Jiang smeekt woedende ouders om vergiffenis

De Chinese bevolking geeft steeds openlijker uiting aan zijn woede over de gevolgen van de aardbeving. Steeds meer partijbonzen erkennen hun falen.

De hoogste partijfunctionaris van het getroffen stadje Mianzhu in het aardbevingsgebied in het Chinese Sichuan schuifelt op zijn knieën over het asfalt. Jiang Guohua smeekt dag in dag uit woedende ouders van omgekomen kinderen om vergiffenis en belooft een diepgaand onderzoek naar de vraag waarom acht plaatselijke scholen zijn ingestort tijdens de aardbeving en omringende flats, een politie- en een partijgebouw, de vier minuten durende schokken hebben doorstaan.

Het opmerkelijke beeld van de knielende en huilende Jiang, die wordt beschimpt door twee jonge vrouwen die de portretten van hun kinderen in zijn gezicht duwen, verscheen eerst op Chinese internetsites en in de Hongkongse media, maar werd op het vaste land door de gevestigde media te gevoelig geacht voor consumptie.

Staatsmedia en lokale bestuurders kwamen echter in beweging toen ouders in het rampgebied bijna onafgebroken bleven demonstreren bij de ruïnes van scholen en op het internet de roep om antwoorden steeds luider werd. In ieder stadje, in ieder district, zijn onderzoeken aangekondigd naar de kwaliteit van de schoolgebouwen. In totaal werden 6900 klaslokalen verwoest en kwamen volgens de eerste schattingen tussen 5000 en 10.000 scholieren om het leven. Het totale aantal slachtoffers is gestegen naar 68.000, terwijl nog 20.000 mensen worden vermist. Zoekacties naar vermisten zijn, op enkele plaatsen na, inmiddels stilgelegd.

Zonder de officiële onderzoeken af te wachten heeft de plaatsvervangende directeur van het provinciale onderwijs in Sichuan gisteren al gezegd dat een groot aantal verwoeste scholen of bouwtechnisch niet aan de eisen voldeden of al lang waren afgeschreven.

„Ik voel mij, hoewel niet direct verantwoordelijk, erg schuldig, want wij hebben de corruptie bij de bouw van de scholen onvoldoende bestreden. Als scholen instorten is de hele organisatie hiervoor verantwoordelijkheid, maar wij in het bijzonder’’, zei plaatsvervangend hoofdinspecteur Lin Qiang vandaag tegen Nanfang Dushibao, de grootste krant van Zuid-China. Lin zou als prominent inwoner van de provincie de olympische fakkel door de hoofdstad Chengdu dragen, maar heeft inmiddels voor de eer bedankt.

Dat er bij de bouw van tientallen scholen regels zijn overtreden en slecht staal en beton zijn gebruikt, waardoor Chinezen sarcastisch spreken van ‘tofuprojecten’, staat volgens Lin vast. Zoals volgens de bestuurder ook vast is komen te staan dat er scholen waren gevestigd in gebouwen die al waren gekwalificeerd als onbruikbare bouwvallen.

Hij trok die conclusie uit het feit dat in het verwoeste stadje Beichuan alle scholen die door de beving zijn ingestort onder lokaal toezicht zijn gebouwd. Een middelbare school in dezelfde plaats die was gebouw onder supervisie van de Chinese Academie voor Sociale Wetenschappen in Peking doorstond wel de aardbeving van 8 op de schaal van Richter. „Natuurlijke rampen hoeven helemaal niet tot zulke tragedies te leiden als we in gevoelige gebieden extra goed opletten bij het bouwen. Nu de natuur de schuld geven is een vorm van morele luiheid’’, aldus Lin.

De openbare knieval van de partijsecretaris in Mianzhu en de ontboezemingen van de onderwijsinspecteur – spijtbetuigingen die associaties opwekken met het beoefenen van openbare zelfkritiek tijdens de Culturele Revolutie (1966-76) – zijn niet alleen afgedwongen door rouwende ouders en de woede-uitbarstingen op het internet. Het zijn vooral pogingen om de aanhoudende volkswoede te beteugelen en verspreiding van sociale onrust over het falende seismologische waarschuwingssysteem en ontbreken van goede verzekerings- en compensatieregelingen te voorkomen. Bovendien vrezen functionarissen in Sichuan dat zij als eersten verantwoordelijk worden gehouden voor de slechte bouwkwaliteit van de scholen in het aardbevingsgevoelige gebied ten westen van Chengdu.

,,Jiang Guohua is een van de partijbazen die verantwoordelijk is voor alles wat hier is gebeurd. Die moordenaar moet een kogel in zijn hoofd krijgen’’, zei een demonstrerende vader in Fuxin. Ook op websites worden vooral plaatselijke leiders verantwoordelijk gehouden en beschuldigd van corruptie.

De autoriteiten in Peking lijken tot nu toe te ontsnappen aan de volkswoede in Sichuan, hoewel in Mianzhu ook spandoeken zijn opgehangen met teksten als: „Wij vertrouwen erop dat de Communistische Partij en de regering met een verklaring komen”. President Hu Jintao blijft in de golven van kritiek helemaal buiten beeld en over premier Wen Jiabao, die zeer snel ter plaatse was om de eerste hulpacties te coördineren, wordt geen kwaad woord gesproken. Als ‘Opa Wen’ is de premier een populaire politicus geworden. Zorgen zijn er desondanks wel. Peking heeft daarom laten weten leveranciers van slechte bouwmaterialen ‘ongenadig te bestraffen’. De eerste fraudeurs zijn inmiddels al gearresteerd, maar geen van hen bekleedde een partij- over overheidsfunctie.