Obama’s campagne is juist níét nieuw

VS-correspondent Tom-Jan Meeus schrijft dat Obama’s campagne door zijn gebruik van het internet uniek is.

Onzin. Hij borduurt juist voort op werk van collega’s.

Illustratie Daisy Erades Erades, Daisy

In het artikel Politiek zal nooit meer hetzelfde zijn (nrc.next, 22 mei) beschrijft correspondent Tom-Jan Meeus de manier waarop de Amerikaanse presidentskandidaat Barack Obama afstevent op de Democratische nominatie.

Het beeld dat in dit artikel wordt opgeroepen dat Obama met zijn gebruik van het internet de traditionele politiek en campagnemechanismen omver heeft geblazen, getuigt van weinig aandacht voor Obama’s recente voorgangers en, belangrijker nog, een analyse die de kern van het succes van Obama’s strategie mist.

Allereerst is Obama bij lange na niet de eerste politicus die het internet uitstekend gebruikt. In 2000, toen internet voor het eerst echt een rol speelde bij presidentsverkiezingen, lukte het de Republikein John McCain al om na zijn winst in New Hampshire binnen enkele dagen een paar miljoen dollar aan online-donaties op te halen. In 2003 lukte het de relatief onbekende oud-gouverneur van Vermont Howard Dean om alle fundraisingrecords te breken, vooral met donaties die gemiddeld niet hoger dan 100 dollar waren.

Ook het gebruik van internetfilmpjes om de traditionele media te omzeilen en direct in contact te komen met de kiezers, is geen uitvinding van het Obama-kamp. Hillary Clinton kondigde in januari 2007 haar kandidaatschap aan via een webvideo. Veel andere kandidaten op lokaal niveau gebruikten YouTube tijdens de tussentijdse verkiezingen van 2006. Ook Al Gore gebruikte het medium om zijn comeback na de verkiezingen van 2000 te ondersteunen.

Ten slotte is ook Obama’s gebruik van lokale supporters niet nieuw. Ook Howard Dean kon rekenen op een grote hoeveelheid steun. Via MeetUp.org, een sociaal internetnetwerk, registreerden bijna een miljoen Dean-sympathisanten zich, en kwamen vele duizenden Amerikanen elke week bijeen om brieven te schrijven naar geregistreerde Democratische kiezers, of om namens de Dean-campagne in hun buurt vrijwilligerswerk te doen.

Wat Obama’s aanpak onderscheidt van die van Dean, is juist dat Obama’s campagne op een zeer traditionele manier georganiseerd is. Waar de Dean-campagne leed onder een gebrek aan leiderschap, is het Obama gelukt de gehele campagne strak in eigen hand te houden en door het hele land heen geoliede lokale organisaties op te zetten.

Dat Obama een campagne voert die bijna vlekkeloos opereert en, in ieder geval in financieel opzicht, succesvoller is dan die van al zijn voorgangers, staat dus buiten kijf. Maar het is allesbehalve vernieuwend: Obama sleept straks de Democratische nominatie binnen en wint mogelijke de race om het Witte Huis, niet door innovaties maar door zijn vermogen om voort te borduren op de aanpak van zijn voorgangers en te leren van hun fouten. Niet nieuw, maar wel goed dus.

Boris Heersink is als historicus afgestudeerd op de geschiedenis van de Amerikaanse voorverkiezingen. Hij studeert politicologie aan The New School for Social Research in New York.

Lees het artikel van Tom-Jan Meeus via nrcnext.nl/links