Het bacchanaal van de puberteit

Waarde Gerrit,

„Sensatie is alles”, schreef je en daar ben ik het helemaal mee eens ; daarom vertrouw ik via de plooien van deze regels jou het volgende beeld toe dat maar door mijn hoofd blijft domen.

Bij mij om de hoek (waar anders?) is een snackbar, beheerd door vriendelijke Marokkanen bij wie ik zelfs kan poffen (je bent geïntegreerd of je bent het niet, nietwaar), een stek voor schaftende bouwvakkers, hulpeloze vaders met kroost en zo nu en dan een eenzame eter, altijd een man.

Op een grijze, maar niet grauwe dag, een grijsheid die niet de totale afwezigheid van zon lijkt in te houden, maar meer een verontschuldiging voor zijn absentie, zag ik aan het raam twee pubers zitten, enigszins slungelig, ongetwijfeld gekleed in merkkleding (alle jongelui gaan hier gekleed in merkkleding), al ken ik de merken niet, maar nogal sjofel: de jassen leken een maatje te groot en de spijkerbroeken te vaal. Ze zaten onderuit gezakt en dronken van hun non-alcoholische drankjes. Door het glas kon ik ze niet horen, maar toch…Iets in hun houding, de hand die even werd opgelicht als een gesticulatieve equivalent van ‘tja, wat wil je?’, een bepaalde ernst in hun jonge gezichten, zelfs een bepaalde somberheid, deed mij stoppen en hen even gadeslaan. Onopgemerkt, natuurlijk: met mijn lange zwarte jas en vampierachtig voorkomen, kan ik gemakkelijk achterdocht wekken.

Dit tafereel, nu, vervoerde mij en ik moest denken aan de regels uit Under the Volcano, die de consul Firmin uitspreekt: ‘how, unless you drink as I do, can you hope to understand the beauty of an old woman from Tarasco who plays dominoes at seven o’clock in the morning?’

Ik denk dat ik het beeld begrijp: het hormonale bacchanaal van de puberteit, de pijn van het groeien, het onbegrip dat de puber ten dele valt (want een begrepen puber is een antithese) en de onbewustheid van een krakkemikkig omhoog krakende jeugd, die achteraf – te laat! te laat! – altijd onbenut blijkt: dat sprak er uit dat schouwspel voor mij, niet symbolisch of emblematisch, maar biologisch, fysiologisch. Ik had het gevoel dat deze twee jongens wisten waar ze over spraken en waar ze stonden/zaten in het leven. Zo thuis buitenshuis.

En ik moest denken aan mijn jaren op de lagere school waar ik, nadat de schelbel ons van de geur van krijt had bevrijd, alleen op het verlaten schoolplein bleef spelen. Ik wilde het moment voordat ik naar huis ging uitstellen, juist omdat ik thuis miste en dat gevoel van gemis wilde rekken. Ik heb nog steeds een zwak voor verlaten schoolpleinen. Natuurlijk kreeg ik een schrobbering van mijn moeder omdat ik altijd zo lang op mij liet wachten. Toen ik een keer haar vertelde dat ik langer weg bleef omdat ik thuis miste, was haar praktisch antwoord: ‘Als je thuis mist, dan kom je toch direct hier naartoe?’

Ik gaf het op.

Wie kan ik uitleggen dat het gemis van een vertrouwd huis intenser is en meer geborgenheid biedt dan de vertrouwdheid van een onvermijdelijk thuis?

Liefs, Hafid