Hermans is hier geweest – nog steeds

‘Hermans is hier geweest’, een van de Drie melodrama’s van de in 1995 overleden schrijver, staat vol bizarre figuren en nieuwsfeiten uit 1956 die ons nog maar weinig zeggen. Kunnen we het boek dus nu niet meer lezen en waarderen?

Deel 2 van de Volledige Werken van Hermans was ons beloofd voor de lente van 2007, en is nu verschenen. Het bevat de twee romans Ik heb altijd gelijk (1951) en De God Denkbaar Denkbaar de God (1956), en het belooft ons op de titelpagina ‘Drie melodrama’s’ (1957). Maar het eerste van de drie melodrama’s, Conserve, stond al in deel 1 van de Volledige Werken en we krijgen er dus maar twee: De Leproos van Molokai en Hermans is hier geweest. Twee schitterende verhalen, met een bijna nog schitterender voorgeschiedenis.

De 24-jarige Wim Hermans schreef – om geld te verdienen zo luidt de leuze – in 1945 een aantal spannende boekjes voor de onbekend gebleven uitgeverij De Motor. Ze verschenen onder de schrijversnaam Fjodor Klondyke, waarin je Dostojevski en gangsters herkent.

Niemand wist dat Willem Frederik Hermans de auteur van die ‘ordinaire’ boekjes was. De dichter Jan Kuijper vond in 1973 op het Waterlooplein een exemplaar van De demon van ivoor . Het was een boekje op Dick Bos- formaat. Hij kocht het voor een kwartje. Jan herkende onmiddellijk het begin van dat verhaal als bijna dezelfde tekst als het begin van het in 1957 verschenen verhaal Hermans is hier geweest. Die titel droeg dat boekje in 1945 natuurlijk niet, want toen was de achternaam Hermans alleen bekend van Toon Hermans.

De 24 delen van de Volledige Werken beloven ons om alles wat W.F. Hermans, onder welke naam dan ook, schreef en publiceerde te zullen publiceren naar de laatste door de schrijver goedgekeurde druk. Dus inclusief de schrijfsels van Pater Prudhomme, Professor Zomerplaag, Age Bijkaart en de andere pseudonamen. Niemand zal beweren dat het beroemde verhaal Hermans is hier geweest uit 1957 simpelweg de laatste, gecorrigeerde druk is van het verhaal De demon van ivoor uit 1945. Het begin van beide verhalen over twee zielige wezen is bijna identiek, maar de vervolgen zijn totaal anders. ‘Rokken en rollen’ bestond in 1945 nog niet, ‘blast en bladen’ vast wel.

Het was vast de wens van Hermans dat de titels van Fjodor Klondyke geen onderdelen van zijn verzameld werk zouden worden. Maar het blijft raar dat de uitgever, of de nabestaanden die het copyright bezitten, die eerste pennevruchten niet wilden afdrukken, terwijl we in de komende twintig jaren nog wel alle krantestukken van W.F. Hermans in keurige boeken afgedrukt zullen krijgen. Niemand zal toch willen volhouden dat de artikeltjes van Bijkaart uit Het Parool en Nieuwsnet meer kwaliteit hebben dan de vier boeken van Fjodor Klondyke.

Hermans vond in 1957 de titel Melodrama’s de beste benaming voor zijn herschreven thrillers. Daar had hij gelijk in. Het zijn idiote, overspannen, onmogelijke geschiedenissen waar je om elke diefstal, verkrachting, moord, of andere misdaad vooral moet lachen. Van die melodrama’s vind ik Hermans is hier geweest het mooiste. Terecht laat hij dan ook op de laatste bladzij een dienstmeisje tegen een krankzinnige dominee die komt vragen wat er gebeurd is, zeggen: ‘Hermans is hier geweest’. Iedere roman van Hermans bevat immers voor elke aandachtige lezer, behalve een goed geschreven verhaal, vooral de boodschap: dit moet Hermans geschreven hebben, niemand anders kan het.

Opvallend in Hermans is hier geweest vond ik de rij van personen, kwesties en roddels, die nu, vijftig jaar later, waarschijnlijk totaal vergeten zijn. Weet u nog van de aardstralenkastjes van Mieremet? Herkent u Jacques Gans in de circusclown? Snapt u de machinaties van Greet Hofmans en de toenmalige minister-president? Wat zegt de naam Professor Nagel u? En de naam Ben Stroman? Nee, die Ben was helemaal geen belangrijke minister, maar een recensent van het Handelsblad die zich onaardig over de jonge schrijver Willem Frederik Hermans had uitgelaten.

Het is net als met de roman De speler van Dostojevski. Vanwege een afgedwongen afspraak met een gemene uitgever moest Fjodor dat boek in grote haast schrijven, met hulp van een stenografe die later zijn echtgenote werd, om genoeg geld in handen te krijgen om te kunnen gokken. Het boek werd er alleen maar beter van.

De namen van al die bizarre figuren en verschijnselen uit het nieuws van 1956 zeggen ons nu niets meer, maar de atmosfeer van hartstocht, bedrog, smerigheid en wonderen des te meer. Wij genieten toch ook van Shakespeare zonder historische details te weten over Hendrik IV of Macbeth?

Welke jonge schrijfster, die bijvoorbeeld Wilhelmina Frederika Hiswijfs heet, zit op dit moment een origineel boek over twee wezen te schrijven voor een obscure uitgeverij? Een boek waarin spelcomputers, Bram Peper, klimaatverandering, Gregorius Nekschot, Al-Qaida en Jozef Fritzl vreemde rollen spelen? Haar genialiteit zal pas over vijftig jaar vast komen te staan wanneer we dat boek, na haar dood, in haar Volledige Werken met waardering lezen zonder dat we die vreemde personen en zaken nog kennen. Wilhelmina Frederika Hiswijfs kan echter niet aan haar roman ‘De twee wezen’ de titel ‘Hiswijfs is hier geweest’ geven, want daarin was Willem Frederik Hermans haar vóór.

Willem Frederik Hermans: Volledige Werken 2 (bevat: Ik heb altijd gelijk; De God denkbaar Denkbaar de God; Drie melodrama’s). De Bezige Bij & Van Oorschot, 768 blz. € 35,–