Laat ons maar zien waar ze goed in zijn

Laten zien waar mensen goed in zijn, of hoe ze succes hebben gekregen, dat is een belangrijk vermogen van de televisie. Gisteravond kon je heel verschillende mensen zien die allemaal iets goed kunnen of konden: Gert Jan Dröge, die goed was in rijke mensen voor gek zetten, Marlies Dekkers, die een succesvol lingerie-imperium opbouwde, Hans Dorrestijn, die goed is in zelfspot en zelfmedelijden en Ruurd Walrecht, die oude groenterassen redde tot hij het opgaf en gedesillusioneerd naar Zweden vertrok.

Misschien was de beste manier om te laten zien dat iemand succes had en meteen duidelijk te maken hoe hij dat deed wel de Glamourland-compilatie. De truc van Dröge is ook niet zo moeilijk, dat wil zeggen: om te doorzien, want om te doen zou het best eens tegen kunnen vallen. Met een een ironisch geluid in de stem uitsluitend over dure dingen en geld spreken is niet zo lastig, maar moeilijker wordt het om dan voortdurend zinnetjes te produceren als: „Het aantrekkelijke aan polo is dat het onbetaalbaar is”; „Vanaf dit balkon hebben de mensen van 650 gulden een schitterend uitzicht op de mensen van 2000 gulden”; „We waren in Parijs, waar we logeerden in de droom van elke handelsreiziger, het Waldorf-Astoria”, of, een echte voltreffer: „Alhoewel Le Garage niet het duurste restaurant van Amsterdam is, zit het er toch elke avond vol”.

Lachen om de vulgariteit van (nieuw)rijke mensen is natuurlijk ook weer een beetje vulgair, en bovendien misplaatst snobby van de televisiekijker die op de bank net zit te doen of-ie zelf barst van het oude geld en de dure opvoedingen, maar lekker is het wel.

Even leek Marlies Dekkers ook weggelopen uit Glamourland, in een roodwitzwarte bloes met diepdiepdiep décolleté, aanplakwimpers en haar dat eruit zag of het gevouwen in plaats van gekamd was, maar gaandeweg kreeg je toch weer opnieuw bewondering voor haar durf, doorzettingsvermogen en creativiteit. De beha’s met de bandjes zijn geheel voortgekomen uit het ijverig lezen van Georges Bataille en het bekijken van de films van Peter Greenaway, hoewel ze daar nu niet allerhelderst over sprak – ze maakt geen zin af, strooit volkomen lukraak met ‘zeg maar’: „Het is de gelaagdheid zeg maar, overal ter wereld voelen vrouwen die gelaagdheid”. Haar gedrevenheid kwam echter, ook door de commentaren van anderen, heel goed uit. Het blijft een nadeel van die Profiel-uitzendingen van de KRO dat er altijd zoveel gratuit gepsychologiseer in zit, maar een voordeel was dat Heleen Stout van Royen er niet in voorkwam.

Veel meer gepsychologiseer nog is te vinden in de serie Vaders en zonen, waarin journalist Hugo Borst bekende vaders met onbekende zonen of andersom opzoekt en dan meestal aan het eind iets vindt van die relatie. Hans Dorrestijn gooide snikkend zijn hele hebben en houwen eruit – had dat nu maar niet gedaan, jongen. Waar zijn zoon zich kalm, nuchter en lief gedroeg, zwolg vader Hans in zelfmedelijden: toen hij zijn kinderen na de scheiding de deur had gewezen („Ik wil jullie nooit meer zien” ) had híj het heel moelijk („Ik dacht dat de wereld nooit meer leuk zou worden”) maar iets doen om de relatie te herstellen, ho maar.

Ach gatver, nu zit ik ook al te Hugo Borsten, wat kan mij het ook schelen hoe Dorrestijn met zijn kinderen is, ik wens ze het allerbeste toe, laat hij gewoon een grappig liedje zingen of aan het vervolg op zijn heerlijke Dorrestijns Vogelgids werken.

Al evenzeer mislukt vanuit het oogpunt van kennisvermeerdering omtrent datgene waar de hoofdpersoon zo goed in is, was de documentaire Eeuwige moes over de al genoemde Ruurd Walrecht die oude groentenrassen bewaarde. Hij had een wat merkwaardige volgeling gekregen die in een nomadentent was gaan leven en dingen zei als: „Ik ervaar de Westerse wereld als heel uiterst, heel gewelddadig” en verder waren er overdadig veel sfeerbeelden van zaden en kiemen en krootjes en ochtendlicht op nevelige waterpartijen met sferische geluiden erbij, maar aan degelijke informatie ontbrak het nogal. Jammer van het onderwerp.