Jeugdleed dat geen vorm krijgt, beklijft niet

Karin Bloemen had een stiefvader die incest met haar pleegde. En toen Klaas van der Eerden nog een heel klein jongetje was, eind jaren zeventig, kwam hij in het landelijke Waterland te wonen, met ouders die nog in de macrobiologische greep van het hippietijdperk waren.

Dat zeggen ze althans in de voorstellingen die ik deze maand zag. Maar daarom hoeft het nog niet waar te zijn. Een cabaretier heeft het volste recht om biografische bijzonderheden te verzinnen als dat goed uitkomt in de context van zijn programma.

De ik-figuur in het cabaret (een ik-genre bij uitstek) hoeft allerminst dezelfde te zijn als de persoon van de cabaretier. In dit geval spreken de theaterteksten echter de waarheid. Dat weten we, omdat Karin Bloemen en Klaas van der Eerden er ook in interviews over hebben gepraat. Het gaat er alleen nog om wat die twee danig uiteenlopende artiesten op het podium met hun herinneringen doen. Want dat is natuurlijk veel belangrijker dan de vraag of ze waar of niet waar zijn.

Bijna twintig jaar geleden, in haar eerste theatershow, zong Karin Bloemen een ontroerend liedje over het verlangen naar een ideale vader – een man die in elk geval met zijn handen van zijn dochter kan afblijven. Het suggereerde zoveel pijn en zo’n peilloos verdriet dat ik het al die tijd heb onthouden.

Net als het debuut van Klaas van der Eerden, in 2001. Als beginnende twintiger vertelde Van der Eerden hoe het was om op te groeien in de jaren negentig, toen alles mocht en je je ouders alleen nog maar op de kast kon jagen door te zeggen dat je gelovig was geworden. Zijn optreden was veel te goeiig om sensationeel te zijn, maar grappig vond ik hem wel. In beide gevallen – hoe ongelijksoortig ook – werd op basis van een particuliere ervaring iets bijzonders gemaakt dat ver uitsteeg boven de pure privésfeer.

In haar show Overgang, die vorige week in première ging, begint Karin Bloemen opnieuw over incest. Haar stiefvader heeft incest met haar gepleegd, vertelt ze, waardoor haar jeugd volledig in ellende is gedompeld. Meer maakt ze er niet van. Het is een feitelijke mededeling die in het theater geen enkele indruk maakt. Er is, om het maar eens ronduit te zeggen, geen kunst van gemaakt. En al helemaal geen cabaret.

Het programma Wortels, waarmee Klaas van der Eerden dezer dagen op tournee is en ook het volgende seizoen weer rondreist, is grotendeels gewijd aan zijn roots. Althans: hij maakt een paar onbeduidende grapjes over macrobiologisch kamperen en de smaak van gezond voedsel, volgens het procedé van de komische overdrijving. En niet veel meer. Ook hij weet ditmaal niets bijzonders te maken van een herinnering die blijkbaar authentiek is.

Van der Eerden denkt het te kunnen redden met keuvelcabaret over jeugdverhalen en alledaagse muizenissen. Een lachgraag publiek is immers altijd wel te vinden. Maar er blijft zo weinig van hangen dat ik me er over zeven jaar niets meer van zal herinneren.

Nu al nauwelijks.