Het is allemaal meegevallen

Politieke redenen speelden een doorslaggevende rol bij de invoering van de euro.

Dat zegt bankier André Szász, die betrokken was bij de oprichting van de EMU.

Beduusd zaten enkele ministers aan de tafel van de Trêveszaal op het Binnenhof. De president van de Nederlandsche Bank had hen zojuist ingelicht over het tempo waarin de Duitse bondskanselier en de Franse president de euro wilden invoeren. Beseften de „politieke autoriteiten” wel waar ze mee bezig waren, vroeg minister-president Lubbers herhaaldelijk. „Ze hebben geen idee! Geen idee!”, zei de minister van Economische Zaken Andriessen na afloop.

„Iedereen was verrast”, vertelt André Szász (76), die als toenmalig directeur van de Nederlandsche Bank ook aan tafel zat. „Ze leken voor het eerst te beseffen hoeveel vaart de zaak had. Ze schrokken zich een hoedje.”

De bijeenkomst in de Trêveszaal, op 16 mei 1990, is geschiedenis. Op 1 juni vieren de bankiers het tienjarig bestaan van de Europese Centrale Bank. De meeste West-Europeanen zijn inmiddels gewend aan het gebruik van de euro. „Het is in zekere zin meegevallen’’, zegt Szász, emeritus hoogleraar Europese studies aan de Universiteit van Amsterdam. Hij was bij de voorbereiding van de Europese Economische en Monetaire Unie (1991) betrokken. „De inflatie – hoger dan mocht, lager dan vroeger – is meegevallen.”

Waarom wilden we die euro eigenlijk?

„Het publiek is nooit goed uitgelegd waarom dit moest en wat het beïnvloedt. De regering zei officieel dat zowel economische als politieke overwegingen een rol speelden. Als ze het moesten preciseren, dan viel de nadruk altijd op de economische redenen. Het was zo makkelijk voor bedrijven en mensen, je hoefde geen geld meer te wisselen. Maar het was duidelijk dat politieke redenen doorslaggevende waren. Dát was veel moeilijker uit te leggen.”

Wat waren die politieke redenen?

„Het was vooral een verlangen van de Fransen. Zij wilden monetaire medezeggenschap. Vroeger dicteerde Duitsland de monetaire politiek met zijn sterke mark. Duitsland voerde een monetair beleid op grond van de situatie in Duitsland. De andere landen hadden de keuze tussen meteen volgen of later volgen.”

En de euro was de prijs die de Duitsers moesten betalen voor de hereniging?

„Er werd al eerder gesproken over een gemeenschappelijk munt. Duitsland en Frankrijk waren er eigenlijk allebei van overtuigd dat, na drie oorlogen tussen beide landen, nauwe samenwerking voorwaarde was voor politieke stabiliteit in Europa. De Duitse eenwording heeft misschien wel een rol gespeeld bij de timing.”

Hoe dacht Nederland over dat alles?

„Het eigenlijke waarom van die gemeenschappelijke munt speelde in de gesprekken een geringe rol. Iedereen wist dat dit een politieke zaak was, niet wij hadden het bedacht, het kwam van het Europese vlak.”

De euro kwam er om politieke redenen, zegt Szász een paar keer. Maar politici hebben volgens hem verzuimd bindende afspraken te maken waardoor het goede functioneren van de monetaire unie op termijn gegarandeerd is. Er zijn immers twee verschillende economische en monetaire visies in Europa. Noordelijke landen, Duitsland en Nederland, geven prioriteit aan prijsstabiliteit omdat dit op den duur de beste garantie is voor duurzame groei. Zuidelijke landen, zoals Frankrijk en Italië, leven gemakkelijker met hoge schulden, hoge tekorten en hogere inflatie.

Toen de Duitsers hun Mark en de Nederlanders hun gulden opgaven, eisten ze dat alle landen zich zouden houden aan gemeenschappelijke begrotingsregels, het Stabiliteits- en Groeipact. Een van die regels is dat landen hun begrotingstekort niet mogen laten oplopen boven 3 procent van het bruto binnenlands product. „In de praktijk bleek echter dat Duitsland onder kanselier Schröder zelf deze regel jarenlang overtrad. Dan raak je moreel gezag kwijt.”

Zijn er winnaars en verliezers van het europroject?

„Het hangt er helemaal van af of je naar korte of lange termijn kijkt. Als je ziet hoe de rente in Italië is gedaald, dan zou je zeggen: wat hebben ze toch geboft. Tegelijkertijd vraag je je af hoe het verder moet in Italië als de concurrentiepositie van dat land verder verslechtert en ze niet meer kunnen devalueren.

„De Franse president Sarkozy vindt dat de politiek meer invloed op het Europese monetaire beleid moet krijgen, ook Berlusconi is daar niet afkerig van. Als dat gebeurt, zullen ze niet de enige twee blijken te zijn. Dan kan de euro een splijtzwam worden in plaats van een bindmiddel. Het uur van de waarheid komt in moeilijke tijden van stagflatie, waarin de economie stagneert en de inflatie oploopt. Daar koersen we nu op af. Als de EMU niet goed functioneert, dan zijn we allemaal verliezers.”