De lezer kijkt over je schouder mee

Freelancejournalist Femke van Zeijl schrijft een boek over verstedelijking in Afrika.

De afgelopen tijd woonde ze in Luanda, Angola, en hield op nrcnext.nl een weblog bij.

Ook in Afrika ontstaat een nieuwe mediabewuste generatie. Foto Piet den Blanken/Hollandse Hoogte Senegal, Dakar, 2007 Jongeren in een internetcafe spelen en communiceren met computers. koptelefoon praten geluid computerspelletjes internet zwarte jongens jongen Afrika foto Piet den Blanken / Hollandse Hoogte Hollandse Hoogte

Het leek zo eenvoudig: op nrcnext.nl een weblog bijhouden over mijn journalistieke werkwijze en dilemma’s. Maar wat lag ik Luanda vaak wakker met de vraag wát ik zou opschrijven, en hóé.

Sinds het verschijnen van het boek Het zijn net mensen van Joris Luyendijk, klinkt de oproep aan de media verantwoording af te leggen over hun functioneren. Dat maakt je werk ingewikkelder, maar het besef dat de lezer over je schouder meekijkt, dwingt wel tot nadenken.

Als journalist laat je niet altijd het achterste van je tong zien. In de Angolese hoofdstad, waar ik me concentreerde op de kloof tussen arm en rijk, liet ik rijkelui zelden merken hoe oppervlakkig en patserig ik ze vond. Dat zou het gesprek meteen doodslaan.

Dus praatte ik mee met de 25-jarige Claudia over haar grootste probleem in Luanda: dat je soms vier weken moet wachten op je favoriete ontharingscrème. Tuurlijk, knikte ik begrijpend, lastig. Maar van binnen gilde een stemmetje: ‘Vijfhonderd meter hiervandaan spelen kinderen in rioolwater, muts!’ Ook op mijn weblog kon ik niet altijd helemaal eerlijk zijn. Welvarende Luandezen hebben niet zelden familieleden in Nederland die meelezen.

Leid ik geïnterviewden om de tuin als ik ze niet laat blijken wat ik van ze vind? En is dat oneerlijk? Ik meen van niet. Uiteindelijk schrijf ik niet op wat ik van mensen vind, maar hoe ze zichzelf neerzetten. En dat wil ik zo eerlijk mogelijk doen, omdat ik hun drijfveren wil begrijpen. Dat kan alleen als ze zich op hun gemak voelen en waarachtig vertellen wat hen bezighoudt. Als ik tegen Claudia meteen van leer was getrokken over de choleraslachtoffers en de gigantische kindersterfte, was ze beslist in een politiek correcte stuip geschoten over hoe erg het allemaal is. Maar haar reactie had weinig meer te maken gehad met haar eigen leven.

Voor het eerst sinds ik werk in Afrika kreeg ik ook te maken met geïnterviewden die de tekst van tevoren wilden lezen. Jonge, hoogopgeleide Angolezen met een laptop en draadloze verbinding die net zo online zijn als wij. Geen probleem natuurlijk, maar een Congolese vluchteling of een analfabete rebel in Burundi zal daar niet zo snel om vragen.

Ver weg van de krant is het verleidelijk om het niet zo nauw te nemen met de waarheid. Dat ervoer ik ooit in Oost-Congo, waar ik een hooglopende discussie kreeg met de fotograaf die per abuis iemand anders dan de geïnterviewde had geportretteerd. „Ach, dan zet je gewoon haar naam eronder”, zei hij. „ Dit is Afrika, man, niemand die het zal merken.”

Juist in de bush, waar de journalist de enige is die zijn professionaliteit en integriteit kan controleren, ben je het je publiek en geïnterviewden verschuldigd nog zorgvuldiger te werken. Daarom vind ik het positief dat ook in Angola een mondige, mediabewuste generatie is opgestaan.

Laatste moeilijkheid van het bijhouden van een weblog: je eigen familie leest mee. Dus reageerde mijn moeder doodongerust op mijn voorgenomen bezoek aan de beruchte Roque Santeiromarkt. Ik had met enig gevoel voor overdrijving geschreven over de ‘bodyguard’ die voor me was geregeld. Goede les voor de volgende keer, mam, als ik iets spannends ga doen en dat meld op het blog: eerst het thuisfront bellen.

Femke vertrekt half juli naar Maputo, Mozambique.Lees meer op nrcnext.nl/citylifeafrika