Nitwits, schuinsmarcheerders, hysterici

Tomas Ross: De Marionet.Cargo, 416 blz. € 18,50

Als de hemel naar beneden komt hebben we allemaal een blauwe hoed. Als de moffen de oorlog hadden gewonnen spraken we nu allemaal Duits. En als Pim Fortuyn de aanslag had overleefd? Zou Nederland dan het beloofde Walhalla zijn geworden zonder wachtlijsten en files? Tomas Ross geeft antwoord in een volgens hem voor Nederland nieuw genre: een iffy history, een wat-als-biografie.

De cruciale datum in dit boek is 6 mei 2002, net als in Ross’ gelijknamige roman (én film) over de moord op Fortuyn. Alleen ditmaal mislukt de aanslag en overleeft ‘de goddelijke kale’ de aanslag. Of was de kogel voor een ander bestemd? ’s Avonds spreekt Fortuyn – zoals gepland – zijn aanhangers in Leeuwarden toe en na afloop haalt hij tijdens een privégesprek in het Leeuwarder Oranjehotel Hans Wiegel over om premier te worden van het aanstaande kabinet LPF-VVD. En zo geschiedt.

Ross trekt na wat ondoorzichtige gebeurtenissen op die zesde mei twee lijnen door de geschiedenis. De ene loopt recht de toekomst in en behandelt het optreden van Wiegel, Fortuyn en de hele ‘stoet van dwergen’, zoals de fictieve Fortuyn zijn kabinetsleden noemt. Het zijn verrukkelijk boosaardige passages waarin geen politiek kopstuk of bijfiguur van de afgelopen zes jaar veilig is. Nitwits, schuinsmarcheerders, hysterici, Ross put zich uit in onsympathieke, maar vaak wel zeer treffende kwalificaties. En uiteraard blijft het koninklijk huis daarbij allerminst buiten schot. Chronique scandaleuse als formidabel decor.

De andere lijn van het verhaal, het obligate thrillerelement, is de speurtocht naar het antwoord op de vraag wat er die zesde mei nou eigenlijk wél is gebeurd. Een oude fotojournalist en twee jonge schrijvende collega’s waren die dag op verschillende plekken getuige van gebeurtenissen die te maken hebben met een samenzwering. Zij ontdekken wie er achter de aanslag zit. En wie er aan de touwtjes trekt van de marionet die Fortuyn onmiskenbaar is geworden.

Het hogere puzzelwerk dat de laatste 200 pagina’s domineert valt niet mee. De puzzel is complex, complexer vermoedelijk dan Ross zelf verwachtte, gezien het feit dat het boek in de aankondigingen bijna 100 pagina’s dunner werd geschat. Problematisch is dat niet, dat wordt het pas als blijkt dat de intellectualistische plot geen organisch verhaalelement is geworden.

Tegenover dat nadeel staat de vermakelijke boosaardigheid ten koste van koningshuis en hoogwaardigheidsbekleders. Die ‘historische’ stoffering is hier giftiger dan ooit. In bepaalde kringen zal dat ongetwijfeld ophef geven, ergernis. En in andere instemming en gejuich veroorzaken. Maar eens of oneens, voor de meeste lezers zal het toch een genot zijn om het venijn te proeven waarmee Ross achter zijn tekstverwerker heeft gezeten.