Pomp die zware olie maar door naar China

Latijns-Amerika is voor zijn export nog erg afhankelijk van Noord-Amerika.

Maar China rukt op. Dat biedt een land als Venezuela nieuwe mogelijkheden.

Ooit komt de dag, zo waarschuwt president Hugo Chávez nu al enige jaren, dat de Venezolaanse oliekraan dichtgaat voor Noord-Amerika. De eerste paar keer dat de socialistische leider dit dreigement uitte, reageerde de markt er nog op. Inmiddels niet meer: Chávez kan bijna nergens anders heen met zijn belangrijkste exportproduct, weten handelaren nu. Alleen aan de Amerikaanse Golfkust staan genoeg raffinaderijen die de zware, zwavelrijke Venezolaanse olie aankunnen.

Toch komt er „binnen enkele jaren” een moment dat Chávez zijn olie wel ergens anders kan gaan afzetten: in China. Dat voorziet Javier Santiso, een Frans-Spaanse topeconoom van de club van rijke industrielanden OESO. „De Chinezen zijn met Venezuela in gesprek om daar raffinaderijen te bouwen, of anders in eigen land. Ook al zal het Venezuela minder opleveren, Chávez is er politiek gezien toe bereid. Dit gaat een heel groot thema worden.”

Het is volgens de voormalige bankanalist Santiso maar een van de vele voorbeelden van de snelle opkomst van China in Amerika’s achtertuin. Vorig jaar voerde hij als directeur van het Development Centre van de OESO de redactie over het boek The Visible Hand of China in Latin America. Vorige week hield hij op uitnodiging van de Society for International Development een lezing aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Santiso: „De opkomst van China is helemaal fantastisch voor Latijns-Amerika. Het is niet langer alleen afhankelijk van de VS en Europa. Voor de eerste keer in zijn geschiedenis kan het continent leunen op drie motoren van groei. China is erg hongerig naar grondstoffen en Latijns-Amerika heeft daar een overschot aan, zowel hard [grondstoffen, red.] als zacht [agrarische producten].

„Door zijn grote vraag drijft China de grondstofprijzen op. Het land overspoelt de financiële markten met goedkoop geld, waarvan bedrijven in Mexico en Brazilië de afgelopen vijf jaar enorm hebben geprofiteerd. Tegelijkertijd vormt het land geen bedreiging voor de regio. China heeft zijn belangrijkste concurrenten in Zuidoost-Azië en door de afstand kan het met Latijns-Amerika op de Amerikaanse markt nog amper concurreren. Op de middellange termijn zijn er wel verscheidene bedreigingen die een uitdaging vormen.”

Zoals?

„Als je wind mee hebt, zoals Latijns-Amerika nu, is het de vraag hoe je deze extra inkomsten gebruikt. Er zijn twee manieren. De Venezolaanse manier, het geld uit het raam gooien door de consumptie te bevorderen en de staatsuitgaven op te voeren. De andere manier is kijken hoe je het op een meer duurzame manier kunt besteden.

„Voor Latijns-Amerika is de komst van de Chinezen ook een wake-upcall. De grootste gebeurtenis van dit moment is de explosie van de Zuid-Zuidhandel. Deze ontwikkeling zal op de lange termijn belangrijker blijken te zijn dan de kredietcrisis nu is op korte termijn.

„Als Latijns-Amerika straks met Azië, maar ook met Rusland, Afrika en het Midden-Oosten wil kunnen concurreren, moet het meer en goedkoper gaan exporteren. Daarbij heeft het weinig zin de lonen te verlagen [die liggen in China gemiddeld viermaal lager, red.] Het kan beter door de efficiëntie van de havens, vliegvelden, wegen en spoorlijnen te vergroten. Latijns-Amerika heeft ook een enorme inhaalslag te maken in innovatie en onderwijs.”

Maar de huidige ‘grondstoffenbonanza’ maakt veel regeringen juist lui.

„Dat is een van de grote problemen. Vooral bij landen die voor hun export leunen op maar één of twee grondstoffen. Het treffendste voorbeeld daarvan is opnieuw Venezuela, waar olie 90 procent van de export vormt. Dit aandeel is sinds 2001 zelfs gegroeid. Het enige dat we daar zien is dat buitenlandse bedrijven worden genationaliseerd, in een poging zelf ook iets te produceren. We weten hoe dat afloopt: in de oliesector daalt de productiviteit er nu al.

„Terwijl de tijd dringt. Dit surfen op de golf, massaal surfen op een golf, houdt een keer op. Hoe hoog een golf ook is, een keer breekt hij.”

Die nationaliseringen worden vaak afgedwongen door ontevreden bevolkingen.

„Dit is een belangrijk thema. Neem Peru. De investeerderswaardering van dat land is door kredietbeoordelaar Fitch onlangs opgewaardeerd. Het doet het heel goed: een Aziatisch tempo van 8 procent groei, de inflatie is laag, veel export en investeringen. Alles ziet er goed uit. Desondanks koos in 2006 bijna de helft van de bevolking voor de kandidaat die een breuk beloofde, iets radicalers. Omdat er groei is zonder ontwikkeling. Daarom moeten landen verder dan hun groeicyclus kijken. Meer investeren en ook vooral beter investeren.”

In Afrika investeert China zelf in infrastructuur en geeft het hulp.

„In Latijns-Amerika zijn de Chinezen momenteel alleen geïnteresseerd in de ijzererts, de olie, het koper of de soja. Ze opereren in die zin anders dan in Afrika. Overigens ook anders dan de VS of Europa, met hun ontwikkelingshulp.”

In Europa en de VS maken bedrijven zich zorgen over hun investeringen in links-nationalistische landen als Venezuela, Ecuador en Bolivia. China ook?

„In Venezuela zien we in het economisch beleid een grote dosis ideologie. Dat is het tegenovergestelde van het Chinese pragmatische model, waar een sterke staat samengaat met de vrije markt. In die zin heeft China meer gemeen met landen als Mexico, Brazilië, Chili, Uruguay, Peru en Costa Rica, waar regeringen ongeacht hun politieke kleur een ‘economy of the possible’ nastreven. Pragmatisch beleid gericht op groei, met waar nodig een rol voor de staat.

„De Chinezen zijn boven alles zakenlui, dus ze willen hun investeringen terugverdienen en ze willen zekerheid. Ze zullen de nationalistische trend in de regio zorgvuldig in de gaten houden. Niemand houdt van onzekerheid. Maar omdat de Chinezen vooral kopen en nog niet echt investeren, hebben ze hier minder last van.

„Daarom doen de Chinezen nu zowel aardig tegen Chili als Venezuela, want ze hebben koper nodig, maar ook olie. En daarom zijn ze ook aardig tegen Brazilië, om de ijzererts en sojabonen. Als ze een economische relatie aangaan schuiven ze de politieke verschillen terzijde.”