Een mens heeft eigenlijk maar heel weinig nodig

Op Texel kun je logeren in een joert: een nomadentent uit Centraal-Azië.

Primitief, maar wel met koeienvel, gelakte vloer, tafel met stoelen en keukenblok.

Geplaagd door beginnende rugpijn staan we onze kruiwagen vol hout te bewonderen. Nette blokjes, klaar om zo het gietijzeren fornuis in te gaan. Het heeft wel een minuut of twintig gekost om hem vol te krijgen, want eerlijk is eerlijk: zowel mijn vrouwelijke reisgezel als ik hadden nog nooit houtgehakt.

Verblijven in een joert is geen vakantie voor luilakken. Deze nomadentent bestaat uit een houten karkas, een dikke laag wolvilt ter isolatie en daarover waterdicht canvas. In Centraal-Azië is het een veelvoorkomend ‘huis’, want het weegt relatief weinig en is dus ideaal om mee rond te trekken. Een houtgestookt vuurtje in het midden doet daar dienst als verwarming én als fornuis. Zo ook hier op Texel, op Loodsmansduin – alleen niet op de kale vloer, maar in een gietijzeren fornuis. Dus moet er na aankomst eerst hout gehakt worden.

Geheel primitief zijn de Texelse joerts echter niet. Behalve het fornuis met oven, zijn aan de basis van de nomadentent meerdere gemakken toegevoegd. Een gelakte houten vloer, enkele stoelen en een tafel, plus een heus keukenblokje. „Zoals ze daar leven, dat past niet bij Nederlanders”, zegt Piet Laan. Samen met zijn vrouw Ina verhuurt hij de tenten. „We hebben de muren ook wat hoger gemaakt dan de traditionele anderhalve meter”, zegt hij, „want wij zijn een stuk langer.”

We hoeven amper te bukken als we het hout de joert in dragen. Bij de tweede poging lukt het ons een goed vuurtje aan te leggen in het fornuis. Ruim een half uur later is de tent, met een diameter van ruim zes meter, aangenaam warm. Thee zetten dus. Eerst een stukje lopen om de tank van tien liter te vullen, dan de gevulde theeketel op het fornuis zetten. We stoken het vuur extra op en twintig minuten later drinken we hete thee in een iets te warm nestje.

Gezeten op de koeienvellen, in een ronde ruimte met sober maar sfeervol interieur, voelt de joert echt als een nestje. Buiten waait het stevig, maar dat is amper hoorbaar. Het geluid van knapperend vuur overheerst. Bijna verbaasd kijken we elkaar aan: in slechts enkele uren zijn we behoorlijk tot rust gekomen. Ondanks aardig wat inspanning.

„Wij willen mensen laten ervaren dat je heel veel dingen niet nodig hebt”, zegt Piet. Daarom een minimalistische inrichting, die wel gezellig en praktisch is. De pannen, het messenblok en de bedden zijn van degelijke kwaliteit. Kleden, dierenvellen en kleurige kussens geven het geheel een huiselijke uitstraling. „Wij leveren een prettige basis aan, maar ga jezelf maar eens tegenkomen tijdens het verblijf”, zegt Ina. „Met iedereen dóet het iets”, aldus Piet. Want om het verblijf fijn te laten verlopen, moet je onderling taken verdelen. Een midweekje joert zou inderdaad bij menigeen tot onderlinge irritatie kunnen leiden.

Bij ons blijft de harmonie bewaard: de één snijdt, de ander stookt het vuur opnieuw op en laat de pannen vast warm worden. Beiden staand aan een andere kant van het fornuis, koken we in twee loodzware pannen in no time ons potje. Minpunt: de ruimte vult zich met stoom en etensgeur. We zweten ons suf. De oplossing is snel gevonden: het stuk canvas dat de opening in het midden van het dak bedekt, kan eraf worden geschoven. Stuntelend trek ik aan het touw waaraan het doek is bevestigd, buiten naast de voordeur. Als ik een half rondje om de tent heenloop en het touw daar vastmaak, hebben we een gat in het dak dat fungeert als afzuigkap.

Zelfs tijdens dit regenachtige voorjaarsweekeinde zijn veel joerts verhuurd. Onder onze buren enkele jonge kerels die vogels komen kijken, maar ook een gezin met volwassen kinderen dat met zijn vijven rond het houtvuurtje zit om te onthaasten. Volgens eigenaresse Ina zijn alle huurders nieuwsgierige mensen, die eens iets anders willen en dol zijn op de natuur. „Ze willen terug naar de eenvoud, zonder in te hoeven leveren op comfort.”