Learning on the job

Vorige week werden maar liefst twee interessante voorstellen gelanceerd voor herziening van de sociale zekerheid. Het ministerie van Sociale Zaken liet plannen uitlekken van minister Donner om de arbeidsongeschiktheidsregeling voor jonggehandicapten (Wajong) te hervormen. Een paar dagen later presenteerde de PvdA-fractie in de Tweede Kamer haar plan voor een geharmoniseerde voorziening voor werk en inkomen die door gemeenten moet worden uitgevoerd. De gemeenten zijn nu al heel succesvol bij de uitvoering van de Wet werk en bijstand.

Als je de plannen van Donner en de PvdA-fractie combineert, krijg je een stelselherziening die Bill Clinton’s hervorming van het Amerikaanse sociale zekerheidsstelsel evenaart. In 1996 nam het Amerikaanse Congres de Personal Responsibility and Work Opportunity Reconciliation Act (PRWORA) aan die alom als baanbrekend werd gezien. De wet moest zorgen voor een herwaardering van de arbeidsmoraal. Volgens Rebecca Blank, hoogleraar economie aan de Universiteit van Michigan en gespecialiseerd in armoedebeleid, heeft de stelselwijziging die belofte ruimschoots waar gemaakt.

Onder de PRWORA kregen de staten veel meer ruimte om hun eigen voorwaarden te stellen voor het geven van financiële bijstand. Ook kregen de staten een financiële prikkel om het aantal uitkeringsgerechtigden te beperken. Per 2002 moesten de staten volgens de PRWORA de helft van de uitkeringsontvangers in een werkprogramma hebben ondergebracht. De totale uitkeringsduur werd beperkt tot maximaal zestig maanden over het leven van een individu (staten kunnen hier op individuele basis van afwijken) en voor migranten verviel het recht op een uitkering gedurende de eerste vijf jaar van hun (legale) verblijf in Amerika.

Sinds de invoering van de PRWORA hebben de staten de opzet van de kantoren waar bijstand wordt verstrekt volledig veranderd. Wie er nu binnenstapt, wordt meteen aangemoedigd om betaald werk te gaan zoeken, onder meer door ervoor te zorgen dat wie gaat werken daar zelf meer geld aan overhoudt dan voorheen.

Vóór de invoering van PRWORA werd ruim driekwart van het bijstandsbudget verstrekt in de vorm van cash hand-outs. Tegenwoordig wordt minder dan de helft (44 procent) van het geld dat de staten beschikbaar hebben voor de PRWORA verstrekt in de vorm van cash hand-outs en de rest in de vorm van niet-financiële ondersteuning.

De stelselherziening heeft spectaculaire gevolgen gehad. Het aantal bijstandsontvangers is dramatisch gedaald en bedroeg eind 2001 nog slechts 42 procent van het aantal bijstandsontvangers in 1994. Tijdens de economische recessie die zich aan het begin van het nieuwe millennium voordeed bleef het aantal uitkeringsontvangers laag. De arbeidsparticipatie van alleenstaande moeders zonder middelbare schooldiploma groeide het hardst, namelijk van 42 procent in 1993 tot 65 percent in 2000. Hoewel de werkgelegenheid onder deze groep vrouwen door de economische neergang in 2002 met een paar procentpunten terugliep vergeleken met 2000, bleef zij ruimschoots boven het niveau van 1993.

Het inkomen van alleenstaande moeders steeg tussen 1990 en 2002 met gemiddeld 63 procent. Omdat de vrouwen minder bijstand ontvingen nam het totale inkomen per saldo met 29 procent toe. Het percentage alleenstaande moeders dat op of onder de armoedegrens leeft, daalde met eenderde. Opvallend genoeg maakten vrouwen uit de kwetsbaarste groepen (dat wil zeggen zonder middelbare schooldiploma en afkomstig uit een etnische minderheidsgroep) na de invoering van PRWORA de grootste sprong voorwaarts.

Bovendien blijkt dat zogenoemde work-first-programma’s – dat wil zeggen dat de vrouwen direct aan het werk werden gezet ongeacht opleiding of salaris – effectiever zijn dan programma’s waar de vrouwen eerst een opleiding kregen. Na vijf jaar deden vrouwen die in een work-first-programma zaten het nog steeds beter dan de vrouwen die eerst een trainingsprogramma hadden gedaan. Volgens Rebecca Blank is werkervaring voor laagopgeleiden belangrijker dan scholing om human capital op te bouwen. In dat licht is het besluit van staatssecretaris Aboutaleb (Sociale Zaken) om vrouwen met jonge kinderen in de bijstand vrij te stellen van de sollicitatieplicht extra ongelukkig.

Positief aan de (uitgelekte) Wajong-plannen van Donner is dat hij zich er niet bij neerlegt dat jongeren die slechts gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn, levenslang in een uitkering verdwijnen. Net als onder de PRWORA wil hij financiële prikkels introduceren om deze groep weer aan het werk te krijgen. Positief aan de plannen van de PvdA-fractie is dat ze een geharmoniseerde regeling voor werk en inkomen voorstaat die door gemeenten wordt uitgevoerd, waarin regelingen als de Wajong, de sociale werkvoorziening en de bijstand moeten opgaan. De plannen die Donner heeft voor de Wajong, zullen ongetwijfeld ook effectief zijn om andere uitkeringsgerechtigden aan het werk te helpen.

Wat mij vanuit New York altijd opvalt is hoezeer in Nederland de talenten van mensen onbenut blijven. Alle stelselwijzigingen ten spijt, ontvangen volgens de meest recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek in Nederland ruim 1,6 miljoen mensen tussen de 15 en 65 jaar een uitkering. Dat is bijna een kwart (!) van de beroepsbevolking. Volgens de Emancipatienota (2007) is voor 79 procent van de Turkse en Marokkaanse vrouwen de afstand tot de arbeidsmarkt te groot omdat ze de taal onvoldoende beheersen en/of niet in bezit zijn van de benodigde arbeidsmarktkwalificaties. Terwijl de arbeidsmarkt die vrouwen juist de beste kansen biedt om hun talenten te ontwikkelen.

Learning on the job, heet dat.

Daarvoor is het wel noodzakelijk dat er in Nederland veel banen in de persoonlijke dienstverlening bijkomen, tegen lage arbeidskosten. Ik denk aan portiers, nanny’s, schoenenpoetsers, waterschenkers (in restaurants) en, last but not least, nagelstylistes.

Reageren kan op nrc.nl/mees (Bijdragen worden openbaar na beoordeling door de redactie.)