De onware geschiedenis van Pa en Ma

Doris Lessing: Alfred & Emily. Fourth Estate, 274 blz. € 16, 95

‘Winner of the Nobel Prize 2007’ staat er gehoorzaam onder Doris Lessings naam op de omslag van Alfred & Emily, ongeveer het zestigste boek dat zij gepubliceerd heeft, en lang niet haar beste. Wat zou wel haar beste werk zijn? Lezers die haar een tijd lang gevolgd en ingehaald hebben zullen aankomen met The Golden Notebook van 1962, of de daaraan voorafgaande serie Children of Violence, of misschien met een van de latere romans, The Good Terrorist, The Fifth Child – of met een van de bundels korte verhalen, of de autobiografie.

Alfred & Emily kan niet hoger dan op de tweede rang in haar oeuvre geplaatst worden, en daarbinnen op verschillende niveaus, omdat het bestaat uit twee helften van verschillende kwaliteit. Het eerste deel, aangeduid als ‘a novella’, behandelt de twee titelpersonen alsof zij nooit samengeleefd hadden en ook niet zoals in werkelijkheid de ouders geworden waren van de schrijfster. Het is een alternatieve dubbelbiografie, naar het voorbeeld van de alternative histories die af en toe verschijnen waarin bijvoorbeeld bedacht wordt hoe het Europa gegaan zou zijn als Hitler de oorlog gewonnen had.

Alfred Tayler doet zich in zijn denkbeeldige leven in de novella niet heel anders van karakter voor dan hij in de werkelijkheid was als Lessings vader. Zijn ware leven was moeizaam; gewond in de oorlog in 1916 waarna hem een been afgezet moest worden, later toen hij naar Rhodesië geëmigreerd was, verzwakt door diabetes, en zwaar werkend op een nietige boerderij en dood vóór zijn vijftigste. Hij bleef een beminnelijke man met aandacht voor zijn twee kinderen, en het langere leven dat de novella hem in Engeland toekent, met meer geld en meer kinderen van een andere vrouw, lijkt voornamelijk bestemd om zijn nagedachtenis plezier te doen.

Het alternatieve leven van Emily, de vrouw met wie hij naar Rhodesië trok, staat in sterker contrast tot de ware geschiedenis. Zij wordt verpleegster in Londen, trouwt met een voorname arts en leidt tien jaar lang een leven als gastvrouw dat niet bij haar past, en komt na de dood van haar man tot ontwikkeling eerst als oprichtster van scholen voor verwaarloosde kinderen en later van tehuizen voor ongehuwde moeders. Al is zij geen soepele gezellige vrouw, zij doet zulke verdienstelijk werk dat zij heel anders gewaardeerd moet worden dan de kribbige verongelijkte moeder van Doris.

Het is toch geen geslaagde fantasie geworden, deze novella. De ware personen, Lessings vader en moeder, hadden met meer tact in hun andere gedaante ondergebracht moeten worden om de lezer in de juiste dubbelstemming van geloof en ongeloof te brengen. Misschien is de vreemde houterige verteltrant bedoeld om zo’n stemming op te wekken. Dat is niet gelukt.

Wie na de eerste helft van het boek vergeten was hoe Doris Lessing klinkt als zij op haar gemak schrijft, vindt haar terug in de tweede helft onder de titel Two Lives. Daar wordt het gezin, de ouders Tayler en Doris en haar broer, beschreven in de trant die wij kennen van vroeger. Staan sommige incidenten en uitzichten niet ook wel eens beschreven in eerder werk? Het is moeilijk met zekerheid te zeggen, na zoveel boeken en zoveel jaren; in ieder geval is er weinig bij dat geen hervertellen zou verdienen. De uitstap van de kinderen met hun vader om in de naburige heuvels de tekeningen van de Bosjesmannen te gaan bekijken bijvoorbeeld: daar zien wij Alfred met zijn houten been zich omhoogtrekken aan struiken en takken om in de grotten de honderden jaren oude afbeeldingen te zien, en horen hem uitkijkend over het landschap zeggen, zoals hij wel eens meer deed, ‘I sometimes think it's all worth it’.

Alfred werd door zo’n ervaring verzoend met zijn invaliditeit, zijn armoede en zijn huiselijk leven, meer misschien dan zijn dochter, al werd die ook door herinneringen vervuld als zij later terug kwam uit Engeland, eerst nog in Rhodesië en toen in Zimbabwe waar het Engelse koloniale leven uitgewerkt was.

Ook voor iemand die er nooit geweest is kan Lessing het landschap oproepen, en de ondervinding erbij van een kind van vroeger dat het terugziet na zeventig jaar. Dan is zij op haar best.