Salamifighter

Het spektakel van de spartelende PvdA-defensiespecialist Eijsink de afgelopen week verandert niets aan de uitkomst: de Tweede Kamer stemt in met alweer een volgende fase in het aankoopproces van een nieuw type gevechtsvliegtuig. Nederland gaat nu formeel deelnemen aan de testfase van de Amerikaanse F35 Lightning II van Lockheed-Martin, beter bekend als de Joint Strike Fighter (JSF). Helaas is dat proces een politieke prestigestrijd tussen de twee grootste regeringspartijen geworden.

En dat terwijl het gaat om een megaproject. Toenmalig minister-president Kok (PvdA) sprak in 2002 over „de order van de eeuw”. De aanschaf ging meer kosten dan de Hogesnelheidslijn en de Betuwelijn tezamen. Het project heeft, zes jaar later, alle kenmerken van een goed onderwerp voor een toekomstige parlementaire enquête: de geplande kosten bedragen omstreeks 6 miljard euro, maar beginnen uit de hand te lopen, het bedrijfsleven wil uit onder eerdere afspraken om mee te betalen, en niemand lijkt in staat het dreigende onheil af te wenden.

Dat heeft te maken met het besluitvormingsmodel waarvoor Kok destijds de fundamenten legde: dat van de salamitactiek. Dat wil zeggen dat de aanschaf is opgedeeld in kleine deelbeslissingen die steeds gepaard gaan met de mededeling dat ‘we nog altijd terug kunnen’. Zo werd gisteren besloten over toetreding tot de testfase, maar een definitief besluit tot aankoop van twee testvliegtuigen valt officieel pas volgend jaar. Dat in maart evenwel ook bekend werd dat die toestellen al zijn besteld en dat daarbij al 10 procent is aanbetaald, illustreert het sluipende karakter van het aanschafproces.

Terecht heeft de PvdA grote bezwaren tegen de gevolgde gang van zaken. Overigens toont de voorgeschiedenis aan dat de partij medeverantwoordelijk is voor de huidige situatie. Maar de opstelling van Eijsink deze week roept wel vragen op. Zij betoogde gedetailleerd en nadrukkelijk dat het ministerie van Defensie niet te vertrouwen is bij de presentatie van cijfermateriaal dat de keuze voor het Amerikaanse gevechtsvliegtuig moet onderbouwen. Staatssecretaris De Vries (Defensie, CDA) had gelijk toen hij van haar eiste dat wantrouwen neer te leggen in een formele politieke uitspraak. Dat de PvdA hiervoor terugdeinsde, illustreert de verpolitiekte atmosfeer rond dit thema.

De ondoorzichtigheid van het JSF-project hangt ook samen met het financieringsmodel. Nederland koopt niet een kant-en-klaartoestel ‘van de plank’, maar mag tegen korting op de aanschafprijs meedoen met de ontwikkeling ervan. Bovendien zou het Nederlandse bedrijfsleven mee profiteren in de vorm van Amerikaanse tegenopdrachten. Deelname aan een dergelijk technologisch hoogwaardig product zou Nederland bovendien up-to-date houden als kenniseconomie. Door deze als ‘voordelen’ verpakte nevendoelstellingen van de aankoop van een gevechtsvliegtuig verdwijnt het zicht op de kern van de zaak: Nederland wordt de Joint Strike Fighter in gerommeld.