‘Het boek is echt voor mijn ogen ontstaan’

Maarten Schinkel ontving voor zijn debuut ‘Drie’ gisteravond de Selexyz debuutprijs. „Ik had eigenlijk nog nooit eerder over het schrijven van een roman nagedacht.”

Schinkel Foto Merlin Daleman Maarten Schinkel. Haarlem, 19-04-07 © Foto Merlin Daleman Daleman, Merlin

De juryvoorzitter van de Selexyz debuutprijs Bram Peper begon streng gisteravond. Het had de jury moeite gekost om onder debuterende schrijvers het kaf van het koren te scheiden. Chicklitschrijfsters zouden volgens Peper „pasteltinten” over het literaire veld uitsmeren en het gebrek aan experimenteerdrift bij veel nieuwe schrijvers zou zorgen voor saaie werkjes.

Saai en pastelkleurig is winnaar Drie in elk geval niet. Schrijver Maarten Schinkel sleept de lezer via natuurwetenschappelijke uiteenzettingen en hallucinerende heroïnetrips mee in de wereld van wetenschapsjournalist Walter Bardinsky. Schinkel (1960), tevens economieredacteur bij deze krant: „Ik heb een erg sterk ontwikkelde bètakant en daar wilde ik iets mee doen. Je hebt al zoveel schrijvers die goed over intermenselijke relaties kunnen schrijven, maar dat is denk ik mijn stiel niet.”

Schinkel schreef het boek op verzoek van uitgeefster Judith Uyterlinde. „Ik kende haar al een tijdje, en zij vermoedde dat ik een roman in de pen had. Voor die tijd had ik eigenlijk nog nooit over het schrijven van een roman nagedacht.”

Buiten werktijd begon hij vervolgens te schrijven. „Geen schema, ik heb gewoon de eerste zin op papier gezet en ben, af en toe geadviseerd door bevriende schrijvers en vrienden, door blijven gaan. Het boek is echt voor mijn ogen ontstaan.” Het resultaat is desondanks veelomvattend: in Drie volgen de theorieën van Schopenhauer, Bohr en Spinoza elkaar in hoog tempo op,

Schinkel deed tijdens het schrijven ook een beroep op de vrouwen uit zijn omgeving. „Ik had het gevoel dat ik met Drie een echt mannenboek aan het schrijven was, en was dus enorm benieuwd hoe het vrouwen zou bevallen.”

Voor de constructie nam hij een voorbeeld aan Umberto Eco’s De naam van de roos, volgens Schinkel „ook meteen het enige goede boek dat hij geschreven heeft.” „Dat boek is interessant omdat er zoveel verschillende lagen in zitten. Dat wilde ik ook. Het is eigenlijk mijn enige uitgangspunt bij het schrijven geweest om naast de eerste plotlaag van Drie nog twee andere lagen aan te brengen. Daarom, dat hoop ik tenminste, leent het zich goed voor meerdere interpretaties en nodigt het uit tot herlezing.”

Bang om door wetenschappers op de vingers te worden getikt over de vele passages van natuurwetenschappelijke strekking is Schinkel niet. „Het ligt allemaal zo in mijn eigen interessegebied dat ik niet bang was om tegen de lamp te lopen. Ik heb me ook niet in het bijzonder hoeven documenteren. Ik ben met de stof aan de slag gegaan en zag wel wanneer ik ophield. Stoppen was eerder het probleem: ik begon me op tweederde serieus af te vragen hoe ik er in vredesnaam een eind aan zou breien”, lacht Schinkel. „Toen dat gelukt was hoefde de uitgeverij er alleen nog maar 1200 schrijffouten uit te halen.”