als deze dam doorbreekt voordat Chinese ingenieurs het waterpeil hebben verlaagd. In Mianyang is ook een groot kamp voor ontheemden gevestigd. Er is inmiddels ook een plan gemaakt om de hele stad te ontruimen.

De Chinese autoriteiten hebben de zoekacties naar de vermisten stopgezet en concentreren zich op de bouw van tentenkampen en noodwoningen. Daarbij is alle hulp – ook van Taiwan – welkom, aldus een woordvoerder van de Chinese overheid.

Plannen om militaire vliegtuigen van het Japanse leger in te zetten om tenten en andere hulpgoederen naar het getroffen gebied in Sichuan te vervoeren zijn intussen in de ijskast gezet. Volgens Japanse media zet Tokio nu charters in.

Aanvankelijk leken Chinese en Japanse vertegenwoordigers het eens over het inzetten van de militaire toestellen vanaf komend weekend, maar nadat op Chinese internetsites felle kritiek was geleverd op de komst van Japanse militairen naar China werd de uitvoering van het plan stopgezet. De inzet van Japanse militairen is 63 jaar na afloop van de Japans-Chinese oorlog (1931-1945) voor vele Chinezen een onverdragelijke gedachte. Op internetsites is Japan veelvuldig en uitvoerig gecomplimenteerd om de snelle hulp.