Judy

Het gemiddeld aantal telefoontaps door de politie – 1700 per dag – ligt in Nederland schrikbarend veel hoger dan in de Verenigde Staten. Toen ik dat bericht gisteren las, moest ik meteen aan Judy Holliday denken. Judy wie?

Judy Holliday, wier naam zo lastig veel op die van Billie Holiday lijkt, was halverwege de vorige eeuw een bekende filmactrice en verdienstelijke zangeres. Ik was haar al lang en breed vergeten, toen ik onlangs bij de BBC per ongeluk in Born Yesterday viel, een zwart-witfilm uit 1950, zo’n vreselijk leukige Amerikaanse kinderfilm voor volwassenen.

Ik bleef hangen, omdat de uitstekende acteurs me interesseerden: William Holden en een vrolijke actrice met een breed gezicht, die het bekende domme blondje speelde. Ze deed me vaag aan Marilyn Monroe en – het wat kwijnende stemmetje – Mia Farrow denken, maar wie was het?

Judy Holliday. Ik kon bij die naam voorlopig niets invullen. Vreemd. Zo’n goede actrice en toch zo uitgewist. Ik begon op internet te zoeken en algauw zat ik tot mijn nek in een grillig, boeiend acteursleven.

Judy Holliday werd op 21 juni 1921 in New York geboren, als Judith Tuvim, enig kind van Joodse immigranten uit Rusland. Ze rolde al jong de showbusiness in, via nachtclubs en rolletjes op Broadway. Haar doorbraak kwam in 1946 toen ze de hoofdrol in Born Yesterday, toen alleen nog een toneelstuk, mocht spelen. Vier jaar later won ze met haar rol in de verfilming zelfs een Oscar – dat was de film die ik bij de BBC had gezien.

Een filmcarrière lachte Judy toe. Ook haar privéleven verliep voorspoedig: ze was getrouwd en had een kind. Toen ontving ze in 1950 opeens een dagvaarding, afkomstig van een senaatscommissie voor binnenlandse veiligheid. Men wilde haar verhoren, want ze zou communist zijn. In die periode maakte senator Joe McCarthy furore met zijn antisemitisch getinte kruistocht tegen iedereen die verdacht werd van communistische sympathieën.

McCarthy en zijn mensen hadden het vooral gemunt op befaamde landgenoten. Vervolging van hen leverde veel publiciteit op. Judy was met haar Oscar een interessante prooi. Dat de politiek haar nauwelijks interesseerde, wilde men niet geloven.

Ik heb dat hele verhoor op een aan Judy gewijde website kunnen lezen. Het is verontrustende lectuur, want het bewijst waar de almacht van de staat toe kan leiden. De FBI bleek jarenlang al haar gangen te zijn nagegaan, ook via telefoontaps. De resultaten waren uiterst mager.

Ze had eens een felicitatiekaartje gestuurd naar jubilerende Russische collega’s, ze had zijdelings steun gegeven aan een linkse vakbond of protesten tegen de regering. De commissie hield het haar allemaal op uiterst insinuerende wijze voor.

Judy gaf overal antwoord op, ze had niets te verbergen. Maar je ziet haar toch geestelijk half instorten en het verhoor eindigt met een soort zelfbeschuldiging: ze was naïef geweest en had voorzichtiger moeten zijn in haar contacten. Tot een vervolging kwam het daarna niet meer, wel werd ze drie jaar lang door alle radio- en tv-zenders geboycot, wat zeer schadelijk was voor haar carrière.

In 1965 stierf ze, 43 jaar oud, aan borstkanker, als een ster die het veel moeilijker had gehad dan ze verdiende. Leve de telefoontaps!