Na de oorlog wachtte de bureaula

Biograaf Hans-Harald Müller houdt de herinnering aan Leo Perutz levend met een biografie en een heruitgave van een roesachtige prachtroman vol lsd avant la lettre.

Leo Perutz in Tel Aviv halverwege de jaren veertig Fotograaf onbekend

Hans-Harald Müller: Leo Perutz. Biographie. Zsolnay, 404 blz. € 24,90

Leo Perutz: St. Petri-Schnee. Zsolnay, 207 blz. € 19,90

Verliefdheid, en hopeloze verliefdheid misschien nog wel meer dan de beantwoorde variant, drijft dichterlijke naturen naar het grote woord. Dat demonstreert althans St. Petri-Schnee, de roman van Leo Perutz (1882- 1957) waarin een verliefde spreukenspuiter opdraaft. Georg Amberg heet hij. Voor zijn aanbedene, ‘Bibiche’ gekoosnaamd, trekt hij alle registers open. Bij andere schrijvers zou zo’n figuur het verhaal doen kapseizen naar het niveau van de doktersroman. In de regie van Leo Perutz bestaat dat gevaar niet. Sterker: vermoedelijk zal Ambergs gebimbambeier menige lezer imponeren. Bibiche, de vrouw om wie het hem te doen is, blijft er desalniettemin siberisch onder: voor haar is adoratie dagelijkse kost. ‘Wat je in je droom bezit kan geen wereld vol vijanden je afnemen’, galmt Amberg, en als de echo is weggestorven vindt Bibiche het ‘heel leuk, wat u daar zegt’.

Meer ontnuchtering is niet nodig om een dweper naar de aarde terug te voeren. Toch verkiest Amberg de illusie dat hij op mystieke wijze voor eeuwig met Bibiche verbonden is. In zijn wereldbeeld verloopt de grens tussen waan en waarheid ergens in de mist. Soms lijkt hij regelrecht te hallucineren.

Van Georg Amberg kun je van alles vinden, maar zijn tomeloze gefantaseer voorziet het verhaal van een guur soort spanning. Vooral omdat we de gebeurtenissen door zijn ogen waarnemen; die van een maniak aan wiens hand we nog niet door onze eigen straat zouden durven lopen.

Naast de liefdesperikelen wordt de voornaamste intrigelijn gevormd door een gevaarlijk politiek spel. Een fel reactionaire graaf in het afgelegen platteland van Westfalen voert de bevolking van de streek de drug St. Petri-Schnee (ook wel Moedergodsbrand genoemd). Zo extatisch moeten de mensen ervan worden dat ze de graaf blindelings zullen volgen bij het stichten van een nieuw keizerrijk.

Drugs

Zonder iets over de ontknoping te verraden zij hier benadrukt dat Perutz zijn drugsverhaal schreef nog voordat wetenschappers LSD creëerden , en dat de ontstaanstijd van St. Petri-Schnee synchroon loopt met de incubatietijd van Hitlers machtsgreep. Het verhaal speelt in 1932.

Wanneer Perutz het boek in 1933 naar de drukker brengt heeft nazi-Duitsland net de markt voor Oostenrijkse schrijvers gesloten. Met dit pressiemiddel willen de nazi’s Oostenrijk economisch isoleren omdat het staatkundig onafhankelijk wil blijven. Voor Perutz, in de jaren twintig een van de succesvolste Oostenrijkse schrijvers, komt de klap hard aan. Hij raakt zijn Duitse lezers kwijt en ondervindt vervolgens aan den lijve hoe het antisemitisme in Oostenrijk snel terrein wint. Na 1933 wordt nog amper iets van hem vernomen. Tot kort na de Anschluss (1938) woont hij in Wenen; op het nippertje ontkomt hij met zijn gezin naar Tel Aviv.

In de emigratie schrijft Perutz nog twee prachtige romans – voor de bureaulade. Na de oorlog blijken Duitse uitgevers hun vingers liever niet te branden aan boeken van joodse schrijvers. Perutz’ Weense uitgever, Zsolnay, vreest dat de fanatiek ‘wiederaufbauende Wirtschaftswunder’-Duitsers een slecht geweten hebben en daarom geen gedachte aan de joodse Perutz durven te wijden.

Hans Harald-Müller, de Hamburgse hoogleraar die sinds de jaren tachtig voor Perutz’ fascinerende oeuvre de trom roert, beschrijft gedetailleerd ontstaan en ontvangst van St. Petri-Schnee in de biografie Leo Perutz, het tweede boek alweer dat hij aan de schrijver wijdt.

Het is smaakvol dat Müller juist van St. Petri-Schnee een nieuwe prachteditie heeft uitgegeven die als ‘Begleitmusik’ naast zijn eigen biografie optrekt. Hij plaatst St. Petri-Schnee in het centrum van Perutz’ levensverhaal. Subtiel wordt gewezen op paralellen tussen auteur en personage. Zoals voor Georg Amberg ten slotte een leven zonder Bibiche onvermijdelijk is, moet Leo Perutz het voortaan zonder erkenning van zijn schrijverschap doen. En zonder royalty’s. In Tel Aviv treedt hij als actuaris in dienst van de ‘Menorah’-maatschappij.

En dan blijkt Ambergs omineuze wijsheid over de dromen ook voor Perutz te gelden. Elke nacht droomt hij over de straten en pleinen, over de koffiehuizen en kroegen van Wenen. Er is geen stad ter wereld waar hij liever zou zijn, maar de cesuur die de Anschluss trok maakt een terugkeer voor zijn gevoel onmogelijk. Wel gaat hij er na de oorlog herhaaldelijk op vakantie. Dat kan hij door zijn Menorah-salaris nog net betalen.

Netelige zaken

Het actuariaat (verzekeringsmathematiek) is voor Perutz aan het begin van zijn schrijverschap en in de emigratie heel belangrijk geweest. De lezer van St. Petri- Schnee die het nog niet doorhad, begrijpt door Müllers aandacht voor Perutz’ actuarissenwerk opeens ook beter hoe het kan dat de roman zo geniaal, met welhaast wiskundige finesse, in elkaar steekt. Het was niet voor niets dat Perutz in het verzekeringsmilieu een grote reputatie genoot. Toen hij nog voor de Weense ‘Anker’-verzekering werkte, vielen experts in netelige zaken graag terug op de zogenaamde ‘Perutzsche compensatieformule’. Die was goud waard.

Ondertussen toont Hans-Harald Müller zich een biograaf voor wie het oeuvre prevaleert boven de levenswandel. Witte plekken op de kaart laat hij liever onbesproken; herhaaldelijk geeft hij nogal brommerig aan dat er omtrent bepaalde gebeurtenissen geen zekerheid bestaat. Aan de ene kant is dat te verklaren door Perutz’ gewoonte om z’n privéleven af te schermen. Hij wilde strikt op zijn boeken worden beoordeeld. Maar aan de andere kant verkeert Müller af en toe ook in stilzwijgende tegenspraak met een andere biograaf, Ulrike Siebauer, die in haar zwierige studie uit 2000 (Leo Perutz – ‘Ich kenne alles. Alles, nur nicht mich’) soms wat voorbarige conclusies trekt.

Te hopen valt dat hier te lande de verschijning van de biografie aanleiding is voor een heropname van het Perutz-projekt van de Arbeiderspers uit de jaren negentig. St. Petri-Schnee, een hoogmis van hallucinaties en droomgezichten, zou ook in Nederland bij een groot publiek tot de verbeelding kunnen spreken. En dan wacht er nog een handvol prachtige romans op vertaling.